17e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

17° ZONDAG DOOR HET JAAR - B

GODELIEVEPAROCHIE ROESELARE – 24 en 25 juli 2021

Lezingen: 2 Koningen 4, 42-44 en Johannes 6, 1-15

Inleiding op de lezingen

Twee citaten, en twee recente berichten uit de media, om te beginnen: “Ik vind oud brood niet hard. Géén brood, dàtis hard.”

  • uit het boekje ‘Brood én rozen voor iedereen’ van Lieven De Pril, met getuigenissen van mensen die in armoede leven.

‘Er zijn in de wereld mensen die zo arm zijn,

dat God hen niet kan verschijnen tenzij in de vorm van een brood…’

– een uitspraak van Mahatma Gandhi.

13 procent van de Vlaamse bevolking leeft in armoede of sociale uitsluiting

HLN.be - 14-07-21,Bron: Belga *Dertien procent **(dat is één op acht) van de inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in 2020 in armoede of sociale uitsluiting. Dat komt overeen met 850.000 personen. Dat blijkt uit cijfergegevens van Statistiek Vlaanderen. Het leeuwendeel van die personen **is werkloos (60 procent). Verder ligt de armoedegraad ook hoger bij personen uit eenoudergezinnen (36 procent), huurders (33 procent) en laaggeschoolden (26 procent). Een andere belangrijke groep vormen de personen die geboren zijn buiten de Europese Unie (39 procent). *

Coronapandemie doet wereldwijde hongersnood met een vijfde toenemen

HLN.be - 12-07-21, Bron: Belga *De coronapandemie heeft gezorgd voor een grote toename van het aantal personen die in 2020 wereldwijd met hongersnood kampten, zo meldt de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) vandaag in een rapport.* *De wereldwijde hongersnood nam in 2020 met 18 procent of ongeveer 118 miljoen mensen toe tot een cijfer tussen de 720 en 811 miljoen personen. Dat is de grootste stijging in minstens vijftien jaar tijd, en dat is deels te wijten aan de coronapandemie.Daarmee komt de doelstelling om tegen 2030 de hongersnood uit de wereld te *helpen compleet in het gedrang. Gode-lieve mensen, ik nodig u uit om, met deze gegevens in het hoofd, in het hart en in het geweten, aandachtig te luisteren naar de Schriftlezingen van vandaag, om te horen of die ons daar misschien iets over te vertellen hebben…

Homilie

Gode-lieve mensen, weten jullie wat het grote probleem was bij de broodvermenigvuldiging? Daar zaten vijfduizend individuen in het gras – dat zijn letterlijk vijfduizend ‘ondeelbaren’… Of op zijn minst: allemaal mensen die er van overtuigd waren / die zich hadden laten aanpraten / die op school en thuis hadden ‘geleerd’… dat elke mens een ‘individu’ is – en dat hij of zij dus per definitie niet verder kan opgedeeld worden. Het woord ‘individu’ is in het Latijn (‘individuum’) een vertaling van het Griekse ‘atomos’. Dit betekent letterlijk ook ‘niet-deelbaar’. Een groep ‘individuen’, een aantal ‘individualisten’ zou je dus ook kunnen beschouwen als een groep ‘atomen’ – en een wereld vol ‘individualisme’ dreigt dan algauw een soort van sluipende en sluimerende ‘atoombom’ te worden. Welnu: het is op deze ‘atoombom’ dat onze Westerse wereld leeft, zonder het te beseffen. Enkel dat kleine jongentje met zijn vijf broden en twee vissen was bekwaam / was bereid om wat hij had uit handen te geven, te breken en te delen. Zodoende heeft hij daar bij de vijfduizend hongerende mensen op het groene gras indertijd op zijn eentje en haast zonder het te beseffen die tikkende atoombom ontmanteld en ontmijnd. Alleen hij durfde te zegenen (bene-dicere!) en te danken voor het weinige dat hij gekregen had – niet zelf gepresteerd of verdiend - , en alleen hij kon zeggen: ‘Ik heb meer dan genoeg’. Alsof hij wist wat in een ander evangelie staat: ‘Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je alles weer weggeven…’ (Matt. 10,8). Dat jongentje waarover hier wordt verteld, dat zo argeloos en zo naïef zijn vijf broodjes en twee visjes (door zijn mama zorgvuldig in aluminiumfolie gewikkeld) aan de leerlingen afgeeft wanneer blijkt dat er honger is en tekort, was nog te klein en te jong om al een ‘individu’ te (willen) zijn. Maar hij leert ons in al zijn naïviteit een geweldige les. Zijn eenvoudige boodschap is: ‘Het is niet goed dat iemand honger lijdt’. Zijn kleine verzet en zijn grote overgave hebben grote verdeelsleutels in beweging gezet. Want er blijkt dan ineens genoeg te zijn voor iedereen – ja, er zijn na het delen zelfs nog heel wat resten over. Met dat simpele gebaar van dat kleine jongentje begint het verhaal van een nieuwe wereld. Zo kan het ook ons vandaag vergaan. Als wij dat willen, kan elk gratuite geste van ‘kleine goedheid’ die wij hier en nu vanuit onszelf of vanuit onze gemeenschap stellen, zienderogen uitgroeien – niet alleen tot een ‘vrijwillige deeleconomie’, maar zelfs tot een structurele en verplichte binnenlandse en internationale vorm van netwerkvorming en sociale zekerheid. Dat kleine jongentje uit het evangelie van de broodvermenigvuldiging zou vandaag zondermeer tot ieder van ons zeggen: ‘Wir schaffen das!’ Zoals u weet eindigde Marc Sleen zijn stripverhalen altijd met een grote wafelenbak waarin alle medespelers, vrienden en rivalen, samen aan tafel gaan. Daar zit een sterke gedachte achter, meer nog, een grote, naïeve droom, een visioen zelfs van een wereld die niet vecht voor de brokken, maar die ze verzamelt in twaalf korven (dat is: precies genoeg voor elke leerling van Jezus om er de volgende dag mee aan de slag te gaan!) en die samen het voedsel deelt dat beschikbaar is. Een gedroomde wereld van ‘com-panen’, van ‘com-pagnons’ en ‘co-pains’ dus… Het evangelie van de broodvermenigvuldiging is een tafereel dat diezelfde droom weergeeft. Het is geen fata morgana, geen luchtspiegeling, geen straf verhaal over een zoveelste mirakel dat Jezus heeft verricht - maar is een opdracht voor ons: ‘Geef gij hun maar te eten.’ Er zal nog heel wat politiek en economie, en er zullen nog heel veel handelsakkoorden aan te pas komen voor het zover is. Er moeten nog heel veel sluipende ‘atoombommen’ van individualisme ontmijnd worden, en nog heel veel wapens worden omgesmeed tot ploegscharen. De grote uitdaging voor het Volk Gods, voor de Kerk vandaag is: deze dromen en visioenen uit de Schrift in leven houden als waren het waarachtige woorden van God. Die dromen en visioenen koesteren, spellen en indien nodig helpen ontraadselen – zeker voor kinderen en jonge mensen. Ze niet enkel in verband brengen met een ver en vroom-verspiritualiseerd verleden, maar ze koppelen aan een toekomst die tot heil van heel de wereld strekt. ‘I have a dream…’ Dat zeggen en zingen we toch op één of andere manier in elke liturgische bijeenkomst? En dan die droom op zondag keer op keer tastbaar aan elkaar doorgeven in oude woorden en gebaren, bijvoorbeeld in het danken en zegenen, in het breken en delen van brood en wijn. Om er een levensprogramma van te maken. Van deze Bijbelse bevlogenheid en deze trouwe liturgische bezigheid, van deze religieuze bekommernis én deze maatschappelijke betrokkenheid hangt letterlijk het lot van heel de wereld af…
Concreet: wat kunnen we – wat moeten we doen..?

We moeten meer OUT OF THE BOX leren denken, zoals dat jongentje…

‘Out of the box-denken’ is een geworden in . Daarmee wordt bedoeld: het bestaande van een organisatie doelbewust doorbreken. Het verhaal van de broodvermenigvuldiging is een schoolvoorbeeld van zo’n ‘Out of the box – denken’. In dit geval letterlijk: verder leren denken dan de eigen brooddoos…

Een voorbeeld:

Volgens een Oxfam-rapport uit 2019 bezaten de zesentwintig rijkste mensen ter wereld evenveel als de armste helft van de mensheid. Zesentwintig tegenover drie en een half miljard. Dat kan nooit goed aflopen. Vroeg of laat komen de mensen met een lege maag naar de landen waar de mensen met een volle maag wonen en eisen zij hun rechtmatige deel op. Dat wordt een apocalyptische uitbarsting van geweld, niet het minst omdat bevoorrechte mensen vrijwel nooit goedschiks hun voorrechten afstaan. Dichter en schrijver, filosoof en grote dromer Geert Van Istendael lanceert in MO* van 14 juni 2021 een ‘volkomen utopisch’ idee om deze schandelijke ongelijkheid in de wereld te lijf te gaan, onder de titel: ‘Hoe kunnen we miljonairs wat minder laten verdienen?’** Moet je horen: *‘Stel, de armste sloeber ter wereld verdient € 1 per dag. Het zal in werkelijkheid minder zijn, maar laten we daar gemakshalve van uitgaan. Dan mag, in mijn voorstel, de rijkste rijkaard ter wereld niet meer verdienen dan duizend maal meer. Dat is geen ouderwets communisme. Wie rijk is blijft rijk in mijn voorstel, zij het niet zo rijk als voorheen: € 1000 per dag is € 30.000 per maand is € 360.000 per jaar. Wie dat te weinig vindt, noem ik een rotbedorven dondersteen. Al het inkomen dat daa**r **boven ligt, moet gaan naar gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs voor de allerarmsten, waar ook ter wereld. Dat gaat *zo onverminderd door tot iedere wereldburger, zonder één uitzondering, een fatsoenlijke gezondheidszorg annex sociale zekerheid, een fatsoenlijk dak boven het hoofd en een fatsoenlijke gratis school voor de kinderen heeft. *Let wel: mijn voorstel is voor de rijken tegelijkertijd egoïstisch én altruïstisch. * *Want als rijkaard heb je er alle **belang bij om de allerarmste **zo snel mogelijk méér te laten verdienen. Verdient de allerarmste per dag € 2, dan krijgt de allerrijkste € 2000 per dag, ofwel 60.000 per maand, ofwel € 720.000 per jaar. Brengt **de arme sloeber *het tot € 3 per dag, dan krijgt de rijke patser € 3000, dat is € 90.000 per maand en € 1.080.000 per jaar. Enzovoort. Hoe meer geld zij krijgen, hoe meer geld jij mag overhouden. Maar rijk eigenbelang is op die manier tenminste vastgeklonken aan het belang van de armsten der armen. *Van zodra de berooidste der berooiden in de berooidste uithoek op aarde eindelijk € 1000 per maand verdient, kunnen **alle rijken **van deze wereld *gerust € 1.000.000 per maand pakken. Dat zou voor hen toch ruimschoots genoeg moeten zijn om mee rond te komen in deze moeilijke tijden, mogen we veronderstellen…’ Gode-lieve mensen, weten jullie dat het jongentje uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging twee grote zussen had die heel verschillend van hem waren en een stuk ouder? Het waren ‘TINA’ en ‘WUKNAVANCE.’

‘TINA’ is de afkorting van ‘There Is No Alternative’ (er is geen alternatief)

Dit was tijdens de jaren ‘tachtig’ van de vorige eeuw de favoriete uitspraak van de Britse eerste Minister . Zij gebruikte deze dooddoener steeds weer om haar ideologie als de enige mogelijke manier van (politiek en economisch) denken en handelen voor te stellen. Het conservatief liberalisme was in haar ogen de enige mogelijkheid om verantwoord om te gaan met en in te spelen op een veranderende wereld…

En ‘WUKNAVANCE’, dat hoeft voor een inwoner uit Roeselare en omstreken helemaal geen commentaar. We kennen nogal wat mensen om ons heen die met deze naam geboren zijn en hem haast dagdagelijks laten klinken… De naam van het jongentje zelf noemt de verteller uitdrukkelijk niet. Dat wil bijbels gesproken altijd zeggen: het kan jij zijn of ik…

Tot slot:

Op een T-shirt dat ik ooit gekocht heb in Tabgha, op de plaats waar naar verluidt de broodvermenigvuldiging zou plaats gehad hebben, staan maar ***vier ***broden afgedrukt. Toen ik daar een opmerking over maakte aan de verkoper, zei hij met een brede glimlach: ‘Dat is bewust zo bedoeld, meneer, opdat je nooit zou vergeten: dat vijfde broodje dat moet gedeeld worden, dat ben jijzelf…’ In het Engels staat op mijn T-shirt gedrukt:

‘Love is like five loavesandtwofish. Always toolittle untilyou start givingitaway…’

‘Liefde is als vijf broden en twee vissen. Altijd te weinig tot je begint te delen en weg te geven…** Dat T-shirt is – bij manier van spreken – de mooiste kazuifel die ik kan dragen bij het voorgaan in de eucharistie… Amen. Van U is de toekomst, kome wat komt. Zo moge het zijn.

geert dedecker

Voorbeden

God, Gij die ons ruimte en vrijheid gunt,

leer ons die vrijheid zo te gebruiken

dat wij anderen de ruimte niet ontnemen,

dat wij ieder mens op onze weg in zijn waarde laten,

en hem of haar proberen te zien met uw ogen.

Maak ons ontvankelijk voor elkaar.

Wees bij degenen die zorgen hebben,

om hun eigen situatie, om hun toekomst,

om hun kinderen of andere geliefden,

om hun gezondheid of hun werk.

Dat zij niet alleen zijn in hun angst of verdriet,

dat troost hen niet ontbreekt.

Gij die onvermoeibaar zijt

in het maken van een nieuw begin,

Gij die steeds opnieuw uw hoop vestigt op mensen,

wees dicht bij hen die moedeloos zijn,

die niet meer durven dromen,

die de hoop verloren hebben

dat de wereld ooit nog leefbaar wordt voor al uw mensen,

dat vrede mogelijk is,

dat de geschiedenis ten goede kan gekeerd worden.

Gij hebt het visioen van recht en vrede In ons hart gelegd.

Laat ons dan niet de moed verliezen

door de overmacht van de feiten.

Help ons ook oog te hebben

voor al het goede dat gebeurt,

voor elk gebaar van ‘kleine goedheid’

dat uw toekomt dichterbij brengt:

mensen die zorgen voor elkaar,

eigenbelang dat niet het zwaarste weegt,

plaatsen waar vergeving groeit, trouw en barmhartigheid,

waar opgestaan wordt tegen alle vormen van dood.

Laat het geloof dat de goede krachten uiteindelijk sterker zullen zijn

in ons niet uitdoven.

Ga met ons mee, en maak ons gaan-de-weg tot Uw mensen. Amen.

** VERKORTE VERSIE:**

“Ik vind oud brood niet hard. Géén brood, dàt is hard.”

  • uit het boekje ‘Brood én rozen voor iedereen’ van Lieven De Pril, met getuigenissen van mensen die in armoede leven.

‘Er zijn in de wereld mensen die zo arm zijn,

dat God hen niet kan verschijnen tenzij in de vorm van een brood…’

– een uitspraak van Mahatma Gandhi.

13 procent van de Vlaamse bevolking leeft in armoede of sociale uitsluiting

HLN.be - 14-07-21,Bron: Belga ***Dertien procent (dat is één op acht) van de inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in 2020 in armoede of sociale uitsluiting. Dat komt overeen met 850.000 personen. Het gaat daarbij vooral om mensen **die **werkloos *zijn, mensen uit eenoudergezinnen, huurders, laaggeschoolden, en personen die geboren zijn buiten de Europese Unie.

Coronapandemie doet wereldwijde hongersnood met een vijfde toenemen

**HLN.be - 12-07-21, Bron: *Belga De wereldwijde hongersnood nam in 2020 met 18 procent toe, en is gegroeid tot een cijfer tussen de 720 en 811 miljoen personen. Dat is de grootste stijging in minstens vijftien jaar tijd. *Daarmee komt de doelstelling om tegen 2030 de hongersnood uit de wereld te helpen compleet in het gedrang. Gode-lieve mensen, laten we proberen met deze confronterende citaten en verontrustende cijfers in het hoofd, in het hart en in het geweten, te luisteren naar de Schriftlezingen van vandaag, om te horen of die ons daar iets over te vertellen hebben…

Homilie

Gode-lieve mensen, weten jullie wat het grote probleem was bij de broodvermenigvuldiging? Daar zaten vijfduizend individuen in het gras – dat zijn letterlijk vijfduizend ‘ondeelbaren’… Allemaal mensen die er van overtuigd waren / die zich hadden laten aanpraten / die op school en thuis en weet ik waar hadden ‘geleerd’… dat elke mens een ‘individu’ is – en dat hij of zij dus per definitie niet verder kan opgedeeld worden. Het woord ‘individu’ is in het Latijn een vertaling van het Griekse ‘atomos’. En ook dit woord betekent letterlijk ‘niet-deelbaar’. Een groep ‘individuen’, en alleszins een troep ‘individualisten’ kan je dus beschouwen als een soort samenklontering van ‘atomen’ – en een wereld vol ‘individualisme’ moet noch min noch meer worden beschouwd als een sluimerende ‘atoombom’. Welnu: het is op dèze ‘atoombom’ dat onze Westerse wereld leeft, zonder het te beseffen. Enkel dat kleine jongentje met zijn vijf broden en twee vissen was bekwaam / was bereid om wat hij had uit handen te geven, te breken en te delen. Zo heeft hij daar bij de vijfduizend hongerende mensen op het groene gras op zijn eentje die tikkende atoombom voor eventjes ontmanteld en ontmijnd. En die grote Dromer en Profeet Jezus van Nazareth heeft dat kleine begin, dat simpele gebaar van kleine goedheid maar al te graag gezegend (bene-dicere!) en er de hemel voor gedankt, om er dan van te laten uitdelen, zonder enige berekening. Dat jongentje waarover hier wordt verteld, was nog te klein en te jong om al een ‘individu’ te kunnen of te willen zijn. Hij leert ons in al zijn naïviteit en vrijgevigheid een geweldige les. Zijn eenvoudige boodschap is: ‘Het is niet goed dat iemand honger lijdt’. Zijn verzet en overgave hebben grote verdeelsleutels in beweging gezet. Want er bleek ineens genoeg te zijn voor iedereen – ja, er waren na het breken en delen zelfs nog heel wat resten over. Maar met dat simpele gebaar begint het verhaal van een nieuwe wereld. Sindsdien kan, als wij dat willen, elk gratuit gebaar van ‘kleine goedheid’ zienderogen uitgroeien – niet alleen tot een ‘vrijwillige deeleconomie’, maar zelfs tot een structurele en verplichte binnenlandse en internationale vorm van netwerkvorming en sociale zekerheid. Dat kleine jongentje zegt vandaag tegen elk van ons zondermeer: ‘Wir schaffen das!’ Het evangelie van de broodvermenigvuldiging spiegelt ons telkens weer die grote, naïeve droom voor, dat visioen van een wereld die niet vecht voor de grootste brokken, maar ze liever verzamelt in twaalf korven om er de volgende dag mee aan de slag te gaan. Want zo is het: de leerlingen van Jezus moeten van dat gebaar van dat jongentje met die twaalf volle korven overschot in de armen vanaf ‘the day after’ een bestendige opdracht maken, een ‘perpetuum mobile’ dat in brede cirkels uitdeint over de hele wereld. Het is daarbij vooral een kwestie van ‘Out of the box’ te leren denken - letterlijk: verder leren denken dan de eigen brooddoos…* Minder ‘individu’ worden dus, en (nog) meer gemeenschap vormen in Jezus’ naam…***

Gode-lieve mensen, weten jullie dat het jongentje uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging twee grote zussen had die een heel stuk ouder waren en heel erg verschillend waren van hem? Zij zaten daar vlak naast hem op het groene gras, en ze hebben er hem met alle mogelijke middelen proberen vanaf te houden om zijn vijf pistoleetjes en zijn twee sardientjes in alluminiumpapier gewikkeld zomaar uit handen te geven. ik ben via-via de namen te weten gekomen van die twee grote zussen. Het zijn ‘TINA’ en ‘WUKNAVANCE.’

‘TINA’ is de afkorting van ‘There Is No Alternative’ (er is geen alternatief)

Tijdens de jaren ‘tachtig’ van de vorige eeuw was dit de favoriete uitspraak van de Britse eerste Minister , de ‘Ijzeren Tante’. Zij gebruikte deze dooddoener steeds weer om hààr ideologie als de enige mogelijke manier van (politiek en economisch) denken en handelen voor te stellen; het conservatief liberalisme.

En ‘WUKNAVANCE’, dat hoeft voor een inwoner uit Roeselare en omstreken helemaal geen commentaar. We kennen nogal wat mensen om ons heen die met deze naam geboren zijn en hem haast dagdagelijks in onze oren laten klinken…

Let wel:** de naam van het jongentje** zelf met zijn vijf broodjes en twee visjes noemt de verteller uitdrukkelijk niet. Dat wil bijbels gesproken altijd zeggen: het kan jij zijn of ik…

Gode-lieve mensen, op een T-shirt dat ik ooit gekocht heb in Tabgha, op de plaats waar naar verluidt de broodvermenigvuldiging zou hebben plaats gehad, staan maar ***vier ***broden afgedrukt. Toen ik daar een opmerking over maakte aan de verkoper, zei hij met een brede glimlach: ‘Dat is bewust zo bedoeld, meneer, opdat je nooit zou vergeten: dat vijfde broodje dat moet gedeeld worden, dat ben jijzelf…’ Dit T-shirt is – bij manier van spreken – de mooiste kazuifel die je als voorganger op zo’n zomerse zondag als deze in de eucharistie kunt dragen. Er staat in grote letters op gedrukt:

‘Love is like five loavesandtwofish. **Always toolittle, *untilyou start givingitaway…’ ***

‘Liefde is als vijf broden en twee vissen. Het is altijd te weinig*,*** ***tot je begint *uit te delen en weg te geven…

‘Zie, Ik ga iets nieuws beginnen…’, zegt Jezus ons vandaag. ‘Het is al bezig, zie je het niet?’ (in deze dagen bijvoorbeeld in het verdronken land aan de Waalse kant van ons klein landje) Kom, beste Gode-lieve mensen, laten we er verder samen aan mee doen en aan voort doen, jij en ik. Wat onze grote oudere zussen Tina en Wuknavance er ook mogen over zeggen. Deze parochiegemeenschap heeft al lange tijd én terecht de naam en de faam van een brekende en delende gemeenschap te zijn. Goe bezig! Houden zo, zou ik zeggen. Nog een tandje bijsteken als het kan, straks in het ‘nieuwe normaal’. …

‘I have a dream!‘ ‘Wir shaffen das!’ Amen. Zo moge het zijn.

geert dedecker


‘Out of the box-denken’

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie ‘Out of the box-denken’ - Buiten het kader denken (: thinking outside the box) is een in . De Engelse term betekent het buiten de doos-denken, waarbij met de doos het bestaande van een organisatie wordt bedoeld. Binnen organisaties dreigt het gevaar van , waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert. Om hardnekkige problemen te boven te komen, moet men soms buiten de bestaande denkkaders kunnen treden. Dit wordt bereikt door technieken zoals te gebruiken.

Het verhaal van de broodvermenigvuldiging in het evangelie is een schoolvoorbeeld van het ‘out of the box – denken’. Letterlijk: verder leren denken dan de eigen brooddoos…

Tina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie Tina kan verwijzen naar: (er is geen alternatief), een uitspraak van

Er is geen alternatief. Of toch?

DeWereldMorgen - zaterdag 8 november 2014

Na de grootse betoging van de vakbonden afgelopen donderdag 6 november, liet Bart De Wever die zelfde avond nog stellig weten dat “er geen alternatief is”. Een goed jaar na het overlijden van Margaret Thatcher komt haar favoriete machtspreuk terug bovendrijven. Tijdens de jaren 80 van vorige eeuw gebruikte de Britse Eerste Minister deze dooddoener om haar ideologie als de enige mogelijke werkelijkheid voor te stellen: het conservatief liberalisme van Thatcher zou de enige oplossing zijn om om te gaan met een veranderende wereld. De rest werd, zoals we hebben mogen ervaren, geschiedenis. Volgens Fukuyama zelfs het einde van de geschiedenis. Samen met zijn liberale collega’s wil Bart De Wever ons vandaag van eenzelfde feitelijkheid overtuigen: deze regeringsbeslissingen zijn de enige juiste. In de hoofden van de heren en dames politici van liberale strekking en hun ondersteunende schare bedrijfsleiders zal dat best zo zijn: om op deze manier winsten te kunnen blijven maken, is er geen andere mogelijkheid. Besparingen zijn de enige optie. Wat echter volledig vergeten wordt, is het eenvoudige feit dat deze ‘oplossing’ niet meer is dan een simpele keuze. Een beredeneerde keuze, ja zelfs, een gelegitimeerde keuze (de kiezer had immers beslist, toch?). Maar de enige keuze? Verre van. Dat Bart De Wever vandaag claimt dat er geen alternatief mogelijk is, heeft niet zozeer te maken met het feit dat de wereld geen alternatief toestaat, maar veel meer met het feit dat De Wever en consoorten die wereld hun keuze willen opdringen. Het is eenzelfde dynamiek als tijdens het bewind van Thatcher: de samenleving is vandaag zoals ze is, niet omwille van het feit dat ze enkel zo kan zijn, maar omwille van het feit dat de groten der aarde hebben beslist dat ze die richting uit moet. De huidige socio-economische conjunctuur en de nood om erop te besparen heeft met andere woorden niets te maken met een noodlottige gegevenheid van de werkelijkheid, maar alles met bepaalde wensen over hoe die werkelijkheid eruit zou moeten zien. Maarten Luther bepleitte dat elke goede koning een brood in zijn wapenschild zou zetten in plaats van een leeuw. Door dat te doen zou hij zichzelf en zijn onderdanen er bestendig aan herinneren dat het hun ambt is om voor vrede en brood te zorgen. Wanneer zij op deze wijze zouden regeren, dan pas zouden zij kunnen spreken van ‘De kracht van verandering’, en zouden zij het respect van alle burgers verdienen.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, hoe makkelijk en vaak onbewust komt het niet keer op keer over onze lippen. Hoe vaak passen we het niet toe op ons eigen persoonlijk leven. Maar er staat niet ‘geef mij’ – er staat ‘geef ons’, het is een gebed van de gemeenschap. Het moet een tekeergaan zijn tegen een wereld van hebzucht, tegen een situatie van overvloed hier en dientengevolge armoede elders. Het moet ook een bezinning zijn op mezelf: versta ik wat ik bid? Hoor ik wat ik zeg? Een tekeergaan dat tevens een onderwijzing is, een spiegel van mijn eigen leven, zo vaak ook gevuld met verwerven van geld en goed, met brood voor morgen en overmorgen.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, die woorden lezen en bidden in het licht van de gebeurtenissen in de wereld, en steeds meer ook aan onze eigen grenzen, dat is een uitdaging. Het roept de vraag op of we die woorden dan opnieuw kunnen verstaan en interpreteren als een verantwoordelijke opdracht die voortkomt uit onze vrijheid: om te zorgen dat er brood is voor allen en voor allen toegang tot onderwijs. Misschien ligt daar wel de sleutel tot veiligheid en waarborging van onze vrijheid, eerder dan in betere wapens, grotere hekken en strengere beveiliging van onze grenzen.

Wat kunnen we doen? Belang van ZIEN EN HOREN van de HONGER DANKEN EN ZEGENEN het kleine groot maken, het schijnbaar onbeduidende zijn volle betekenis geven, de mens in zijn inzet optillen boven het gewone, zó kennen we Jezus! Dan raakt niet enkel het brood niet op, maar kan alles overvloedig worden: een kwartiertje uittrekken voor een bezoek aan een zieke zal ervaren worden als een lange namiddag aangenaam gezelschap; een vriend onverwacht helpen met een paar klusjes, is voor hem als had je het hele huis opgeknapt…

DE OGEN OPSLAAN NAAR DE HEMEL Het BROOD UIT HANDEN GEVEN en HET DAARNA VERRIJKT TERUG ONTVANGEN

Brood is een gave van God: het is er om te worden gezegend, gebroken en vermenigvuldigd. ‘Er zijn mensen in de wereld die zo arm zijn, dat God hun niet kan verschijnen tenzij in de vorm van een brood’, heeft Mahatma Gandhi ooit gezegd.

Dat allemaal vóór het BREKEN EN DELEN (‘activisten’ vergeten dat vaal allemaal een plaats en een tijd te geven in hun overgrote haast om de honger van de menigte proberen te stillen)

Resoluut kiezen voor meer solidariteit: leren delen, her-verdelen, geloven in het weinige dat je hebt en kan doen, dat als gemeenschap verzamelen en ervan uitdelen aan al wie ‘honger’ heeft… Solidariteit komt (gelukkig!) snel op gang in noodsituaties (cfr. de recente watersnood) zeker als het dicht bij ons bed is en als het gaat om mensen die nogal op ons gelijken… (het had ik kunnen zijn, het had ons ook kunnen overkomen…) We moeten van die spontane solidariteitsgevoelens en –gebaren proberen een BESTENDIGE OPDRACHT te maken – omzetten in vaste afspraken en structuren (zie de twaalf korven met overschot die op het einde van het verhaal blijven staan) Dat is profetischer en aantrekkelijker dan het vage goed-zijn-voor-elkaar model.

OASES van rust creëren in de woestijn – groene vlakten waar zij die honger hebben kunnen gaan zitten en tot rust kunnen komen. WERELDWIJD leren KIJKEN en OUT OF THE BOX leren denken INGAAN tegen de MENTALITEIT van ‘stuur ze weg – laat ze zelf eten gaan kopen… een innerlijk en uiterlijk verweer opbouwen daartegen BLIJVEN BIDDEN – maar wat is ‘bidden’ in deze context? BLIJVEN EUCHARISTIE VIEREN

Als wij christenen vertrouwen dat Jezus het Brood des levens is, dan spreken we geen dogma uit, maar we vertellen een verhaal dat een programma inhoudt: hoe kunnen wij, hier en nu, bijvoorbeeld op deze parochie,- maar ook in de ruimere wereld - het brood van het leven blijven delen zodat er genoeg is voor iedereen? Dit houdt keuzes in om vanuit de blik van de verliezers van onze samenleving te leren kijken naar de woestenij van deze wereld. Het is in de blik van de arme, de zieke, de gevangene, de hongerige, de vereenzaamde, de gekwetste mens, de vluchteling, dat ik de vraag zie om het brood van het Leven te delen: en het is mijn blik naar deze mens toe, die kan leven geven, vaak in bescheiden gebaren en eenvoudige woorden van ‘kleine goedheid’… Doen wat kan, de Man van Nazareth achterna…. Elke zondag is de eucharistieviering een oefening om ons deze opdracht eigen te maken: als compagnons op weg te gaan, in een wereld die vaak een woestenij is, er op vertrouwend dat het ooit waar wordt, mede door onze handen: een nieuwe wereld, waar elke dag brood genoeg, en water is, voor allen…

Elke eucharistieviering die wij vieren is een vooruit-spelen op dit visioen van een samenleving waarin allen kunnen en willen delen, en waar voor eenieder méér dan genoeg blijkt te zijn. Het gaat in het evangelie immers om de komst van het Rijk Gods - dat is: een mededeelzame, een solidaire samenleving. Een ‘beetje’ brood, een beker wijn in elke eucharistie die wij vieren: mogen zij nu zoals toen steeds weer uitnodigend in ons midden aanwezig blijven als oproep om wat we zijn en wat we hebben te delen met mensen die we, waar ook, mogen ontmoeten. Kerk is: waar evangelie wordt gedààn, waar gemeenschap écht begint te lukken. Een mens heeft twee handen om te geven, en twee om te ontvangen. Die om te geven reiken het verst. Gemeenschap gebeurt, waar kortzichtigheid zich omkeert, zich bekeert tot vergezichten van hoop en visioenen van vrede. Eucharistie vieren is verzet, een alternatief gebaar tegen een cultuur van steeds meer voor steeds minder mensen. Om voorgoed te weten: als je het brood dat je hebt maar blijft breken, is er voor iedereen genoeg. Het evangelie draait er om, dat er gedeeld wordt, niet dat er vermenigvuldigd wordt. Het is geen verhaal van magie, maar van diaconie. Het gebaar, dat er bij hoort, is dat van uitdelende handen. Het wonder komt op gang, zodra er één afstand doet van wat hij heeft, afstand van het hebben. Alle delen leidt op één of andere manier tot genoeg voor iedereen, het steeds maar vermenigvuldigen daarentegen loopt fataal uit op tekort voor velen. Dat is bijbelse rekenkunde, elementaire mathematica uit Israël… Dat deelgebaar, die handreiking, die mime van mededeelzaamheid beheerst elke eucharistieviering. De tafeldienst is een stilering van het evangelie van de broodvermenigvuldiging, een permanente leerschool voor diaconaal bestaan. Zo moet echte liturgie bedoeld zijn. Het bijbelse verhaal beluisteren, en solidariteit voelen groeien. Uitgetild worden boven de eigen onmacht. En terwijl de Schriften zich ontvouwen, diep in jezelf ervaren: dit woord gaat vandaag nog in vervulling, als ik het wil. En dan tenslotte afspreken om mekaar nooit meer los te laten. Tot volgende week dus, broeders en zusters!

De broodvermenigvuldiging als model van een mededeelzame, solidaire samenleving.

De broodvermenigvuldiging is een wonder verhaal dat pleit voor datgene wat levensnoodzakelijk is. Een droom die aansluit bij onze visioenen van ‘genoeg voor iedereen’ en ‘een menswaardig bestaan voor alle mensen ‘. Een verhaal dat tegelijk ontmaskert : de lichte paniek, die bij de leerlingen wordt blootgelegd. De angst van: ‘ Hoe moet dat nou? Is er wel genoeg? Kom ik er zelf niet aan te kort?’ Momenten waarop vaak de hebberigheid toeslaat. En dat terwijl er zoveel is! Er wordt zelfs nog verzameld wat er over is, manden vol… Zo’n verhaal zet je midden in onze werkelijkheid. Er is genoeg. Laten we dat eerst maar vaststellen. Je moet eens kijken wat er wordt weggegooid. Wordt er in onze tijd nog weleens verzameld wat over is? En toch blijven we maar zweren bij een groei-economie van telkens meer en nog meer en nieuw en beter. Een naar binnen gekeerde economie van ieder voor zich en God voor ons allen. Met alle gevolgen en slachtoffers van dien. Want in het voetengetrappel en tussen de grijperige handen komen mensen te kort aan het broodnodige. Omdat er zoveel paniek en angst is…

Het evangelie levert ongezouten kritiek op de angst van de mogelijke delers. Er is echt genoeg voor iedereen, zegt het verhaal. Maar je wordt zo hebberig als je je door je angst laat leiden. Je wordt blind, als je niet kijkt naar de echte broodnood van mensen. De aarde heeft genoeg voor ieders nood, zegt het evangelie, niet voor ieders grijpgrage handen. Als je maar wilt delen wat je hebt, dan komen dromen uit. Dan worden visioenen waar. Dan zullen we weten wat leven en samen-leven is. We zullen zien hoe God zelf brood wordt en mensenrecht. En dat er altijd brood genoeg is voor elke hongerige menigte.

Wij hebben geen economie meer op mensenmaat. Een rijke wereld die krampachtig vasthoudt aan zijn verworvenheden, zijn rijkdommen en privileges, heeft nochtans geen enkele toekomst. Tegen dat soort perverse economie is maar één remedie opgewassen: dagdagelijks leren breken en delen. Het wonder inoefenen van de broodvermenigvuldiging.

Jezus toont ons voor hoe je met iets kleins – vijf broden en twee vissen –een begin kunt maken van her-verdeling, en hoe dan de navolging van dit kleine begin een grote menigte / de hele wereld misschien / kan voeden… Dit houdt meteen een programma in , een opdracht voor elk van ons: hoe proberen wij dat, voor iedereen genoeg, niets te veel, niemand te weinig, hoe vertalen wij dat individueel, maar ook politiek, sociaal economisch…? Het eigenlijke probleem van onze wereld is niet de schaarste, het tekort, maar de eerlijke verdeling van de overvloed. ‘de aarde heeft genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht’, heeft Gandhi ooit gezegd.

In het rijke Vlaanderen is veel van die armoede verborgen. Als het in de evangelielezing van vandaag gaat over brood, dan kun je veronderstellen dat het niet enkel gaat over de letterlijke betekenis ervan. En toch voel ik schroom om het te snel over een zogenaamd diepere betekenis te hebben. Ik heb zelf nooit écht honger of armoede gekend. Dan lijkt het me te gemakkelijk om te beweren dat er belangrijkere dingen zijn in het leven dan de zorgen om het materiële bestaan. In de geschiedenis van het christendom werden zaken als armoede en honger te vaak gespiritualiseerd tot ‘arm-zijn van geest’ en ‘honger naar diepte en zingeving…’ Door de ontmoeting met mensen voor wie het gevecht voor het materiële bestaan een dagelijkse realiteit is, kunnen we echter ook leren dat brood alléén niet volstaat voor een menswaardig leven. Mensen willen ook gerespecteerd en ‘gezien’ worden om wie ze zijn. Willen we dat niet allemaal? En toch leert de wereld ons dat wij elkaars concurrenten zijn en dat we iemand zijn door wat we presteren. De neoliberale tijdsgeest is onbewust ons denken en spreken binnengeslopen. We zijn ons leven bijvoorbeeld gaan denken als een ‘project’ waarin ‘geïnvesteerd’ moet worden. Deze manier van denken en spreken maakt slachtoffers. Niet toevallig is dat een religieuze term. Hoe is bevrijding mogelijk uit deze slavernij, uit dit Egypte? Zijn er plaatsen waar we kunnen oefenen in zien en gezien worden? Zijn er plaatsen waar we kunnen oefenen in brood breken en delen? Een warme samenleving heeft huizen nodig van hoop, plekken van troost en erbarmen, oases waar mensen kunnen genezen door het delen van het brood.

En helemaal tot slot nog dit:

Op een T-shirt dat ik ooit gekocht heb in Tabgha, op de plaats waar naar verluidt de broodvermenigvuldiging zou plaats gehad hebben, staan maar ***vier ***broden afgedrukt. Toen ik hier een opmerking over maakte aan de verkoper, zei hij met een brede glimlach: ‘Dat is bewust zo bedoeld, opdat je nooit dit zou vergeten: dat vijfde broodje dat moet gedeeld worden, dat ben jijzelf…’ In het Engels staat er op gedrukt:

‘Love is like five loaves and two fish. Always too little until you start giving it away…’

‘Liefde is als vijf broden en twee vissen. Altijd te weinig tot je begint te delen en weg te geven…’ Amen. Zo moge het zijn.

“Stuur ze naar huis” zeiden zijn vrienden. Laat ze werken voor hun brood en zorgen voor zichzelf. Geven jullie hen te eten" zei Hij, “ze hebben honger.” Niemand dacht hen te eten te kunnen geven. Behalve een kleine jongen die vijf broden en twee vissen bij zich had. “Hier, je mag ze hebben…” De vrienden keken wat meewarig: vijf broden en twee vissen, wat is dat voor zo’n massa? Een druppel op een hete plaat. Hij nam het brood en de vis en dankte. Hij dankte om de jongen, om die eerste druppel die dan toch maar op de hete plaat was gevallen. Hij zegende het brood, en gaf het daarmee zijn diepste bestemming: in de wereld van God is er brood om gedeeld te zijn. Mensen ook. Daarna reikte Hij brood en vis aan zijn vrienden. “Hier”, zei Hij, “deel maar”. Ze deelden. Allemaal. Er was meer dan genoeg. Als men deelt, is er altijd meer dan genoeg.

Het probleem bij de broodvermenigvuldiging was: daar zaten vijfduizend individuen in het gras – letterlijk vijfduizend ‘ondeelbaren’… Of op zijn minst: allemaal mensen die er van overtuigd waren / die zich hadden laten aanpraten / die op school en thuis hadden ‘geleerd’… dat elke mens een ‘individu’ is – en dat hij of zij dus per definitie niet verder kan opgedeeld worden.

Het woord, ‘individu’ was in het Latijn (‘individuum’) een vertaling van het Griekse ‘atomos’. Dit betekende letterlijk ook ‘niet-deelbaar’. Een groep ‘individuen’, een aantal ‘individualisten’ samen zou je dus algauw ook kunnen beschouwen als een groep ‘atomen’ – en een wereld vol ‘individualisme’ wordt dan algauw een soort van sluipende en sluimerende ‘atoombom’. Welnu: het is op deze ‘atoombom’ dat onze Westerse wereld leeft, zonder het te beseffen…

Alleen dat kleine jongentje met zijn vijf broden en twee vissen was bekwaam / was bereid om wat hij had, uit handen te geven, te breken en te delen. En zo heeft hij daar bij de vijfduizend hongerende mensen op het groene gras indertijd op zijn eentje en haast zonder het te beseffen die sluipende atoombom ontmanteld en ontmijnd. Alleen hij durfde te zegenen (bene-dicere!) en danken voor het weinige dat hij had, en alleen hij kon zeggen: ‘Ik heb meer dan genoeg’. Alsof hij wist wat in een ander evangelie staat: ‘Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je weer weggeven…’ (Matt. 10,8).

Dat jongentje uit het evangelie van de broodvermenigvuldiging, dat zo argeloos en zo naïef zijn vijf broodjes en twee visjes (door zijn mama zorgvuldig gewikkeld in aluminiumfolie) aan de leerlingen afgeeft wanneer blijkt dat er honger is en tekort, was nog te klein en te jong om al een ‘individu’ te (willen) zijn. Hij leert ons in al zijn naïviteit een geweldige les. Zijn eenvoudige boodschap is: ‘Het is niet goed dat iemand honger lijdt’. Zijn kleine verzet en zijn grote overgave zetten grote verdeelsleutels in beweging. Er blijkt genoeg te zijn voor iedereen – ja, er is zelfs nog reserve.

Met dat gebaar van dat jongentje begint het verhaal van een nieuwe wereld. Als wij dat willen, dan kan deze gratuite geste van ‘kleine goedheid’ zienderogen uitgroeien – niet alleen tot een ‘vrijwillige deeleconomie’, maar zelfs tot een structurele binnenlandse sociale zekerheid die gaandeweg wordt omgevormd tot internationale sociale zekerheid. Wij waren hier in België ooit baanbrekend en vooruitstrevend in het uitdenken van zo’n structurele en verplichte solidariteit. Als wij willen, kunnen we op vandaag ook werk maken van nieuwe vormen van verplichte internationale solidariteit. Dat kleine jongentje uit het evangelie van de broodvermenigvuldiging zou vandaag zondermeer zeggen: ‘Wir schaffen das!’

Het probleem van het steeds groeiende ‘individualisme’ in onze maatschappij belet ons de broodvermenigvuldiging letterlijk te nemen en ze in de praktijk te brengen. Kerk begint waar gemeenschap groeit – tégen alle individualisme in. Wonderen kunnen slechts vanuit de gemeenschap gebeuren – ‘individuele’ wonderen bestaan niet, tenzij in het Amerikaanse maatschappijmodel van ‘red jezelf – doe het zelf – maak het zelf’… In die zin getuigen de leerlingen van Jezus in het evangelieverhaal van de broodvermenigvuldiging van een typische ‘individualistische’ en ‘Amerikaanse’, westerse mentaliteit. Zij hadden de oplossing voor het nijpende hongerprobleem van die vijfduizend mensen in het gras direct bij de hand: ‘Stuur ze weg!’ (push-back, weet je wel!!!), ‘Laat ze zelf eten gaan kopen’ – maar laat ze toch niet hier op onze kosten komen leven – dat zou toch al te simpel zijn. Wij zijn toch niet het OCMW van heel de wereld. De vraag naar brood voor elke dag en voor iedereen, is de meest nijpende vraag van heel de mensengeschiedenis. In die vraag balt heel de wereldproblematiek zich samen. En het probleem is niet dat het brood zich niet in voldoende mate zou vermenigvuldigen. Er is in de wereld al lang meer dan genoeg voor iedereen. Het cruciale probleem is veeleer dat van het delen en de eerlijke ver-deling. Wij moeten leren ‘wij’ en ‘ons’ te zeggen, in plaats van ‘ik’ en ‘mijn’ – zeker als het over brood gaat. Wij hebben het gemeenschapsbezit verbroken, en ons toegeëigend wat aan ons gemeenschappelijk werd gegeven.

Marc Sleen eindigde zijn stripverhalen altijd met een grote wafelenbak waarin alle medespelers, vrienden en rivalen, samen aan tafel gaan. Daar zit een sterke gedachte achter, meer nog, een droom, een visioen van een wereld die niet vecht voor de brokken, maar die ze verzamelt in twaalf korven (dat is: precies genoeg voor elke leerling van Jezus!) en die samen het voedsel deelt dat beschikbaar is. Een gedroomde wereld van ‘com-panen’, van ‘com-pagnons’ en ‘co-pains’ dus…

Het evangelie van de broodvermenigvuldiging is een tafereel dat diezelfde droom weergeeft. Het is geen fata morgana, geen luchtspiegeling maar een opdracht: ‘Geef gij hun maar te eten.’ Er zal nog heel wat politiek en economie, en er zullen nog heel veel handelsakkoorden aan te pas komen voor het zover is. Er moeten nog heel veel sluipende ‘atoombommen’ van individualisme ontmijnd worden, en nog heel veel wapens worden omgesmeed tot ploegscharen.

Maar ook al zijn we er nog lang niet, we mogen die droom niet loslaten. Het evangelie is geen verhaal om ons even lekker te ontspannen, maar een oproep om ons te bekeren. Zodat God zelf brood kan worden en mensenrecht. Zodat er op de duur ‘God’ genoeg zou zijn voor iedereen, brood en mensenrecht genoeg voor al wie er naar hunkert en hongert.

De grote uitdaging voor het Volk Gods, voor de Kerk vandaag is: de grote dromen uit de Schrift in leven houden als waren het waarachtige woorden van God. Die dromen koesteren, spellen en indien nodig helpen ontraadselen – zeker voor kinderen en jonge mensen. Ze niet enkel in verband brengen met een ver en duister verleden, maar ze koppelen aan een toekomst die tot heil van heel de wereld strekt. ‘I have a dream…’ Dat zeggen en zingen we toch op één of andere manier in elke liturgie? En dan die droom op zondag aan elkaar doorgeven in oude woorden en gebaren, in het delen van wijn en brood. Om er een levensprogramma van te maken. Alsof we de tafeldienaars van God zelve waren. Van deze Bijbelse bevlogenheid en liturgische bezigheid, van deze religieuze bekommernis en maatschappelijke betrokkenheid hangt letterlijk het lot van heel de wereld af…

De broodvermenigvuldiging is een oefening op kleine schaal in “alternatieve” economie. Zeven is voldoende voor vijfduizend, als wij beginnen met te breken en te delen…

We moeten meer OUT OF THE BOX leren denken, zoals dat jongentje…

‘Out of the box-denken’ is een geworden in . Daarmee wordt bedoeld: het bestaande van een organisatie doelbewust doorbreken. Het verhaal van de broodvermenigvuldiging in het evangelie is een schoolvoorbeeld van het ‘Out of the box – denken’. Letterlijk: verder leren denken dan de eigen brooddoos…

Volgens een Oxfam-rapport uit 2019 bezaten de zesentwintig rijkste mensen ter wereld evenveel als de armste helft van de mensheid. Zesentwintig tegenover drie en een half miljard. Dat kan nooit goed aflopen. Vroeg of laat komen de mensen met een lege maag naar de landen waar de mensen met een volle maag wonen en eisen zij hun rechtmatige deel op. Dat wordt een apocalyptische uitbarsting van geweld, niet het minst omdat bevoorrechte mensen vrijwel nooit goedschiks hun voorrechten afstaan. Dichter en schrijver, filosoof en grote dromer Geert Van Istendael lanceert in MO* van 14 juni 2021 een ‘volkomen utopisch’ idee om deze schandelijke ongelijkheid in de wereld te lijf te gaan, onder de titel: ‘Hoe kunnen we miljonairs wat minder laten verdienen?’** Moet je horen: ‘Stel, de armste sloeber ter wereld verdient € 1 per dag. Het zal in werkelijkheid minder zijn, maar laten we daar gemakshalve van uitgaan. Dan mag, in mijn voorstel, de rijkste rijkaard ter wereld niet meer verdienen dan duizend maal meer. Dat is geen ouderwets communisme. Wie rijk is blijft rijk in mijn voorstel, zij het niet zo rijk als voorheen: € 1000 per dag is € 30.000 per maand is € 360.000 per jaar. Wie dat te weinig vindt, noem ik een rotbedorven dondersteen. Al het inkomen dat daar boven ligt, moet gaan naar gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs voor de allerarmsten, waar ook ter wereld. Dat gaat zo onverminderd door tot iedere wereldburger, zonder één uitzondering, een fatsoenlijke gezondheidszorg annex sociale zekerheid, een fatsoenlijk dak boven het hoofd en een fatsoenlijke gratis school voor de kinderen heeft. *Let wel: mijn voorstel is voor de rijken tegelijkertijd egoïstisch én altruïstisch. * Want als rijkaard heb je er alle belang bij om de allerarmste zo snel mogelijk méér te laten verdienen. Verdient de allerarmste per dag € 2, dan krijgt de allerrijkste € 2000 per dag, ofwel 60.000 per maand, ofwel € 720.000 per jaar. Brengt de arme sloeber het tot € 3 per dag, dan krijgt de rijke patser € 3000, dat is € 90.000 per maand en € 1.080.000 per jaar. Enzovoort. Hoe meer geld zij, hoe meer geld jij. Maar rijk eigenbelang is op die manier tenminste vastgeklonken aan het belang van de armsten der armen. Van zodra de berooidste der berooiden in de berooidste uithoek op aarde eindelijk € 1000 per maand verdient, kunnen alle rijken van deze wereld gerust € 1.000.000 per maand pakken. Dat zou voor hen toch ruimschoots genoeg moeten zijn om mee rond te komen in deze moeilijke tijden, mogen we veronderstellen…’ Lieve mensen, weten jullie dat het jongentje uit het verhaal van de broodvermenigvuldiging twee grote zussen had die heel verschillend van hem waren en een stuk ouder? Het waren TINA en WUKNAVANCE.

‘TINA’ is de afkorting van ‘There Is No Alternative’ (er is geen alternatief)

Dit was tijdens de jaren ‘tachtig’ van de vorige eeuw de favoriete uitspraak van de Britse eerste Minister . Zij gebruikte deze dooddoener steeds weer om haar ideologie als de enige mogelijke manier van (politiek en economisch) denken en handelen voor te stellen. Het conservatief liberalisme was in haar ogen de enige mogelijkheid om verantwoord om te gaan met en in te spelen op een veranderende wereld…

En ‘WUKNAVANCE’, dat hoeft voor een inwoner van Roeselare en omstreken helemaal geen commentaar. We kennen nogal wat mensen om ons heen die met deze naam geboren zijn…

De naam van het jongentje zelf noemt de verteller uitdrukkelijk niet. Dat wil bijbels gesproken altijd zeggen: het kan jij zijn of ik …

Op een T-shirt dat ik ooit gekocht heb in Tabgha, op de plaats waar naar verluidt de broodvermenigvuldiging zou plaats gehad hebben, staan maar ***vier ***broden afgedrukt. Toen ik hier een opmerking over maakte aan de verkoper, zei hij met een brede glimlach: ‘Dat is bewust zo bedoeld, opdat je nooit dit zou vergeten: dat vijfde broodje dat moet gedeeld worden, dat ben jijzelf…’ In het Engels staat er op gedrukt:

‘Love is like five loaves and two fish. Always too little until you start giving it away…’

‘Liefde is als vijf broden en twee vissen. Altijd te weinig tot je begint te delen en weg te geven…’

Amen. Van U is de toekomst, kome wat komt. Zo moge het zijn.


HET VERHAAL VAN DE BROODVERMENIGVULDIGING

BIJBELSE SPIRITUALITEIT IN TIJDEN VAN CORONA EN LOCKDOWN…

Een opstelletje van mezelf, daterend uit 1958 – ‘vijfde studiejaar’. Met de zeer originele titel: ‘Wat ik later worden wil…’ Opgeschreven in zo’n typisch schriftje uit die tijd. Met op de voorkant een tekening van een zaaier die met wijde gebaren het goede zaad van de opvoeding in de aarde liet vallen. En nog wat verkapte reclame erbij: ‘Het papier DE ZAAIER is beter en fraaier…’ En op de achterkant steevast de tafels van vermenigvuldiging. Om voor altijd van buiten (‘uit het hoofd’!!!) te kennen en niet te vergeten. Van ‘delen’ en ‘kennen-par-coeur’ was in de verste verte geen spoor te bekennen… Lees maar gerust welke mijn ‘ambities’ toen waren…

Het probleem bij de broodvermenigvuldiging was, dat daar vijfduizend individuen in het gras zaten – letterlijk vijfduizend ‘ondeelbaren’… Of op zijn minst: allemaal mensen die er van overtuigd waren / die zich hadden laten aanpraten / die op school en thuis hadden ‘geleerd’… dat elke mens een ‘individu’ is – en dat hij of zij dus per definitie niet verder kan opgedeeld worden (verder dan jezelf moet je nooit gaan bij het delen… - eerste en belangrijkste principe van de neo-liberale wiskundeles) Is het niet een mooi woord, ‘individu’? Het klinkt een beetje Frans, maar toch is het authentiek Nederlands, ook al is het uit het Frans geleend. In het Frans betekende het ‘enkeling’ en was afgeleid van het Middeleeuws Latijnse ‘individuum’. Het eerste deel, ‘in’, heeft in dit woord de betekenis ‘niet’. Het tweede deel ‘dividu’ komt van het Latijnse ‘dividere’, wat verdelen, scheiden’ betekent. Letterlijk betekent ‘individu’ dus ‘niet-deelbaar’ en dat is precies ook wat een ‘individu’ is. Een groep kun je verder opdelen, maar een individu niet. Bijkomende merkwaardigheid van dit woord is dat het in het Latijn (‘individuum’) een vertaling was van het Griekse ‘atomos’. Dit betekende letterlijk ook ‘niet-deelbaar’. Een groep ‘individuen’, een aantal ‘individualisten’ samen zou je dus algauw ook kunnen beschouwen als een groep ‘atomen’ – en een wereld vol ‘individualisme’ wordt dan algauw een soort van sluimerende ‘atoombom’. Welnu: het is op deze ‘atoombom’ dat onze Westerse wereld leeft, zonder het te beseffen… Alleen dat kleine jongentje met zijn vijf broden en twee vissen was bekwaam / was bereid om wat hij had, uit handen te geven, te breken en te delen. En zo heeft hij daar bij de vijfduizend hongerende mensen op het groene gras indertijd op zijn eentje en haast zonder het te beseffen die sluipende atoombom ontmanteld en ontmijnd. Alleen hij durfde te zegenen (bene-dicere!) en te danken voor het weinige dat hij had, en alleen hij kon zeggen: ‘Ik heb meer dan genoeg’. Alsof hij wist wat in een ander evangelie staat: ‘Voor niets heb je gekregen, voor niets moet je weer weggeven…’ (Matt. 10,8). Dat jongentje was nog te klein en te jong om een ‘individu’ te (willen) zijn. Het kleine verzet en de grote overgave van dat jongentje uit het evangelie, dat zo argeloos zijn vijf broodjes en twee visjes (door zijn mama zorgvuldig in aluminiumfolie gewikkeld) aan de leerlingen afgeeft wanneer blijkt dat er honger is en tekort, leert ons in al zijn naïviteit een geweldige les. Zijn eenvoudige boodschap is: ‘Het is niet goed dat iemand honger lijdt’. Zijn kleine verzet en zijn grote overgave zetten in één vrij-gevig gebaar ineens grote verdeelsleutels in beweging. Er is genoeg voor iedereen – en zelfs nog reserve. Met dat gebaar van dat jongentje begint het verhaal van een nieuwe wereld. Als wij dat willen, dan kan deze gratuite geste van ‘kleine goedheid’ zienderogen uitgroeien – niet alleen tot een ‘vrijwillige deeleconomie’, maar zelfs tot een structurele binnenlandse sociale zekerheid die gaandeweg wordt omgevormd tot een internationaal systeem. Wij waren hier in België ooit baanbrekend en vooruitstrevend in het uitdenken van zo’n structurele en verplichte solidariteit. Als wij willen, kunnen we op vandaag ook werk maken van nieuwe vormen van verplichte internationale solidariteit. Dat kleine jongentje uit het evangelie van de broodvermenigvuldiging zou vandaag zondermeer zeggen: ‘Wir schaffen das!’

Een onvergetelijke scène uit de film ‘Daens’ is de preek van priester Daens over de broodvermenigvuldiging, waarbij Jezus met vijf broden en twee vissen meer dan vijfduizend mensen te eten geeft. Niet zozeer die preek is onvergetelijk, maar wel de verwonderde blik waarmee Jefke, het zoontje van arme arbeiders, de priester aanstaart. Zoals vele kinderen lijdt hij vaak honger. Waarom dan niet eens gedaan zoals Jezus? In één van de volgende scènes zie je dan Jefke die op een tafeltje enkele stukjes brood en twee visjes legt, voorzichtig de ogen sluit en vroom begin te bidden… Maar er verandert niets. Dan nog maar eens geprobeerd; alles blijft echter hetzelfde. Jefke smakt dan woedend de twee visjes tegen de muur, en kiepert de broden in de vuilnisbak. Is zo’n evangelieverhaal dan louter fantasie, of is het echt gebeurd? Of beter: kàn het ooit gebeuren – en zo ja, waar hangt dat dan van af..? De vraag naar brood voor elke dag en voor iedereen, is de meest nijpende vraag van heel de mensengeschiedenis. In die vraag balt heel de wereldproblematiek zich samen. En het probleem is niet dat het brood zich niet in voldoende mate zou vermenigvuldigen. Er is in de wereld al lang meer dan genoeg voor iedereen. Het cruciale probleem is veeleer dat van het delen en de eerlijke ver-deling. Wij moeten leren ‘wij’ en ‘ons’ te zeggen, in plaats van ‘ik’ en ‘mijn’ – zeker als het over brood gaat. Wij hebben het gemeenschapsbezit verbroken, en ons toegeëigend wat aan ons gemeenschappelijk werd gegeven. Brood is een gave van God: het moet worden gezegend, gebroken en dan pas vermenigvuldigd. ‘Er zijn mensen in de wereld die zo arm zijn, dat God hun niet kan verschijnen tenzij in de vorm van een brood’, heeft Mahatma Gandhi ooit gezegd.

Mens-worden en delen zijn eigenlijk hetzelfde, zegt het* verhaal** van de broodver-menigvuldiging.** Het laatste is gewoon voorwaarde voor het eerste**.De aarde heeft genoeg voor ieders nood, maar niet voor ieders grijpgrage handen.* **Als je maar wil delen wat je hebt, dan komen dromen uit.Dan worden visioenen waar. Dan zullen we weten wat leven en samen-levenis.We zullen zien hoe God zelf brood wordt en mensenrecht. En dat er altijd genoeg is voor elke hongerige menigte. Elke eucharistie die wij vieren is een vooruit-spelen op dit visioen van een samenleving waarin we alles kunnen en willen delen, en waar dan voor eenieder méér dan genoeg blijkt te zijn. Het gaat in het evangelie immers om de komst van het Rijk Gods - dat is: een mededeelzame, solidaire samenleving. Een ‘beetje’ brood, een beker wijn in elke eucharistie die wij vieren: zij blijven steeds weer uitnodigend in ons midden aanwezig als oproep om wat we zijn en wat we hebben te delen met mensen die we, waar ook, mogen ontmoeten. Kerk is: waar evangelie wordt gedààn, waar gemeenschap écht begint te lukken. Een mens heeft twee handen om te geven, en twee om te ontvangen. Die om te geven reiken het verst. Gemeenschap gebeurt, waar kortzichtigheid zich omkeert, zich bekeert tot vergezichten van hoop en visioenen van vrede.

Op een T-shirt dat ik ooit gekocht heb in Tabgha, op de plaats waar naar verluidt de broodvermenigvuldiging zou plaats gehad hebben, staan maar ***vier ***broden afgedrukt. Toen ik hier een opmerking over maakte aan de verkoper, zei hij met een brede glimlach: ‘Dat is bewust zo bedoeld, opdat je nooit dit zou vergeten: dat vijfde broodje dat moet gedeeld worden, dat ben jijzelf…’ In het Engels staat er op gedrukt:

‘Love is like five loavesandtwofish. Always toolittle untilyou start givingitaway…’

‘Liefde is als vijf broden en twee vissen. Altijd te weinig tot je begint te delen en weg te geven…’

Mozaïek in Tabgha /Israël – De broodvermenigvuldiging

‘Hij zei: Jullie moeten hun te eten geven. Hoeveel broden hebben jullie? Ga eens kijken. En toen ze het hadden nagegaan zeiden ze: Vijf, en nog twee vissen…’ (Mc. 6, 37-38)

Is er écht geen alternatief. Of toch?

Tina - T here Is No Alternative (er is geen alternatief)

Dit was tijdens de jaren ‘tachtig’ van de vorige eeuw de favoriete uitspraak van de Britse eerste Minister . Zij gebruikte deze dooddoener steeds weer om haar ideologie als de enige mogelijke manier van (politiek en economisch) denken en handelen voor te stellen. Het conservatief liberalisme was in haar ogen de enige mogelijkheid om verantwoord om te gaan met en in te spelen op een veranderende wereld…

‘Out of the box-denken’

Het verhaal van de broodvermenigvuldiging in het evangelie is een schoolvoorbeeld van het ‘Out of the box – denken’. Letterlijk: verder leren denken dan de eigen brooddoos…**

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie: ‘Out of the box-denken’ - Buiten het kader denken is een in . Daarmee wordt bedoeld: het bestaande van een organisatie doelbewust doorbreken. Binnen organisaties dreigt voortdurend het gevaar van , waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van hun besluiten zienderogen vermindert. Om hardnekkige problemen te boven te komen, moet men soms buiten de bestaande denkkaders kunnen treden. Dit wordt bereikt door technieken zoals te gebruiken.

hier

zegt zij

een handvol

snoepjes

nee zeg jij

niet zoveel

één is genoeg

ja zegt zij maar

een handvol is beter

dan kun je delen

ad goos

Nog een vakantietip. Ze doen het al vijftien jaar achtereen: twee gehuwde mensen. Eenmaal de kinderen groot, trekken ze er zelf op uit. Ze logeren in één van onze buurlanden en nemen het er lekker van. Na een week keren ze terug en tellen hun verteer. De opgeleefde som wordt nog eens neergeteld, maar nu richting armen en vreemdelingen in eigen land… (uit Karel Staes: ‘Verwittig mijn broers’)

“Ik droomde dat ik ergens een zondagsmis ging bijwonen. Bij de consecratie zei de priester: ‘Willen wij nu allemaal onze maandwedde hier op tafel leggen?’ - En toen nam hij dat geld en zei: ‘Neemt en deelt, dit is Mijn Lichaam, Mijn leven voor u gegeven.’ Toen nam hij ook al hun tijd samen en zei: ‘Neemt en deelt, dit is Mijn Bloed, Mijn leven aan u gegeven.’ Toen werd ik wakker en dacht: welk soort mensen zouden uit dergelijke zondagsmissen wegblijven, en wie zou er maar al te graag naartoe komen..? (uit het dagboek van Piet Declercq in ‘Centraal-Amerika Info’)

Zoeken in Preken Online