De profeet Elia uit de eerste lezing is wellicht heel herkenbaar. Het verhaal heeft het namelijk niet alleen over hem, maar vertelt minstens evenveel over onszelf…
Op het moment dat wij Elia hier ontmoeten is hij op het einde van een dagtocht in de woestijn - en op het einde van zijn krachten. Je zou van minder. Niet alleen omdat een dag in de woestijn sowieso mensen uitput en met hun grenzen confronteert, maar ook om een heel andere reden. Maar dan moet je het stukje lezen dat vooraf gaat aan deze bijbelpassage. Daar vernemen we dat Elia op de vlucht is. Zijn leven wordt bedreigd en om zichzelf in veiligheid te stellen vlucht hij de woestijn in - in de volle overtuiging wellicht dat daar zijn redding ligt. Goed geredeneerd, Elia, zouden we in een eerste moment kunnen zeggen, want daar zullen ze jou niet vinden. Echter niet zo als we verder lezen. Want het gaat niet goed met Elia. Hij wordt moe, hij wordt hét moe, hij wordt het leven moe. Zoiets als een zware depressie. Het hoeft allemaal niet meer. Hij gaat er eerst bij zitten, hij gaat er daarna bij liggen.
Psychologisch gezien een verhaal waar heel veel in aan bod komt: het vertelt wat er kan gebeuren als je van moeilijkheden wegloopt, als je confrontaties vermijdt, als je dingen verdringt. In eerste instantie kan het een gevoel van opluchting geven, maar op den duur wreekt zich dat. ‘Het wordt mij teveel, laat mij dus maar sterven.’ Ik vermoed dat hier maar weinig mensen aanwezig zijn bij wie die gedachte nooit eens door het hoofd is gegaan: ‘het zou beter allemaal voorbij zijn’, ‘was ik maar dood’. Heel menselijke reacties waarvoor we meestal niet naar een psychiater moeten. Maar toch ervaringen die zwaar kunnen wegen, zeker als ze blijven duren en ons doen denken dat het nooit meer goed komt, want een verlies, een ontgoocheling, een relatiebreuk, een droom die niet uitkomt, dat kan allemaal heel zwaar wegen en pijn doen. En dan mogen slapen en nooit meer wakker worden …, soms gaat men dat hopen, zoals Elia.
Maar Elia komt bedrogen uit. Hij krijgt een duwtje - een duwtje in de rug? het staat er niet bij - en schiet wakker. ‘Sta op en eet’, klinkt het. Niets engelachtigs dus, maar gewone nuchtere woorden van iemand die een engel genoemd wordt. En blijkbaar ook gezorgd heeft voor een koek en een kruik water. Het zijn vaak de gewone dingen die het meest deugd doen … En Elia doet wat hem gezegd wordt. Hij staat ondanks alles open voor het onverwachte, voor wat hem in Gods naam gegeven wordt. En valt daarna weer in slaap. Als je het mij vraagt, zal deze slaap al een stuk anders zijn dan de slaap van uitputting die eerste keer. Maar ook nu weer stoot de engel hem aan en herhaalt zijn woorden ‘sta op en eet’, maar nu voegt hij er een motivatie aan toe: ‘anders gaat de reis uw krachten te boven’. Dit argument houdt heel subtiel de uitnodiging in om zijn reis verder te zetten. En tot onze verrassing weerklinkt hier geen protest van Elia, gaat hij niet in het verweer. Wellicht tot zijn en onze verwondering - dat lezen we in de volgende zinnen - gaat Elia weer op weg, niet één dag of enkele dagen, neen, veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God bereikt. Veertig, een symbolisch getal van volheid, dat verlangen en verwachting uitdrukt, beproeving ook en inkeer, maar steeds eindigt met een hoopvol gebeuren. Uiteindelijk ontmoet Elia God en die ontmoeting vindt niet plaats in een vuur, niet in de storm maar in een zachte bries. Dat leest u in de tekst nà deze passage. Overigens warm aanbevolen.
Het evangelieverhaal van de hand van Johannes - een stuk minder direct toegankelijk -bevestigt de boodschap van het boek der Koningen en verdiept ze nog. Daar noemt Jezus zichzelf het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet de enige keer dat we deze woorden in deze weken horen - niet voor niets spreken we over de Broodrede van Jezus. Jezus wil voor ons levend Brood zijn, Brood dat leven geeft, ook als wij het niet meer zien, ook als wij, zoals de Joden in het begin van deze perikoop, morrend door het leven gaan.
Geloof Mij toch, zegt Jezus, en je zal leven. Dode momenten in je leven zullen nooit het laatste woord krijgen. Vertrouw je aan Mij toe en je zal leven voor altijd, eeuwig leven. Omdat mijn Liefde voor jou sterker is dan de dood …