PREEK - 18° zondag door het jaar
Ex. 16,2-4.12-15 : Het brood uit de hemel
Joh. 6,24-35: Wie tot mij komt zal geen honger hebben.
Eten en weten, wat hebben ze gemeen ?
Mijn smaakpapillen hebben onvermoede mogelijkheden om verschillende smaken te onderscheiden. Toch heb ik geregeld nog moeite om onderscheid te smaken in sommige gerechten.
Zo heeft het zeer lang geduurd voor ik “wist” – door de ervaring van het “eten” – wat bitter was. Tot ik op een dag tijdens een Joods Pesachfeest moest proeven van mierikswortel. Door hiervan te eten, wist ik ook wat bitter was. Ik moest er dus van eten om te weten.
Gedurende twee jaar heb ik een wijncursus proeven gevolgd. Door verschillende wijnen met elkaar te vergelijken – eraan te ruiken, te proeven – heb ik veel nieuwe dingen geleerd, die ik nu weet.
Ieder van u kan zo nog talrijke voorbeelden aanhalen, denk ik.
Aan kleine kinderen zegt men dikwijls, - als reactie tegen hun opmerking “ik lust dat niet” – je kunt dat niet weten want je hebt nog niet geproefd, je hebt er nog niet van gegeten.
Eten en weten, ze staan echt niet ver van elkaar!
De relatieve onverschilligheid van heel wat mensen tegenover geloof en godsdienst is naar mijn aanvoelen een gevolg dat zij er te weinig van gegeten hebben om er de weldaden van te kunnen smaken.
Catechese van 1ste communie en vormsel zijn vandaag de dag eerder uitnodigingen om te leren proeven van wat geloof kan zijn en betekenen in ons leven. En zo kunnen de kinderen leren, weten, wat geloven voor hen kan betekenen in hun leven.
En net zoals bij onze gewone maaltijden, mogen we ons niet tevreden stellen met een éénmalig proeven. Door herhaaldelijk te proeven, kunnen we “de smaak te pakken krijgen”.
Zo ook met geloof.
Je moet misschien van de vele manieren van beleven proeven, van de vele manieren om te bidden beoefenen enz om uiteindelijk te ‘weten’ – te ervaren - in welke vorm de Heer je aanspreekt.
Ook het Laatste Avondmaal gaat over ‘eten en weten’.
De leerlingen “weten” in se wel wie Jezus is, en Hij nodigt hen uit samen maaltijd te houden om Hem te gedenken. Ook Hij geeft zichzelf als manna “te eten”.
Maar net als de Israëlieten waren de leerlingen misschien teveel met zichzelf bezig en “wisten” ze uiteindelijk nog altijd niet wat Hij, in de loop van zijn getuigenissen en oproepen, bedoelde met “voedsel en drank” te zijn tot eeuwig leven.
Jezus kijkt naar ons – hoe dikwijls lezen we het niet in de evangelies : Hij keek hem of haar of hun liefdevol aan – Hij is met ons bezig en niet met zichzelf! Op die manier kan Hij brood ten leven zijn.
God gaf zichzelf in het manna – was dus niet bezig met zichzelf, maar met zijn volk! Door te voldoen aan hun primaire eet-behoeften liet hij hen een duidelijk teken zodat ze konden weten dat Hij hen nabij zou zijn en blijven. Wat er ook zou gebeuren in hun woestijnervaringen!.
Het brood dat de Heer ter beschikking stelt van zijn volk, is niet alleen een teken om hen eraan te herinneren dat Hij voor hen zal zorgen, maar tegelijk een aanwijzing om hen te laten ervaren “Ik ben uw God!” Weet dat, denk er geregeld (alle dagen) aan en vergeet het niet !
Laten we hieraan terugdenken telkens wanneer we te communie gaan. Laten we maar héél blij zijn dat de Heer dan tot ons komt!
Ooit vroeg iemand aan een pater Jezuïet: mag ik eten terwijl ik aan het bidden ben?
Neen, zei de pater, maar je mag wel bidden terwijl je eet.
Ik wens jullie allen smakelijk eten tijdens onze vieringen opdat je zou mogen weten.