‘Saluut en merci’. Met die woorden nam Gerard Walschap in zijn tijd afscheid van zijn katholiek verleden.
Velen zijn hem gevolgd, geruisloos, zonder saluut en vooral zonder merci.
Ik heb het niet over de mensen die niet meer naar de kerk gaan. Maar wel over die bekende en onbekende Vlamingen die werkzaam zijn in de media: de televisie, de radio, de geschreven pers, in het vormingswerk, in de culturele sector, in de ontspanningswereld, in het onderwijs.
Velen onder hen hebben hun hele katholieke opvoeding, van zich afgeschud, zoals een hond zich afschudt als hij uit het water komt.
Dat is de echte kerkverlating. De mensen die wegblijven uit de zondagmis lopen gewoon gedwee in hun spoor.
De kerkverlating is een proces dat nog lang niet ten einde is. Het gaat onverstoorbaar verder in elke parochie, in elke familie, in elk gezin. Godsdienst mag niet meer zichtbaar zijn in de samenleving. Men wil het tot een louter privé - zaak maken. In de praktijk wil dat zeggen: Godsdienst is kinderspel tot 12 jaar en dan basta, zoiets als Sinterklaas.
Dat gebeurt geruisloos. Zonder kerkvervolging, zonder revolutie zijn wij terechtgekomen in een wereld waarin God en elke religieuze verwijzing verdwijnt en vervangen wordt door een ideaal van materiële vooruitgang, door een voortdurende aansporing om te genieten van het leven, en door een complete onverschilligheid wat de levensvragen betreft. We weten daar geen antwoord op en we zoeken er ook niet achter.
Hoe zou Jezus reageren op de kerkverlating?
Zou Hij zeggen: ‘Gij zijt allemaal verdoemd, van onder mijn ogen.'
Neen, volgens het evangelie klopt dat niet. Zijn enige reactie zou zijn: Wilt ook gij soms weggaan? Bijna zegt Hij: ‘Doe maar.'
Het is één van de mooiste woorden uit het evangelie. Hij bevestigt de koninklike vrijheid van elke mens.Niemand is verplicht mij te volgen, zegt Hij. Iedereen is vrij om te geloven of niet te geloven. Voor ons schijnt dat normaal maar dat is niet overal vanzelfsprekend. In de islam riskeert iemand die ongelovig wordt de doodstraf.
Geloven is voor Jezus persoonlijk kiezen voor Hem, niet op 12 jaar maar een leven lang. De vraag:Wilt ook gij weggaan? Blijft ons een leven lang achtervolgen. Zonder een antwoord op die vraag, geloven wij niet echt. Wie nog nooit getwijfeld heeft, heeft ook nog niet geloofd.
In het antwoord van Petrus ligt de perfecte verwoording van de motivatie waartoe wij, soms heel moeizaam zijn gekomen: ‘Gij hebt woorden van eeuwig leven.'
We geloven niet omdat we zo opgevoed zijn. Wij geloven om de woorden, om de boodschap die er achter zit.
Wat we intuïtief aanvoelen als zinvol, als gerechtig, als schoon, als menselijk, vinden we terug in de boodschap die ons wordt aangereikt. Woorden om van te leven, om een gelukkig mens te zijn en om als gelukkige mensen te kunnen samenleven.
Het proces van kerkverlating, dat volop bezig is, geeft nieuwe kansen aan de kerk. Wie in de toekomst gelovig zal zijn, zal het niet doen om aan te leunen bij de maatschappelijke invloed van de kerk, maar enkel en alleen omwille van het woord uit de mond van Jezus. Anders is het beter dat we inderdaad zeggen: ‘Saluut en merci.'