Zeventiende Zondag door het jaar - B 28 juli 2024
Evangelie: Johannes 6, 1-15
Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?
Mgr. Romero geeft aan zijn preek van vandaag de titel: ‘De Goddelijke Redder, de oplossing van al onze problemen?’. We vertrekken voor onze Bouwstenen van twee citaten uit deze preek.
“De oplossingen die mensen aandragen, wat zijn ze toch gammel en zwak! In het evangelie van de broodvermenigvuldiging vertrekt de apostel Filippus van louter economische berekeningen: ‘Tweehonderd denariën zouden nauwelijks genoeg zijn om iedereen ook maar een hapje eten te kunnen te geven.’ Of neem het gebrek aan oplossing waarmee de apostel Andreas komt aandragen, vanuit het besef van de eigen beperking: ‘Wat moeten we doen met zoveel mensen?’ En daartegenover is er het antwoord van Christus, dat boven de berekeningen van de technici uitstijgt, en dat het wonder mogelijk maakt: Hij neemt het brood in Zijn handen, zegent het en begint het persoonlijk uit te delen. Maar eerst vraagt Hij wel aan Zijn leerlingen om samenwerking. Zij hadden Hem voor de voeten geworpen: ‘Hier is wel een jongen die vijf broden bij zich heeft en wat vissen… Maar wat betekent dat voor zoveel mensen?’ ‘Breng ze hier’, zegt Christus. De jongen moet zich ontdoen van wat hij zelf zo nodig heeft, en toch geeft hij het. En van daaruit komt de vermenigvuldiging van het brood op gang, waar iedereen tevreden mee is; en achteraf verzamelen ze van wat overblijft nog twaalf manden vol brokken.”
“Omdat Christus de vermenigvuldiging van de broden niet alleen wilde doen, begon Hij eerst een dialoog met Filippus, en wilde Hij vooraf ook nog de mening van Andreas vragen, en Hij verzamelde verder ook nog de vijf broden en de vissen van de arme jongen. (…) Zo is dat immers: God wil absoluut de deelname van mensen om een wonder te laten gebeuren. Zo is het ook wat de huidige situatie van ons land betreft. Zonder de deelname van de mensen zullen de problemen van het land dezelfde blijven. Daarom moeten degenen die de regering vormen of zij die de economische macht bekleden, beseffen dat zij geen goden zijn; en dat, hoe meer ze zichzelf vergoddelijken, en hoe meer ze de valse afgoden van het slijk der aarde blijven aanbidden, ze des te meer weerzinwekkend voor God zullen zijn; dat als ze nederiger zouden zijn en sterker verenigd waren met God, ze de problemen zouden kunnen oplossen. (…) Daarom roepen wij op tot bekering. (…) Omdat de Kerk een moeder is, zegt zij ook tegen de rijken en machtigen: Bekeert u, kinderen! (…) Maakt geen wetten alleen maar om jullie minderheid te verdedigen. Maakt veeleer wetten om de armen te verdedigen. Laat in de dialoog die jullie voeren niet alleen de mensen toe die denken zoals jullie, maar laat ook de boer toe die sterft van de honger en die, precies omdat hij sterft van de honger, zich niet met het oog op subversie organiseert, maar er enkel op uit is om te kunnen overleven.”
In zijn preek van deze zondag gaat Mgr. Romero in op verschillende dimensies van de betekenis van de broodvermenigvuldiging. Voor deze Bouwstenen voor een homilie of een bezinning pikken we er slechts één van op: het grote belang van de deelname van de mensen als voorwaarde voor het tot stand komen van het ‘wonder’ van een gezonde samenleving, en het besef dat precies daarin de eigen dynamiek bestaat van Gods Rijk in deze geschiedenis.
Jezus raadpleegt Zijn leerlingen en vraagt aan Zijn medewerkers naar voorstellen om het grote probleem dat zich aan Hem voordoet op te lossen. De tekst van Johannes vermeldt met name Filippus en Andreas. Mgr. Romero bestempelt datgene wat zij opwerpen als: de schamele kortzichtige ‘menselijke’ wegen die eigenlijk toch geen oplossing bieden. Er zijn te veel mensen aanwezig en er is te weinig brood voorhanden of het kost te veel - we kunnen het niet aan! Dan komt daar ineens de participatie van een jongen bij als mogelijkheid - iemand die als kind niets betekende in de Joodse samenleving van destijds. Misschien was hij (stiekem?) al aan het eten van de meegebrachte broodjes, toen de leerlingen hem in het oog kregen. De deelname van die jongen, de stap die hij zette bij het uit handen geven van zijn eigen broodnodig voedsel, het spontane vertrouwen dat hij had dat er wèl iets goeds zou kunnen gebeuren met wat hij (maar) in handen had – dat blijkt dan beslissend te zijn. Dan was het dankgebed dat Jezus er over uitsprak voldoende. Het voorbeeld van die jongen deed ineens nog meer ogen en harten open gaan. En ondanks het schijnbare gebrek bij het begin, was er tenslotte meer dan voldoende voor iedereen.
Voor Mgr. Romero is dit wonderverhaal van de broodvermenigvuldiging een catechese over hoe God in Jezus laat zien dat Hij rekent op de medewerking van mensen. Zijn Rijk kan niet doorbreken zonder de actieve participatie van mensen. Misschien weten we elk afzonderlijk niet goed hoe het allemaal moet, maar samen is het mogelijk. “ … Zonder de deelname van de mensen zullen de problemen van het land dezelfde blijven.” Dat wordt telkens opnieuw door de feiten bevestigd. Maar, let wel: formele democratie (het uitschrijven van verkiezingen) betekent op zich helemaal nog niet dat er een actieve participatie is van de bevolking. Mgr. Romero heeft verschillende oproepen gedaan naar het hele volk toe om zich actief te organiseren en om samen op te komen voor hun basisrechten in de samenleving. In deze homilie van vandaag doet hij een sterke oproep naar de rijke families (zij die de economische macht in handen hebben) en naar de politici. “… Daarom moeten degenen die de regering vormen of zij die de economische macht bekleden, beseffen dat zij geen goden zijn; en dat, hoe meer ze zichzelf vergoddelijken, en hoe meer ze de valse afgoden van het slijk der aarde blijven aanbidden, ze des te meer weerzinwekkend voor God zullen zijn; dat als ze nederiger zouden zijn en sterker verenigd waren met God, ze de problemen zouden kunnen oplossen. (…) Daarom roepen wij hen op tot bekering.”
De Aartsbisschop legt hiermee de vinger op de wonde die in veel Latijns-Amerikaanse landen zo schrijnend blijft bestaan: regeringsleiders (die zich altijd maar opnieuw voorstellen als eigenlijk de enig mogelijke verkiesbare kandidaat) beschouwen zichzelf als goden, als idolen die slaafs gevolgd moeten worden, die moeten aanbeden worden, en aan wie iedereen blind moet gehoorzamen. Hij roept hen op tot bekering: Weest nederig!
Speciaal tot de parlementsleden zegt hij: “ … Maakt geen wetten alleen maar om jullie minderheid te verdedigen. Maakt veeleer wetten om de armen te verdedigen.” En naar de regeringen toe zegt hij: “ … Laat in de dialoog die jullie voeren niet alleen de mensen toe die denken zoals jullie, maar laat ook de boer toe die sterft van de honger en die, precies omdat hij sterft van de honger, zich niet met het oog op subversie organiseert, maar er enkel op uit is om te kunnen overleven.” Daar waar alle machtsconcentratie verzameld is – daar wordt de schreeuw om gerechtigheid vanwege diegenen die honger lijden al snel verstaan als een vorm van subversie, als een uiting van haat en verzet tegen de regering. En wanneer die mensen dan ook op straat hun stem lieten horen werden ze in de tijd van Mgr. Romero ‘communisten’ genoemd - vandaag heten ze ‘terroristen’, en ze worden bestempeld als ‘verraders van het vaderland’… En dat met alle noodlottige gevolgen van dien.
Ook in Europa beslissen de parlementen en de regeringen heel dikwijls boven de hoofden van hun eigen volk dat hen gekozen heeft. Ook hier is er heel weinig ervaring opgebouwd in het luisteren naar wat er in het volk leeft. Ideologische stellingnamen en (persoonlijk of partijgebonden) opportunisme lijken dikwijls belangrijker dan de stem van diegene voor wie de samenleving onvoldoende levenskwaliteit mogelijk maakt. Maar ook is het waar dat de organisaties van onderuit vaak zwak zijn, en meestal te verdeeld om naar boven toe de stem van wie het moeilijk heeft (in alle dimensies van het leven) te laten horen.
De concrete praktijk van Jezus in het voorbeeld van de broodvermenigvuldiging is een oproep tot actieve participatie van alle mensen op alle vlakken van het leven en het samenleven. En daarbij is het voorbeeld van het jongetje met zijn vijf broden en zijn visjes altijd fundamenteel: afstand doen van je eigen belang (zelfs van wat je zelf hoogstnodig hebt), opdat er voldoende leven zou zijn voor velen. Mgr. Romero zegt: “ … En hij – de jongen - moet zich ontdoen van wat hij zelf zo nodig heeft, en toch geeft hij het, en van daaruit komt de vermenigvuldiging van het brood op gang waar iedereen tevreden mee is”.
Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:
Wat hebben de verhalen van de broodvermenigvuldiging uit het evangelie tot nu toe in mijn geloofspraktijk los gemaakt en betekend? Wat leren we daaruit?
Hoe kunnen wij de profetische oproep van Mgr. Romero in deze tekst, naar de economische en politieke elite toe, concreet maken in onze omgeving?
Wat betekent deze tekst van Mgr. Romero voor onze motivatie om zelf actief te participeren in de opbouw van onze samenleving? Op welke terreinen kunnen en willen we mee op de barricade staan voor het algemeen welzijn van meer (kwetsbare) mensen?
Ludo Van de Velde
Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.
Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 19. Zeventiende zondag door het jaar-B – 28 juli 2024.
Het zijn de verantwoordelijken die het moeten doen.
“De economische ellende die we nu meemaken – zo zeggen de politici van ons land – zal niet worden opgelost als de politieke crisis die het land overweldigt niet eerst van de baan is. Want pas wanneer het land zijn politieke crisis heeft opgelost, zal het opnieuw genoeg vertrouwen en steun verwerven om de andere problemen het hoofd te kunnen bieden. Anders zullen alle getroffen maatregelen totaal nutteloos zijn en alle overheidsprojecten zullen niets meer worden dan sirenenzang.”
“Ik ben blij dat deze oproep samenvalt met een moeilijk en dringend probleem waar de Kerk al een tijdje op wijst, en dat nu sterker dan ooit onder de aandacht wordt gebracht. De Kerk is echter niet van plan om dit zelf aan te pakken en op eigen houtje aan oplossingen te werken, maar ze wijst wel met nadruk op de urgentie hiervan.”
“Maar hoe dan ook: het zijn de verantwoordelijken die het moeten doen.”
Aartsbisschop Romero citeert een publicatie van de Independent Journalism Agency (API), om de nadruk te leggen op de urgentie van het oplossen van de politieke crisis, met als gevolg daarvan het herstellen van het vertrouwen en het verwerven van de steun van de bevolking om de onderliggende economische problemen te kunnen oplossen. De verkiezingen van 2021 en van februari en maart 2024 bevestigden nog een keer extra de enorme politieke crisis in El Salvador: de kiezers hebben de afgelopen decennia de aanwezigheid van sterke partijen in de volksvergadering teruggeschroefd en de deur geopend voor een nieuwe partij, hopend dat die een bijdrage zou kunnen leveren aan de zoektocht naar oplossingen voor de politieke crisis. Er worden op dit moment wetten gemaakt die niet in de smaak vallen bij andere partijen, noch bij vertegenwoordigers van het middenveld (Ngo’s en anderen), die zich dan ook verzetten tegen de acties van de huidige regering. Anderen stellen vooral de manier waarop en de methodologie van de acties van het Parlement in vraag. En ondertussen wordt de crisis blijkbaar eerder erger dan dat er vooruitgang wordt geboekt in het oplossen ervan. De verkiezingen voor de president en het parlement, en voor de gemeentelijke overheden (in februari en maart 2024) hebben het politieke landschap van El Salvador volledig veranderd. De kiezers gaven een absolute meerderheid aan de partij onder leiding van de uittredende president. Het land wordt geconfronteerd met nieuwe uitdagingen om de crisis op te lossen, een crisis die te maken heeft met het herstellen van het politieke vertrouwen vanwege het volk, de democratische participatie, de trouw aan de grondwet, de transparantie in het openbaar bestuur, enz.
Mgr. Romero zegt dat het niet de rol van de Kerk is om de crisis op te lossen, maar hij wijst wel op de urgentie hiervan: “… Het zijn de verantwoordelijken die het moeten doen.” Het is de moeite waard om de pastorale brief van de huidige Aartsbisschop van San Salvador te lezen en er goed over na te denken, en ons door de inhoud ervan te laten leiden in ons politieke werk. We lazen onlangs op sociale netwerken ‘dat de strijd op straat plaatsvindt…’ Het lijkt ons nochtans eerder zo te zijn dat het fundamentele deel van de politieke strijd zich veeleer afspeelt in het politieke bewustzijn van het Salvadoraanse volk. Het heeft geen zin mensen in San Salvador met bussen de straat op te sturen, als we niet eerst met hen een nieuw proces van constructief kritisch politiek bewustzijn aangaan. De politieke crisis zal van onderaf worden opgelost, wanneer de armen zich bewust worden van hun realiteit en hun politieke verantwoordelijkheid. De akkoorden van het einde van de oorlog (1992) veroorzaakten een enorme demobilisatie van de volksorganisaties en een achteruitgang in de politieke vorming van zowel de oorlogsgeneratie zelf als van de naoorlogse generaties. De tien jaar waarin het FMLN aan de macht was (2009-2019), veranderden niets aan deze dynamiek van volksdemobilisatie.
“… Het zijn de verantwoordelijken die het moeten doen.” Ja, maar wie is verantwoordelijk voor het oplossen van de politieke crisis? Het lijkt ons dat het in de eerste plaats de mensen zelf zijn die zich bewust moeten worden van hun noodzakelijke democratische deelname aan de politiek, en dat niet alleen op het moment dat er verkiezingen zijn, maar bij alle politieke activiteiten. Het geschreeuw en de publicaties van de leiders van de civiele samenleving zijn niet genoeg. Persconferenties of radio- en tv-netwerken met presentaties van de president, of berichten op X of op Facebook – ze zijn niet voldoende. Ook de verklaringen van volksvertegenwoordigers zijn niet voldoende. Zonder de actieve, kritische en doelbewuste deelname van het georganiseerde volk kunnen noch de politieke crisis, noch de economische structuren van onrechtvaardigheid die eraan ten grondslag liggen worden opgelost. Daarom zullen de vormingsprocessen (vanuit scholen, vanuit Kerken, in coöperaties en vakbonden, aan universiteiten,…) heel belangrijk zijn en blijven om te zorgen voor een nieuwe impuls ten bate van een vernieuwd politiek bewustzijn. De Kerken zelf kunnen zich niet beperken tot algemene opmerkingen of reflecties over de thema’s van het liturgisch jaar of tot intra-kerkelijke aangelegenheden. Het Evangelie van Jezus moet een zuurdesem zijn voor de transformatie van mensen en hun organisaties. Zou het hoofdwerk van de Kerken daar niet moeten liggen?
In zijn vierde pastorale brief schrijft José Luis Escobar Alas, de huidige Aartsbisschop van San Salvador: ‘De vorming die de Kerk biedt moet een opleiding zijn die de nieuwe generaties personaliseert, gebaseerd op een diepgaande kennis van hun nationale geschiedenis; een opleiding die een intergenerationele dialoog mogelijk maakt, zodat de huidige generatie zichzelf kan verrijken met de erfenis van vorige generaties; ze moet mee gevoed worden door de visie van de mensen uit de generatie van vandaag, en hun missie moet voorgesteld worden als deze van die generatie die ooit de leiding zal hebben over de nabije toekomst van hun geschiedenis. Het moet een kritische opvoeding zijn, die objectieve en nuchtere reflectie mogelijk maakt als een middel om die elementen te overwinnen die nooit meer in iemands (persoonlijke en nationale) geschiedenis mogen worden herhaald. Dit alles moet nieuwe generaties in staat stellen om op te groeien vanuit minder menselijke levenscondities naar meer menselijke omstandigheden.’ (138). Deze missie is de taak van iedereen. We hoeven niet bang te zijn. Maar we moeten wel weten: in en vanuit de kerkelijke gemeenschappen hebben we een enorme historische verantwoordelijkheid.
Tere en Ludo Van de Velde
Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog een andere reflectie op basis van enkele citaten uit dezelfde homilie van Mgr. Romero, uitgesproken op de Zeventiende zondag door het jaar-B, 29 juli 1979, met een overdenking erbij van mijn eigen hand (2015), later opgenomen op de St. Matthew’s Radio van de Anglicaanse Kerk in de VS:
232 Ser la voz de los que no tienen voz:
Deze reflectie was oorspronkelijk geschreven voor zondag 25 juli 2021, en werd nu herzien voor de Zeventiende zondag door het jaar-B, 28 juli 2024. Voor deze overdenking hebben wij een citaat genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Zeventiende zondag door het jaar-B, 29 juli 1979. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo V, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 157-158.