Op hun reis door de woestijn naar het Beloofde Land zijn de Israëlieten vanuit Elim verder gegaan. Daar was het goed toeven maar nu krijgen ze honger. En als je honger hebt, kun je wel eens onredelijk worden, want eten en drinken is een basisbehoefte, zonder dat geen leven. En hun God, de Heer, JHWH, is bij hen en geeft hen op wonderlijke wijze vlees en nog iets. Vlees was duidelijk maar dat andere? “Ma-na?”: letterlijk “Wat toch?” Wat is dat toch; dat is iets nieuws. En Mozes legt hen uit: dat is het brood dat de Heer u geeft. Dit is geen brood dat uit de aarde voortkomt maar van de hemel is. De Heer, JHWH, Hij-is-er, Hij-is-er alweer, voor Zijn volk. Dat heeft zo’n indruk gemakt dat ze het doorgeven aan hun kinderen en dat jaren later nog steeds een lied wordt gezongen : De Heer gaf hun brood uit de hemel.
Het evangelie begint ook met een wonderverhaal. De mensen hebben Jezus niet zien weggaan nadat hij de menigte van zijn Brood had voorzien na zijn dankgebed. Ze hebben wel gezien dat de leerlingen weggingen in de boot maar Jezus was niet bij hen. De leerlingen hebben hem wel even gezien, over het water lopend. Als de mensen hem dan hebben gevonden aan de andere kant van het meer, in Kafarnaüm, vragen ze: “Rabbi, wanneer bent u hier gekomen?” Maar eigenlijk vragen ze “Hoe bent u hier gekomen?” of “Waar komt u vandaan”? Een vraag met een dubbele betekenis. Maar Jezus gaat niet direct op die vraag in, want ze zijn niet, nog niet, rijp voor het antwoord dat hij hun het liefste zou geven. Ze zoeken hem niet omdat ze tekenen hebben gezien en verstaan, maar omdat ze hun honger hebben gestild. En ze willen best voor God doen wat Die van hen vraagt opdat ze voortaan zo kunnen eten. Eten en drinken is immers een basisbehoefte en als God dat aanbiedt via de Mensenzoon is dat best.
Maar Jezus geeft hun een verrassend antwoord; ze moeten niet iets doen, ze moeten geloven. Daarmee tilt hij de discussie omhoog, boven het aarde-niveau uit. Begrijpelijk vragen de mensen om een teken, liefst uit de hemel. Mozes had hun immers een teken gegeven; wat voor een teken geeft Jezus? Als het gaat om voedsel, springt Mozes eruit met het manna, Brood uit de hemel. Het teken dat ze hebben meegemaakt, die wonderlijke spijziging, is niet genoeg, want het gaat nu om een volgende stap: waar komt het brood vandaan dat zij hebben gegeten. Dan zet Jezus ook de volgende stap: wat Mozes gaf was eigenlijk niet het echte Brood, ook al kwam het uit de hemel gevallen. Het echte brood, het brood dat nooit opgaat, het brood echt uit de hemel, het brood dat het leven op aarde-niveau optilt, het Brood dat naar het heilig land voert, is hij. Hij is het eten en drinken voor het eeuwig Leven, heilig Leven.
Ma-na? Wat toch? Vroegen de Israëlieten zich af. Je kunt je het nu weer afvragen: Wat toch is Jezus? In ieder geval iets nieuws. Ook Jezus legt uit: hij is de Mensenzoon op wie de Vader, God zelf, Zijn Zegel heeft gedrukt, want “Hij gaf een bevel aan de wolken daarboven en ontsloot van de hemel de deuren”(psalm 78). Dat brood is gekenmerkt met het goddelijke, het eeuwige, het heilige. Wie daarvan eet, heeft voedsel voor het eeuwige, voor het heilige dat in hem is gelegd, in zijn ziel. Hij is dat brood. Gewoon brood is een ding, eigenlijk levenloos, er zitten alleen voedingsstoffen in. Jezus is een persoon, levend. Zoals ouders levende wezens zijn die nieuw leven laten ontstaan, verwekken, doorgeven, zo geeft Jezus van zijn eigen Leven door aan ons. Zo wekt hij dat Leven in ons op, neemt hij bij de hand wat in ons is gelegd bij onze schepping. Goddelijk Leven a.h.w. kant en klaar in ons, leven op aarde-niveau opgetild naar de hemel, eeuwigheid, volmaaktheid, naar God, zijn Abba. “Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem, en hij woont in God.” (1Joh 4,15) God in ons binnenste, wij in het binnenste van God. Ieder één met God, wij allen één in God.
Hij wekt niet alleen op, hij voedt dat Leven ook zodat wij het langzaam aan leren kennen en ervan leren genieten, zodat wij er in groter worden. Dat onze vreugde groter wordt. Hij voedt ons, onze hele persoon, met Brood want de weg naar het heilig Land van de Vader is lang, “het gebied waar de berg is die Hij Zich bestemd heeft”/"… zijn heilige grond, naar de berg die zijn rechterhand had verworven.
Dat hebben wij gezongen/gebeden in de tussenzang. Het gaat ook ons aan, het is ook voor ons. Twaalf korven met Zijn Brood, zijn Leven, voor onderweg naar de grote vreugde.
Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. De kans dat er reisdrift in je zit, dat je de hele wereld wilt zien, is levensgroot. Daar is niks mis mee. Daar groei je ook van. Als je de nodige ellende en honger in de wereld ziet, ga je vanzelf danken voor je eigen dagelijks brood. Maar als je onderweg brood eet, bedenk dan dat je weg ergens naar toe leidt, anders groei je niet. Waarheen? Vul zelf maar in.
Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten om hen naar Zijn heilig gebied te brengen. Zullen we ons even tijd gunnen om dat over ons lagen komen?