Wet en Profeten, dat is een woord dat klassiek is in het hele verhaal van de bijbel. De Wet is vijf zuilen, de vijf zogenaamde boeken van Mozes. De Profeten, dat zijn twee andere zuilen. Samen is dat zeven, een heilig getal. Mozes is de hoofdman van de Wet Elia de hoofdman der Profeten.
Dat zeggen we enkel ter informatie, maar Elia intrigeert ons. Hij was een mens, hij heeft bestaan. Hij heeft geleefd ten tijde van koning Achab en koningin Jesabel. We kunnen er dus gerust in zijn, hij was een mens van vlees en bloed. Hij heeft gesproken en gevochten, hij heeft geaarzeld en zijn aarzeling duur overwonnen.
Een echte mens dus. Vandaag lezen we het verhaal van zijn diepe twijfel. Hij was moe, het moe, hij wilde het opgeven zelfs zeggen: neem die last van mij weg, het weegt me te zwaar.
Maar er hangt een mysterie over die man. Hij is namelijk niet gestorven. Zo leeft hij verder! Hij is weggenomen. Hij hangt een beetje in de lucht, hij kan altijd terugkeren. Dat is niet zomaar literatuur. Hij was een raadselachtig man. Dat waren die profeten allemaal. Ze deden het niet voor hun plezier. God was voor hen een groot geheim, het fascineerde hen en het maakte hen angstig. Iets wat wij compleet missen, vrees ik. Zoals ik ook vrees, dat het precies de armoede is van onze tijd en van onze cultuur. Wij zijn zo weinig eeuwig.
Maar goed, vandaag is de profeet moe. Hij rust in een struik. Tot tweemaal toe stoot een engel hem aan: om te eten en om op te staan. Eten doet hij tweemaal, maar opstaan, dat lukt hem pas de tweede keer.
Zou een mens van vroeger, van zoveel eeuwen terug, ons nog iets mogen leren? Elia was toch modern: hij twijfelde.
Maar hij luisterde en… hij leerde durven…