Maar liefst twee waren er in beeld gisteravond. Minstens twee. Twéé heb ik er in elk geval gezien gisteravond - op de buis: ‘Rastelli’ en ‘Yomanda’, mensen met alleen een voornaam. Iets bijzonders, twee gevallen apart zoals er nog wel meer zijn. Ik denk ook aan ‘Sai Baba’, aan ‘Baghwan/Osho’ en aan ‘Amma’. Wonderdoeners. Goeroes, leraren, die indruk maken, die de mensen versteld doen staan, bij wie zij hun heil zoeken en wier volgelingen ze worden - en die ook altíjd vroeg of laat scepsis en weerzin oproepen en omstreden zijn. Want er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan.
Filippus
Uit de eerste lezing van vandaag, uit het Boek der Handelingen van de Apostelen, hebben we kunnen begrijpen dat Jezus en Zijn volgelingen in hun dagen óók niet het alleenvertoningsrecht hadden wat betreft goddelijke krachten die ín en dóór hen zouden werken. Bepaald niet. Het was ook in die dagen al druk op ‘De levensbeschouwelijke markt’. We horen met name over ene ‘Simon’. In de stad Samaria waren de mensen helemaal onder de indruk van hem. “Iedereen van groot tot klein was op zijn hand”, zo hoorden wij. “(Kijk) dít is nu de grote kracht van God” zeiden de mensen … Maar toen verscheen daar in Samaria ten tonele Filippus, een leerling van Jezus. De gemeenschap van Jezus’ leerlingen in Jeruzalem werd vervolgd. Met name ene Saulus is ontzettend gebéten op hen. Hij wil die gemeenschap vernietigen. Mensen zoeken elders een goed heenkomen - en zo raken de volgelingen en zo raakt ook hun geloof in Jezus verspreíd. Filippus komt in Samaria terecht. “Hij predikt de Messias” zo staat er. En “als ze hem hoorden spreken en de tekenen zagen die hij verrichtte, was iedereen in de ban van Filippus’ woorden. Want velen van hen die onreine geesten hadden - onder luid geschreeuw gingen ze eruit, en vele verlamden en kreupelen werden genezen.”
Jezus-ervaring
Dat klinkt, veelgeliefden, gasten en parochianen van deze Vredesparochie, dat klinkt bekend. Die woorden, de wijze en het effect van Filippus’ aanwezigheid; het herinnert ons aan Jezus zelf. Filippus’ aanwezigheid was net als die van Jezus zelf góed voor de geestelijke en fysieke volksgezondheid. Mensen knapten er van óp. Ja, zo werkt dat. Waar je mee omgaat, daar raak je mee besmet. Dat geldt in de ongunstige, maar óók in de gúnstige zin. De Jezus-ervaring plant zich voort. Mensen geven die door aan elkaar: van hand tot hand, van mond tot mond, van oor tot oor, van oog tot oog gaat die ervaring. Anders zaten wij hier nu niet. Wat wij hier horen en zeggen en doen: dóór alle generaties en alle landen héén gaat het terug op Jezus zelf en zijn apostelen. Een fascinerende gedachte.
Baas boven baas
Baas boven baas. Simon de tovenaar moet in Filippus zijn meerdere erkennen. Hij “kwam tot geloof en bleef na zijn doop voortdurend bij Filippus (dat klinkt wat klitterig); hij stond versteld van de tekenen en machtige daden die hij zag gebeuren.” En áls dan ook nog eens de apostelen Petrus en Johannes uit Jeruzalem naar Samaria komen en daar de mensen de handen opleggen waardoor de Heilige Geest wordt mede-gedeeld, geschonken (blijkbaar een héél zichtbaar effect in die dagen) - dán staat Simon helemaal paf. Die truc wil Simon ook wel in zijn trukendoos! “En hij bood hun geld aan” waarop Petrus in toorn ontsteekt: Rot op met je geld, man! Wat God gééft, dat kún je niet kopen. Je begrijpt niet goed waar het om gaat. Er is iets mis met jouw instelling.
Tovenaar
Mensen zijn tuk op tekenen. Dat blijkt ook wel uit het evangelie van deze dag. Jezus lijkt er wel een beetje mee te spelen met dat verlangen naar tekenen. Hij geeft eraan toe, zo lijkt het, maar dan gooit Hij het weer over een andere boeg. Het lijkt wel alsof Hij de mensen voortdurend op het verkeerde been zet. Ja, toch ook een soort tovenaar is Hij. Neem nou die boten. Er is maar één boot. In die boot zijn Jezus’ leerlingen sámen vertrokken. Dat hebben ze duidelijk gezien de mensen. Hij was er níet bij. Hij zat niet in die boot. Maar ze zagen Hem nergens. Er kwamen andere boten. Daar stapten de mensen ín, op zoek naar Hém. En ze vonden Hem - aan de overkant van het meer, in Kafarnaüm. En ze snapten er helemaal niets van, van die verplaatsing: “Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?”
Voedsel
Waarom gaan jullie eigenlijk achter mij aan? vraagt Jezus aan de mensen. Omdat jullie denken dat er bij mij wat “te halen” valt? Omdat jullie door mij volop hebben kunnen eten? (Hij doelt op de “brood-vermenigvuldiging” die geweest is). Maar daar gáát het niet om. Dat is het niet het belangrijkste in het leven. Richt niet al je aandacht op het voedsel dat weer óp is nadat je het gegeten hebt, maar zoek voedsel dat blijft. De Mensenzoon kan het jullie geven. Maar hoe doe je dat dan? Hoe kun je dat blijvende voedsel krijgen? Jezus antwoordt: door te geloven in Hem die de Vader gezonden heeft. En dat is Jezus zelf. “Maar welk teken verricht U dan wel?” Wat is het bewijs dat wij jou kunnen vertrouwen? Zodat we weten dat we ons niet met de één of andere charlatan inlaten, maar dat jij bona fide bent - Lieve mensen: zo gék is de vraag natuurlijk niet … Laat je geen knollen voor citroenen verkopen!
En dan beginnen de mensen zelf over dat ‘brood uit de hemel’, het manna, dat tijdens die lange woestijnreis van veertig jaren neerdaalde. Dat was nog eens een teken! Mozes bewees ermee dat híj betrouwbaar was. Maar, zo zegt Jezus, “niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven; mijn Vader is het die u het brood uit de hemel geeft, het echte. Want het brood dat God geeft, is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.” “Heer”, zeiden ze, “geef ons dat brood dan, voor altijd.” Jezus antwoordde: “Ik ben het brood om van te leven. Wie naar Mij toe komt krijgt geen honger meer, en wie in Mij gelooft krijgt nooit meer dorst.”
Woorden
Wonderlijk, veelgeliefden, “de omslag” die in deze tekst zit. Die mensen die bewijzen en tekenen, die special effects willen. Die mensen wint Hij nu, Jezus, met Zijn woorden alléén. Waarom? Omdat, denk ik, Hij met die woorden iets in hen heeft aangeraakt, een diepe, verborgen snaar: Wij zijn allemaal op zoek naar wat van blijvende waarde en betekenis is. En wat heb je dan aan allerlei zogenaamde “bewijzen” en “tekenen” en “special effects”. Want die gaan weer voorbij en als jij mij, goeroe, niet afhelpt van mijn kwalen en mij niet vóórtovert wat ik graag wil hebben dat gebeurt - dan overtuig je mij uiteindelijk toch niet. Dan blijf ik toch onbevredigd. En dáár gaat het juist om, veelgeliefden, dat wij dáárvan afkomen: van onze ontevredenheid met het leven en de wereld en de mensen zoals die zijn en met mijzelf zoals ik nu eenmaal ben en zoals mijn leven nu eenmaal gelopen is. Dat je tot vrede komt, daarin en daarmee. Dat is wat je nodig hebt. En dat is ook wat Jezus je kan geven als jij je leven met het Zijne verbindt, als jij jouw leven leeft in verbondenheid met Hem.
Ik ben een beetje verliefd, verliefd gewórden de laatste tijd. En wel op de Franse kloosterzuster Theresia van Lisieux. Kleine Trees. Een grote heilige en kerklerares. Ze werd geboren in 1873 en stierf op haar vierentwintigste aan de tering. Ik wil deze preek graag besluiten met een citaat uit haar autobiografie “Het verhaal van een ziel”.
“Hoe zou een zó onvolmaakte ziel als de mijne kunnen streven naar het bezit van de volheid van de Liefde? … O Jezus! mijn eerste, mijn enige Vriend, jij die ik bemin UITSLUITEND, zeg mij wat dat mysterie is? Waarom bewaar je dat enorme streven niet voor de grote zielen, voor de adelaars die in de hoogten zweven? … Ik zie mezelf als een zwak klein vogeltje met maar een licht vleugeldek, ik ben geen adelaar, ik heb er alleen maar de ogen en het hart van want ondanks mijn extreme kleinheid durf ik te staren naar de Goddelijke Zon, de Zon van de Liefde en mijn hart voelt in hem alles waar de Adelaar naar streeft … De kleine vogel zou naar die schitterende Zon willen vliegen die zijn ogen (zo) bekoort, hij zou haar broeders de Adelaars willen imiteren die het ziet opvliegen naar de goddelijke haard van de Heilige Drieëenheid … helaas! Alles wat hij kan doen, dat is zijn kleine vleugels oprichten, maar opstijgen, dat ligt niet in zijn kleine vermogen! wat moet er van hem worden? sterven van verdriet omdat hij ziet dat hij zó onmachtig is? … O nee! de kleine vogel gaat zelfs niet treurig zijn. Met stoutmoedige overgave, wil hij blijven staren naar zijn Goddelijke Zon; niets zou hem moeten afschrikken, noch wind noch regen en als sombere wolken de Ster van Liefde gaan verbergen, dan verandert de kleine vogel niet van plaats, want zij weet dat boven de wolken zijn Goddelijke Zon altijd schittert, dat haar straling geen enkel moment zal verdwijnen. Soms, het is waar, voelt het hart van de kleine vogel zich geteisterd door de storm, het lijkt haar niet te geloven dat er nog iets anders zou kunnen zijn dan de wolken die haar omgeven; dat is dan het moment van de volmaakte vreugde voor het arme kleine wezen zwak. Wat een geluk voor hem om toch daar te blijven, om te staren naar het onzichtbare licht dat zich onttrekt aan zijn geloof!!!” *
Persoonlijk geloof ik, veelgeliefden, dat je aan deze Goddelijke Zon van Theresia van Lisieux die ook onze zon wil zijn, dat je daar veel meer aan hebt dan aan ‘Rastelli’, ‘Yomanda’ en hoe ze ook verder maar mogen heten - hoe goed hun bedoelingen en hoe indrukwekkend hun kunststukjes ook mogen zijn. Amen.