WOORD VAN WELKOM
Om als christen te leven, zoeken we naar inspiratie, naar geestelijk voedsel. Wat is dat voedsel: mooie gedachten, fijne ervaringen? Mensen gaan op vakantie, zoeken mooie plekjes op, proberen tijd in te ruimen voor zichzelf om tot bezinning te komen. We lezen een goed boek of genieten van de natuur.
Is dat voldoende voedsel?
In de kerk is het Christus zelf die tot ons spreekt en ons voedt. Hij is het levende Brood. In Hem ontmoeten we de levensbron die de Vader zelf is. Uit Hem ontvangen we het leven. Hier willen we ons laven aan die bron die onuitputtelijk is en heel de mensheid kan voeden.
HOMILIE
Het beeld van hongerende mensen is steeds opnieuw een aangrijpend beeld. Moeders die hun kind niet kunnen voeden. Vaders die machteloos en werkeloos moeten toezien hoe hun kinderen zich niet kunnen ontwikkelen en aan ziektes ten ondergaan. Droogte of oorlog zijn belangrijke oorzaken van hongersnood. Aan de ene kant zijn er natuurrampen die mensen in hun bestaan bedreigen, anderzijds is er het menselijk onvermogen of ronduit de menselijke slechtheid die er de oorzaak van zijn dat nog steeds miljoenen mensen honger lijden. De Verenigde Naties spreken van ruim een miljard mensen die regelmatig te lijden hebben van voedseltekorten en die hun kinderen niet kunnen bieden wat zij nodig hebben. Iedere zes seconden sterft een kind sterft een kind ziektes die aan honger gerelateerd zijn. Waar is nu de echte crisis, vraag ik me dan af.
De opdracht om de hongerigen te voeden lezen we in de parabel van de werken van barmhartigheid in het evangelie van Matteüs. Het is de wil van God dat hongerigen met gaven overladen worden, zingt Maria in haar Magnificat. Profeten en heiligen hebben die opdracht van de Heer nagevolgd en hebben hun brood gedeeld met anderen. We lezen het van Elisa in de eerste lezing en we horen hoe andere profeten het volk oproepen tot daadwerkelijke rechtvaardigheid en bescherming van de armen. Steeds weer zijn in de Kerk mensen opgestaan die een armoedebeweging zijn begonnen. Telkens weer opnieuw moeten de leerlingen herinnerd worden aan de opdracht de gaven van de schepping met elkaar te delen. Het is geen verdienste dat wij eten en drinken, maar het komt allemaal uit de hand van God. Ook al werken we hard en spannen we ons in, door arbeid of vrijwilligerswerk of als mantelzorgers; uiteindelijk is alles wat we ontvangen een geschenk van onze God die Schepper is.
Wanneer mensen die opdracht van Godswege waarmaken doen zij meer dan slechts een bijbelse opdracht vervullen en beantwoorden aan een moreel beroep dat op hen gedaan wordt. Oprechte barmhartigheid tussen mensen stelt Gods barmhartigheid present. Het is teken van het Koninkrijk dat Christus verkondigd en voorgeleefd heeft en dat langs die weg ons nabij komt.
Vandaag vertelt het evangelie wat er rondom Jezus gebeurt wanneer hij geconfronteerd wordt met de honger van zijn leerlingen en van de menigte die Hem gevolgd is. De zieken worden genezen en een grote menigte blijft hem volgen. Begrijpelijk dat er een probleem ontstaat: de mensen krijgen honger. De leerlingen zijn er niet op ingesteld om voor zo’n grote groep mensen te zorgen. Jezus daagt de leerlingen uit om een oplossing te bedenken. Jezus gaat zijn leerlingen voor in het delen. Terwijl wij het verhaal kennen als de wonderbare broodvermenigvuldiging lezen we bij nauwkeurige lezing van het verhaal dat Jezus eenvoudigweg het brood neemt, God dankt en het brood en de vis verdeelt onder de mensen. Er volgt geen uitleg of toelichting: van delen komt overvloed is de kern van het verhaal.
Bij de andere evangelisten die dit verhaal vertellen, zijn het de leerlingen die het voedsel van Jezus moeten doorgeven aan de mensen; bij Johannes krijgen de leerlingen de opdracht om wat overgebleven is aan brood en vis te verzamelen. Beide taken vormen een mooi teken van onze priesterlijke taak die wij allen als leerlingen van Christus dragen: de mensen voeden met wat wij van de Heer hebben ontvangen en deze traditie verzamelen en bewaren. We zijn geroepen als christenen om voor te gaan in het delen van de gaven die Christus ons geeft. De vijf broden en de twee vissen, de vijf boeken van Mozes en de twee bijbelgedeelten van Wet en profeten: dat is het voedsel dat de Heer ons geeft en dat overvloedig is. Het delen en bewaren van die traditie brengt het Koninkrijk van de Heer dichterbij.
Nu is het verleidelijk om te zeggen dat het in het leven slechts om het geestelijk voedsel gaat. Toch moeten we de evangelische opdracht tot een rechtvaardige verdeling van de materiële welvaart niet ontkrachten. Het zou een excuus kunnen zijn om niet in actie te komen. Daar waar Jezus zich openbaart, daar worden mensen verbonden tot broeders en zusters van elkaar, tot kinderen van éénzelfde Vader. Juist op basis van die verbondenheid, op basis van het besef dat we tot één volk geroepen zijn, op basis van het Woord van de Heer zelf groeit de overtuiging dat wij mensen geroepen zijn om de handen uit de mouwen te steken en elkaar te hulp te snellen. Wanneer wij eucharistie vieren, delen we in de overvloed die God in Christus aan de mensheid geschonken heeft. Die overvloed mag ook zichtbaar worden in concrete tekens van voedsel dat gedeeld wordt. Die overvloed is teken van Gods liefde die Hij met allen wil delen. Wij zijn de uitdelers daarvan. Het goede dat wij in Woord en Sacrament ontvangen, helpt ons om in het leven te staan als gulle, gastvrije, onthechte en liefdevolle mensen te zijn.
Mogen wij zo Gods koninkrijk nabij brengen.
Amen