OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Een geleerde man vroeg eens aan een zenmeester - dat is een leraar in het boeddhisme - om raad. Hij zei: “Door mijn vele studies heb ik op allerlei gebieden wijsheid en inzicht verkregen. Maar misschien kan ik bij u nog iets nieuws leren over uw godsdienst.
De zenmeester zweeg. Na lange tijd van stilte vroeg hij aan de gast: “Wilt u een kopje thee?” Op het bevestigend antwoord van de geleerde schonk de zenmeester hem thee in.
Terwijl de geleerde zijn kopje ophield, goot de meester er thee in, maar bleef doorgieten tot het kopje overliep en de thee op de grond stroomde. “Kijk uit,” riep de geleerde, “mijn kopje stroomt over.”
“U hebt gelijk,” sprak de meester. “Net zoals dat kopje overstroomt, zo is ook uw geest vol. U komt tot mij, maar er kan niets meer bij. Ik kan u niets geven, tenzij u eerst zelf leeg wilt worden. Pas dan is er plaats voor de wijsheid waar u om vraagt.”
Beste medegelovigen, wij komen naar de kerk. Om God te eren en te danken. En misschien ook om wijsheid en kracht te vragen. Maar dikwijls hebben wij in ons hart en verstand onze eigen antwoorden op onze vragen aan God al klaar. Er is geen ruimte voor Gods wondere mogelijkheden.
Proberen wij tijdens deze heilige viering even onze eigen wijsheid los te laten, zodat God ons misschien verrast met nieuwe mogelijkheden.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, onze Vader, wat wij bezitten lijkt ontoereikend voor de velen, die met ons samen zijn, maar Gij hebt voorzien in alles wat wij nodig hebben. Kom onder ons, en breek met ons het brood. Maak het weinige dat wij hebben, tot teken van uw overvloed. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … .\
PREEK
Vandaag wordt in het evangelie de plaats Tiberias genoemd. Dat is één van de plaatsen, die onlangs getroffen is door raketten van Hezbollah. Het is de plaats waar Jezus op wonderbare wijze brood en vis heeft vermenigvuldigd. Ik ben daar ooit geweest. Een prachtige plaats. Tiberias ligt aan het meer van Galilea, dat Jezus zo vaak is overgestoken. Vlak daarbij ligt ook het stadje Kafarnaüm waar Jezus woonde, nadat Hij Nazaret had verlaten. Tiberias ligt aan de voet van de heuvel waarop Jezus zijn bergrede uitsprak. Het is heel bijzonder te zijn, daar waar Jezus ook is geweest. Geen enkele plaats op aarde is geschikt voor oorlog, maar deze heilige plaatsen al helemaal niet.
Er staat daar een Benedictijnenklooster en in de kerk daarvan zijn prachtige mozaïeken uit de eerste eeuwen na Christus te zien. Door dat alles hebben de christenen de plaats waar Jezus brood en vis verdeelde bewaard en in ere gehouden. Er is een altaar boven de rots waarop Jezus zat en in de vloer zit een mozaïek waarin afgebeeld zijn twee vissen èn … vier broden in een mand. Jawel, vier en niet vijf.
Dat heeft uiteraard een reden. Gelovigen komen op die heilige plek samen. Zij luisteren naar het evangelie dat wij zojuist ook hebben gehoord. Zij denken aan het grote wonder. Terwijl zij luisteren en overdenken is Christus als vijfde brood in levende lijve aanwezig. De gelovigen krijgen daar geleerd dat het wonder niet alleen iets uit het verleden is, maar dat het ook nu nog speelt. Het vijfde brood ligt op het altaar, de heilige communie. Het vijfde brood staat achter het altaar in de persoon van de priester, die in Jezus’ Naam brood en wijn consacreert, heiligt. Het vijfde brood is vóór het altaar aanwezig als mensen vol eerbied en geloof dit grote geheim vieren en door het ontvangen van de heilige communie zelf het vijfde brood zijn geworden. Zij zijn zelf een deel van Christus geworden.
Broeders en zusters, het belangrijkste van de heilige eucharistie is dat Jezus Christus zijn leven heeft geofferd om ons te verlossen, om ons met zich te verenigen. Hij wil niet alleen zichzelf uitdelen, maar Hij wil ons meer en meer gelijkvormig maken aan zichzelf. Hij wil ons laten delen in het leven van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Opdat ook wij mooie werken tot stand kunnen brengen; opdat wij met lijden en dood kunnen omgaan zoals Jezus dat deed; èn … opdat ook wij eens mogen delen in de vreugde van de verrijzenis, in het eeuwige leven.
De eucharistie, de communie, is een mysterie, een geheim. Niet alleen buiten ons, op het altaar en in het tabernakel, maar ook in ons. De communie gaat niet over wàt wij ontvangen, alsof het een voorwerp is, maar over wíe wij ontvangen. Wij consacreren niet brood en wijn, omdat het zo fijn is dat Hij dan in ons midden is, dat ook natuurlijk, maar vooral omdat wij er als het ware zelf door geconsacreerd, geheiligd, worden. Zoals brood en wijn heilig worden, Gods Zoon zelve, zo worden ook wij steeds meer geheiligd hoe vaker wij - met eerbied en aandacht! - de heilige communie ontvangen. Er ontstaat door de communie een heel diepe, intense gemeenschap, eenheid, tussen God en de mensen.
Deze grote gave en opdracht is toevertrouwd aan de apostelen. Er waren twaalf manden over. Voor elke apostel één. De manden van waaruit de apostelen de mensen brood en vis uitdeelden, raakten maar niet leeg. Wel, vanuit diezelfde manden deelt de Kerk nog steeds de gaven van Jezus aan ons uit.
Broeders en zusters, ik hoop, dat als wij zo aanstonds de heilige communie willen ontvangen, wij dat niet uit gewoonte doen. Dat als wij in de rij staan wij niet een beetje rondkijken naar alles en iedereen, maar wij met onze aandacht, met ons hart zijn bij Hem, die wij gaan ontmoeten, ontvangen. Kijken wij uit naar Hem. Verlangen wij naar Hem. Dan verlangt Hij er ook meer naar bij ons te zijn en ons te helpen.
Ontvangen wij deze heilige communie alsof het in ons leven onze allerlaatste kans is iets van God te ontvangen. Wanneer wij op onze plaats terugkomen, sluiten wij dan onze ogen, openen wij ons hart. Spreken wij Jezus Christus aan. Danken wij Hem. Vertellen wij Hem alle grote en kleine dingen, die wij op ons hart hebben. En kijken en luisteren wij dan ook naar Hem. Zien wij voor ons hoe Hij de manden met brood en vis aan de apostelen geeft. Hoe de apostelen ze weer aan de mensen geven, óók aan ons.
Beste medegelovigen, één heilige communie, één keer een worden met Jezus Christus, is belangrijker dan al het andere in je leven samen. Al die andere dingen moeten gebeuren, dat is waar, maar géén van die dingen kan jou redden. Dat kan alleen Jezus Christus. Vieren wij de eucharistie. Vragen wij Gods Zegen voor onszelf, voor onze familie en vrienden, ja, voor heel de wereld.\
SLOTWOORD
Broeders en zusters, ik hoop, dat wij tijdens de communie - al was het maar heel eventjes - met heel ons hart bij de Heer waren. Maar zijn bij de Heer wil niet zeggen met je hoofd in de wolken lopen.
Eens kwam een joodse rabbi, een joodse leraar de kamer in waarin zijn zoon aan het bidden was. In de hoek stond een wieg met een huilend kind. De rabbi vroeg aan zijn zoon: “Hoor je dan niet dat het kind huilt!?”
De zoon antwoordde: “Vader, ik was helemaal met God verbonden.” Waarop de rabbi zei: “Wie echt met God verbonden leeft, ziet de vlieg, die op de muur kruipt. Wie in God verzonken is, hoort het kind dat huilt. Als iemand de vlieg niet ziet en het huilende kind niet hoort, is hij niet in God verzonken, maar met zichzelf bezig.
Beste mensen, wij hebben twee oren. Laten wij - als het ware - met één oor naar God luisteren en met het andere naar de mensen. Met één oog God naar God kijken, met het andere naar de mensen. Wij hebben Jezus ontvangen. Hij leert ons èn God èn de mensen lief te hebben. Proberen wij zo te leven.