Waarvan kunnen wij leven?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 18e zondag · groen

Leven is een toverwoord in deze tijd. Je hoeft maar in een krant te zien of naar de televisie te kijken, dan vind je en hoor je slagzinnen als: ‘Maak iets van je leven! Leef beter, gelukkiger, langer!’ Onbewust maken zulke slagzinnen indruk op je, want wie zou niet langer, gelukkiger willen leven?

Wat men onder ‘leven’ verstaat, zie je duidelijk in de reclamespots. Je ziet alleen maar mooie mensen, sprankelend van gezondheid, overladen met succes. Natuurlijk weet iedereen van ons dat het leven veel meer dingen inhoudt dan jeugd, gezondheid, succes. Veel wezenlijker is geborgenheid, vriendschap, liefde. Als wij die moeten missen zeggen we: ‘Dat is geen leven meer’. En ook horen wij het in de reclamespots nooit, we weten toch dat het lampje van ons leven niet altijd zal blijven branden.

‘Leven’ is ook het sleutelwoord van dit evangelie. Jezus geeft ons een antwoord op het diepste probleem van het leven. ‘Ik ben het brood des levens. Wie van dit brood eet, zal leven in eeuwigheid’. Maar Jezus heeft deze woorden pas uitgesproken nadat Hij de mensen in de woestijn verzadigd had met ‘voedsel dat vergaat’. Dit voedsel moest voor de Joden een teken en belofte zijn, dat Hij ook het brood was dat aan de wereld een nieuwe leven geven kan. Jezus geeft de mensen brood, omdat Hij weet dat door de lichamelijke honger, de honger naar God en naar het eeuwige leven verdwijnt. Zijn belofte van eeuwig leven zou ongeloofwaardig en liefdeloos geklonken hebben, als Hij de mensen had laten verhongeren. Eerst als de lichamelijke honger gestild is, merkt de mens dat er nog een andere, pijnlijker honger bestaat: de honger naar liefde, geborgenheid en vriendschap,. de honger naar geluk en leven zonder einde, in een woord: de honger naar God.

Jezus bedoelt deze dubbele honger en dit dubbel brood als Hij zegt: ‘Ik ben het levende brood, wie hiervan eet, zal niet meer hongeren’. Of zoals Hij zei bij het laatste avondmaal: ‘Dit Brood is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt’. Wie als christen dit eucharistisch brood van de liefde eet en zich niet bekommert om zijn hongerende broeder, die eet, zoals Paulus aan de Korintiërs zegt, onwaardig het Lichaam des Heren en eet zich zelf een oordeel. De eucharistie is voor ons een voortdurende oproep om de honger in de wereld te verhelpen. De hongerbom is veel gevaarlijker en reëler dan de atoombom. Zolang tweederde van de mensheid honger lijdt, blijft de belofte van Jezus, brood te willen zijn, ten bate van het leven der wereld, ongeloofwaardig. Eerst als de honger uit de wereld geholpen is, begint de broederschap met God, waartoe wij als christenen geroepen zijn. Leven betekent brood voor allen en dan zal Jezus ook echt Brood voor het leven van de wereld kunnen zijn en wie van dat brood eet, zal geen honger meer hebben.

In de eucharistie herhaalt zich het wonder van de broodvermenigvuldiging, als iedereen van ons zich laat breken zoals Jezus om te kunnen delen met hen die honger hebben. Dan proberen wij dankend te aanvaarden een gegeven mens te zijn, die aan anderen wil verder geven wat Hij van Jezus ontvangen heeft, brood dat leven schenkt aan deze wereld. En hoe meer wij ons zelf zullen breken en delen, des te meer zal Jezus in ons leven komen en des te meer zullen wij ervaren dat Hij zelf het levende brood is, dat onze honger kan stillen en die van heel de wereld.

Zoeken in Preken Online