Tot wie zou ik anders gaan?! (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Afgelopen maand heb ik een voettocht gemaakt rondom Assisi, een tocht in de voetsporen van Franciscus. Op 2 juli ben ik vanuit deze Andreaskerk op weg gestuurd met een kaars, die ik in diverse kapellen en kerken heb gebrand, ook voor allerlei intenties vanuit de parochie. Het was een indrukwekkende tocht, waarbij net de kleine kapelletjes of bijzondere plekken in de natuur het meeste indruk op mij gemaakt hebben. Plekken die je stil maken of plekken die juist uitnodigen tot zingen of jubelen, zoals Franciscus in zijn zonnelied; of zoals wij net met: “alles heeft hij welgedaan, tot wie zou ik anders gaan”.
En soms ontmoet je op die plaatsen mensen die je op een verrassende manier kennis laten maken met een bijzondere plaats. Zo kregen we in een van de kerken van Assisi een rondleiding door een franciscaanse pater, Loek Bos. En hij begon zijn verhaal als volgt: je kunt deze kerk zo meteen op twee manieren bekijken. 1. Op zijn Italiaans en dan wijs ik precies de plekken aan waar Franciscus geslapen heeft, gebeden heeft, de steen waarop zijn hoofd gerust heeft, enz. En dan raakt iedereen die plekken aan, wrijft erover of kust ze, (je ziet het ook, want de stenen zijn glad van al die aanrakingen en blinken), men huilt soms, en daarna gaan ze zo snel mogelijk een terras opzoeken. 2. Vanuit je buik: op een innerlijke manier en dan ga je stil op een plekje zitten, laat de sfeer maar op je inwerken en laat de vragen vanuit je buik opkomen; dat zijn de vragen die er toe doen: wie ben ik, wat doe ik met mijn leven, wat heeft Franciscus hier beleefd, hoe kan ik op een goede manier in het leven staan? Zo doe je recht aan Franciscus en aan wat hij mensen wilde vertellen.
Ik hoop, zo zei hij, dat jullie op deze laatste manier deze kerk willen bekijken.

Dit ‘stil staan bij’, nadenken over het leven en hoe je daar invulling aan geeft, wat is nu echt belangrijk in het leven, daarover gaat het ook in de beide lezingen van vandaag. In de eerste lezing zit Jozua met het volk van Israel bijeen. Ze hebben de 40jarige tocht uit Egypte door de woestijn achter de rug en staan ahw voor de poort van het beloofde land. Mozes is inmiddels dood en Jozua staat op het punt hun het beloofde land binnen te leiden. En op dat cruciale punt in hun leven vraagt hij de mensen: waar staan jullie? Welke God willen jullie volgen? De God van het land waar we nu binnengaan? Of de God van de Egyptenaren, waar Mozes jullie heeft weggeleid? Of de God van Abraham, de God die heet ‘Ik zal er zijn"? En de mensen weten het wel. Ze hebben in die slopende woestijnjaren God ook ervaren als een God die leven bracht: redding uit de slavernij van Egypte, water uit de rotsen en manna uit de hemel. En als uit één mond antwoordden de mensen: ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God.
“Alles heeft hij welgedaan, tot wie zou ik anders gaan”.

En vele eeuwen later zit Jezus met zijn leerlingen bij elkaar. Veel volgelingen kunnen hem niet meer begrijpen; en evenmin Zijn woorden als ‘Ik ben het Brood dat uit de hemel is neergedaald’ en ‘wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, zal leven in eeuwigheid’. Het roept gemor op en onbegrip; wat denkt die Jezus wel wie hij is? En vele volgelingen keren zich van hem af en lopen letterlijk weg. Dan vraagt hij aan de 12: en jullie, willen jullie niet óók weggaan? En Petrus antwoordt: Maar Heer, naar wie zouden we gaan? In Uw woorden vinden we inderdaad eeuwig leven.
“Alles heeft hij welgedaan, tot wie zou ik anders gaan”?

En zoals dat volk van Israel voor de poort van het beloofde land wordt aangesproken door Jozua met de vraag ´welke God willen jullie dienen", zo worden de 12 leerlingen eeuwen later door Jezus aangesproken: “willen jullie ook weggaan?”. En zo worden wij, 2000 jaar later, nog steeds geraakt door diezelfde vragen.
Het pastoraal team heeft ook met deze vragen gestoeid. Wat willen we eigenlijk voor kerk zijn? Welke God willen wij volgen? Hoe kunnen we laten zien dat we Jezus woorden ter harte nemen en willen waarmaken in het leven van elke dag? En hoe laten we dat zien ook in de vieringen in de kerk?
In elk geval mogen we met Jozua en Petrus instemmen in een God die zich laat kennen als “Ik ben er, ik zal er zijn voor jou’, een God die Leven wil voor alle mensen, een God ook die alles heeft welgedaan, tot wie zouden wij anders gaan?.

Het pastorale team nodigt u vandaag uit na te denken over liturgie, over kerk zijn: niet als een slaafs gebeuren, niet alleen maar braaf op de stoelen zitten en ondergaan wat hier voren gebeurt, maar als mondige parochianen die zich betrokken voelen bij die boodschap van Jezus van Nazareth, die goed willen zijn voor iedereen, maar vooral voor degenen die het moeilijk hebben of die niet meetellen.
In het beleidsplan omschrijven we liturgie als ‘het leven vieren’; in de liturgie willen we samen vieren wat er aan verdriet en vreugde te beleven is. Dat zijn die twee voeten, buiten op de grote deuren. Een voet naar beneden en een naar boven, voor alles wat gebeurt tussen leven en dood. Liturgie wil ons ook Gods boodschap laten horen en ons inspireren Jezus’ missie voort te zetten. Dat zijn ook die twee voeten op de grote deuren. De ene voet wijst naar binnen, waar we mogen vieren en gesterkt of getroost worden door Gods woord en door zijn gave van brood en wijn, en de andere voet naar buiten, de wijde wereld in, onze wijk in, onze straat. Naar buiten kijken en zien waar iemand ons nodig heeft, met heel concrete activiteiten (ziekenbezoek, contacten met vluchtelingen, aandacht voor jongeren die het moeilijk hebben)
Immers, geloven in die God van Jezus, die God van Mozes en Jozua, die heet ‘Ik zal er zijn’, geloven in die God is niet vrijblijvend. Daarom ook word het volk en later de leerlingen voor een keuze gesteld. Dat was wat Jezus mensen wilde leren, sterker nog, dat was wat Jezus de mensen voor lééfde!

Als kerk, als parochie moeten wij Zijn missie voortzetten, zijn voorbeeld mogen wij uitdragen naar buiten toe: opkomen tegen onrecht, het niet pikken dat mensen ongelijk of onrechtvaardig behandeld worden, een open huis en open hart hebben voor wie ontheemd, ziek of eenzaam is. Als we dit samen kunnen oppakken en waarmaken, mogen we er ook samen plezier aan beleven dit te vieren; dan is liturgie geen mooie uitvoering maar zijn het woorden, gebaren en liederen die uit de praktijk komen, die gedaan zijn en gedaan worden. Want “alles heeft hij welgedaan, tot wie zou ik anders gaan?”

Zoeken in Preken Online