Ieder van ons heeft zo z’n eigen reden om hier te zijn. Maar wat we hier sámen doen is in ieder geval: proberen te ontdekken wat er echt toe doet om tot leven te komen. En altijd weer brengen we hier God ter sprake, bezingen en beleven we Hem.En dan hebben we het over het geheim dat iedere mens en dat alle mensen samen in zich omdragen, die bron van scheppingskracht en liefde en leven. We kunnen daar alleen in beelden over spreken, beelden die soms over elkaar heen tuimelen, maar die ons wel kunnen helpen om dichter te komen bij die levensbron.
Zo heeft de Schrift het over God als Woord tot ons gesproken, stem die wekt en wenkt; en over levensadem, licht, geestdrift. Soms is het beeld van God een vogel die met trillende vleugels boven de chaos van het leven hangt. Of het zijn beelden van groeikracht, inzicht, bezieling. Allemaal pogingen om de kostbare aanwezigheid van dat Godsgeheim aan te duiden.
En vandaag twee verhalen die ons het beeld van het Brood aanreiken, brood uit de hemel.
Ook dát staat voor Gods wezen, zijn Geestkracht, kortom: voor het Goddelijke in ons mensenleven, voor waar het in het leven om gaat, waar zoveel honger naar is en wat zo vaak ontbreekt. Daarom zitten we hier in de kerk altijd met een wat merkwaardige tafel. We weten op een of andere manier: die oude versierde tafel staat midden in de wereld en het brood dat er op ligt heeft nog steeds alles te maken met het hemelse brood uit die Schriftverhalen: God die ons voedt en leven geeft.
Zoals in het grote verhaal van Exodus bijvoorbeeld, - de tocht die iedere mens maakt door de woestijn van het leven - , waar mensen onderweg gevoed worden met brood uit de hemel.
“Manna” noemen ze het, wat zoiets betekent als: “God, wat is dat?” Aanwezigheid is het, nabijheid, kracht van God.
Verhalen zijn er ook van profeten die met brood komen aanzetten voor Godverlaten mensen: opdat ze weer bevrijd worden uit de grote leegte en opnieuw ontdekken wat het leven vervult.
Verhalen over mensen als Elia, die levensmoe onder een struik gaat liggen om dood te gaan. Hij heeft er voor gevochten dat er recht zou worden gedaan, dat er troost zou zijn, bemoediging voor mensen en bevrijding. Kortom: dat onder hen Gods Naam zou worden geheiligd. Maar het heeft allemaal niets uitgehaald, zo lijkt het. Hij wordt op de vlucht gejaagd, de woestijn in. Hij wil alleen nog maar dood. Ja, dat staat er: “Het wordt mij teveel, laat mij sterven”. En hij gaat liggen om nooit meer wakker te worden. Maar van een Engel -God zelf dus -
krijgt hij levensbrood aangereikt, God-met-hem, om weer op te staan en voort te gaan veertig dagen, een mensenleven lang, naar de berg, de plek waar God zich laat ontmoeten.
Een psychiatrische patiënt schreef déze noodkreet op: “God, help me. Ik ben zo bang om te leven. Ik ben zo bang om te sterven. God, hou van me. Ik wil leven. Ik wil dood. Raak me aan! Ik ben zo bang. Ik kan niet meer. Laat me geen gekke dingen doen, God. Hou van me alstublieft. Ik voel me zo alleen. Help!”
Het gebed van een Amersfoortse Elia onder een struik.
Misschien wel een profeet, maar nu even niet door alles wat het leven aanbracht.
Zo kan een mens zich gaan voelen. En dan maar hopen dat er een Engel komt,
die hoort en ziet en die brood uit de hemel aanreikt, voedsel voor de binnenkant van het leven: Ik ben er voor jou: Gods nabijheid, aanwezigheid, Geestkracht, dat wat er toe doet en wat het leven weer de moeite waard maakt.
Dit verhaal kun je zomaar tegenkomen: dat mensen donkere dagen meemaken, hun dromen vervlogen, alle zin zoek, alle vreugde verdwenen. Dat kan je gebeuren.
Als het zover met je gekomen is, dan red je het niet meer alleen. Dan is de bron in jezelf drooggevallen. Je hebt iemand nodig die je weer levensbrood aanreikt.
Elia heeft het geluk dat hij zo’n engel, bode van God, tegenkomt, die hem aanstoot: “Sta op en eet”. Hij kan weer verder, een leven lang. Hij sluit een nieuw verbond met God en raakt weer helemaal thuis bij zichzelf.
Maar vandaag wordt óns aangezegd: ook aan jullie is er een engel in Gods Naam gezonden, Jezus. Die zegt: “Ik ben het brood uit de hemel”. Je moet maar durven.
“Ik heb God gezien. Kom naar Mij. Bij Mij is eeuwig leven te vinden”, leven met de Eeuwige dus, verbondenheid met God. “Dat manna bij de uittocht, dat was al heel wat. Maar het brood dat Ik geef is mijn lichaam en bloed, mijn leven zelf”.
Dat had nog nooit iemand gezegd. Om leven te vinden, dat wat er echt toe doet.
hoeven we dus geen ideologie te eten, geen kerkleer, geen meditatietechniek,
geen alternatieve waarheid. Nee, wie zich voedt met Hem, - mijn vlees, zegt Hij,
zijn bloedeigen leven dus, woord en wezen van God, Hij in mij en ik in Hem, die ervaart Gods nabijheid, die krijgt kracht om de weg te gaan, de dood voorbij,
Telkens wanneer wij hier bij elkaar zijn mogen we ons laten voeden door Hem.
“Geheim van ons geloof”, heet dat, want begrijpen doen we het niet.
Dat gebeurt niet alleen in de Eucharistie. Je voeden met Hem gebeurt ook
als er een dienst is van Woord en gebed. Of wanneer we ons leven verbinden met dat van Hem. Maar in de Eucharistie, dat ritueel van brood en wijn, maken we er een uitdrukkelijk gebaar van.
Aan ons, zoals we hier zijn, wordt Hijzelf letterlijk als hemelbrood aangereikt.
“Lichaam van Christus”, wordt er gezegd. “Amen”, zeggen wij dan: “Zo is het!”
Zo geeft Hij zijn lichaam ons in handen. Maar tegelijk is dat gebaar een vráág aan ons: “Wil jij dat dan ook zelf voor anderen zijn: brood uit de hemel, lichaam van Christus, zijn kracht, zijn menslievendheid, God-met-ons?”
Want nog steeds heeft God zijn engelen nodig. En nog steeds is de manier van leven van Jezus, zijn verbondenheid met de barmhartige God, zijn mededogen met mensen, dat is nog steeds: brood van eeuwig leven voor de wereld.
Niet zozeer dat heilig altaarbrood is zijn lichaam, maar wijzelf, als wij zijn woord en werk behartigen en het volbrengen.
“Neemt en eet en doet dit om Mij te gedenken” is een oproep aan ons om een nieuwe gemeenschap te vormen en samen hemels brood te zijn voor de samenleving van onze dagen.
Als wij dan zo meteen Eucharistie, Avondmaal vieren, brood en beker nemen, Jezus gedenken, sta dan op en neem en eet. Laat je voeden door Hem. Kom zelf weer op krachten en ga op weg naar de plek waar God zich laat ontmoeten.
Maar versta dit gebaar ook uitdrukkelijk als een uitnodiging, als een vraag aan uzelf, om engel van God te zijn, drager van leven, een mens in wie Jezus mag opstaan en mag zijn brood uit de hemel.