WAAROM LEEF IK?
Leven is iets om te dóen . Je kunt er niet voortdurend over nadenken, net zo min als over lopen, eten en slapen. Maar af en toe overvalt je de vraag: Waarom en hoe leef ik, leven wij?
Zo’n vraag kan opkomen als het slecht, maar ook als het goed gaat. Wij zijn immers nooit voldaan. Ons verlangen is groter dan wat heet leven ons biedt. Nooit zijn wij helemaal vrij van honger en dorst. Daarom zijn wij steeds op zoek.
Ook de redevoering over het brood, waarvan wij zojuist een klein gedeelte hoorden, cirkelt om die levensvraag. Samen met de mensen van toen zoeken wij Jezus op. Dan ontspint zich een gesprek. In dat gesprek tekenen zich twee manieren van leven af.\
ETEN EERST
De evangelist Johnnes maakt ons eerst duidelijk hoe het níet moet. De gesprekspartners van Jezus lijken alleen maar iets van werken en plicht te kennen. Ze worden totaal in beslag genomen door allerlei materiële zorgen. Ze willen, zo lijkt het, vooral eten hebben en werken voor dat voedsel dat vergaat. Daarbij verwaarlozen zij hun godsdienstige plichten niet en vragen zij naar de werken die zij voor God moeten verrichten. Zij beroepen zich op Mozes, die in hun ver verleden hun voorouders brood uit de hemel heeft laten geven, en op de wet met al haar voorschriften. Maar deze manier van leven wordt van een min-teken voorzien. Waarom? Omdat je in zo’n manier van leven als mens veel te weinig aan je trekken komt. In feite blijf je bij al die activiteiten opgesloten in jezelf.\
HET ECHTE BROOD
Tegenover zo’n manier van leven stelt Jezus een andere levenswijze. Het ware leven, zegt Hij, ligt uiteindelijk niet binnen ons machtsbereik; het echte brood kun je niet verdienen. Het voedsel dat tot in eeuwigheid blijft, wordt ons door Hem, de Mensenzoon, gegeven. Het echte brood ui de hemel wordt ons door God toebedeeld. God houdt immers zozeer van ons dat Hij zijn eniggeboren Zoon tot in de dood heeft gegeven (3,16). Jezus maakt deze liefde tot de zijne en geeft zijn leven voor ons (15,12vv.). Hij, die zijn leven geeft, is het brood van het leven.
De evangelist Johannes nu hoopt, dat wij los uit de strakke kaders van bezit en plicht en dat wij op dit persoonlijke geschenk van Jezus positief regeren. Hij zegt; Wij dienen te geloven in Jezus, die het brood van het leven is. Dit betekent o.a. dat wij erkennen dat wij onszelf niet genoeg zijn, maar ten diepste honger en dorst hebben. Waanneer wij onze grondige behoeftigheid oprecht onder ogen zien, kunnen wij de beslissende stap zetten. ‘Wie tot mij komt, zal geen honger meer hebben; en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst lijden’, zegt Jezus van Nazaret. Deze stap bevrijdt ons van isolement en doet ons leven voor anderen.\
GENADEBROOD
Maar, zusters en broeders, het kan erg vernederd zijn om aangewezen te zijn op brood dat een ander je geeft. Genadebrood eten is een kwelling, als degene die het geeft zich boven je verheven acht en je dat laat voelen. Maar het ontvangen van een geschenk kan ook een vre ugde zijn: als het een blijk is van genegenheid, een teken dat iemand echt om je ‘geeft’. Het brood dat Jezus geeft en zelf is, is zo’n geschenk. Wij worden door Hem niet gedwongen om onze hand op te houden voor een vernederende bedéling. Jezus zelf, de Messias, is zelf het brood dat leven geeft, zelfs onvergankelijk leven schenkt.
Moge ons leven getekend worden door het refrein van een nieuw lied, waarin wordt gezongen: ‘Geef ons dit brood altijd, / uw woorden zijn woorden van eeuwig leven; / wie anders zou het ons geven’.