Beste vrienden,
Eén van de liedjes uit mijn kindertijd handelde over de kleine Jonathan, het jongetje dat naar Jezus was komen luisteren en vijf broodjes en twee vissen had meegebracht. Het ganse liedje herinner ik me niet, maar ik ken nog een klein stukje en dat ging zo:
Toen dan de grote honger kwam,
Sprak Jezus: “Je moet delen”
Toen deelden vrouw en kind en man
En ook de kleine Jonathan.
En alle mensen aten goed
En dat gaf hen nieuwe moed.
Was het toch maar zo eenvoudig! Gewoon delen wat je hebt, en dan heeft iedereen voldoende!
Lieve mensen,
In diverse verklaringen van het Evangelie van vandaag kan je lezen dat het misschien wel echt zo eenvoudig is gegaan zoals het in dat liedje werd beschreven. Aangespoord door het voorbeeld van de kleine Jonathan deelde iedereen wat hij aan voedsel bij zich had, en daardoor had iedereen voldoende te eten. Het zou toch wel mooi zijn als het zo eenvoudig moest zijn!!
Zelfs wanneer het aantal mensen toen veel minder zou zijn geweest dan 5000 mannen (vrouwen en kinderen niet meegeteld) – en waarschijnlijk was dat ook wel zo – iedereen die ooit al eens heeft gekookt op een tentenkamp weet wat zelfs maar 50 hongerige magen op één avond achterover kunnen slaan. Wanneer er gewoon niets is, dan kan je ook met delen niet veel winnen. “Niets” kan ik moeilijk nog delen. En wanneer ik weinig deel door veel, dan wordt het ook niet meer, hoe dikwijls ik het ook deel. Dit inzicht is niet nieuw, maar het is ook vandaag nog uiterst actueel.
Juist in deze tijd wordt dat probleem in alle dagbladen met de nodige vette krantenkoppen uitgebazuind. De steden en gemeenten, de gemeenschappen en ook de federale regering kunnen daar een lied van zingen. De schaarse middelen die nog beschikbaar zijn vermeerderen zich niet door hen te verdelen over steeds meer lege kassa’s. Ook de Kerk kan in hetzelfde koor meezingen, en dat niet alleen over de financies. Onze parochies zullen er echt niet beter van worden wanneer door het steeds kleiner wordende aantal priesters één priester zes parochies zal moeten bedienen in plaats van drie. Met verdelen alleen los je niets op. Om dat te begrijpen is er echt niet veel nodig. Zelfs een kind kan dat zien. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat enkele jaren geleden een meisje uit het derde leerjaar op dit punt de nagel op de kop heeft geslagen. Eén van haar medeleerlingen had gezegd dat vijf broden en twee vissen, hoe je die ook deelt en verdeelt, nooit genoeg konden zijn voor enkele honderden mensen, laat staan voor meer dan vijfduizend.
“Daar gaat het toch helemaal niet om“ had ze geantwoord. Hebt ge het dan niet goed gelezen. Jezus heeft eerst gebeden, en dan pas het brood gebroken. En toen Hij bad, veranderde er al iets in het hart van de mensen.“ En dat is misschien wel de sleutel van het geheim. Jezus heeft toen iets veranderd in het hart van de mensen. Onafhankelijk van het aantal broden en van de vele mensen die voldoende te eten hadden gekregen, onafhankelijk ook van wat er toen werkelijk gebeurd is en hoe je jezelf dat wonder kan voorstellen. Waarschijnlijk heeft dat negenjarige meisje exact aangevoeld wat eigenlijk de belangrijkste boodschap van dit Evangelie voor ons en voor onze tijd is.
Jezus heeft iets veranderd in het hart van de mensen. Wanneer het niet meer gaat, wanneer de eindjes niet meer aan elkaar te knopen zijn, dan is het belangrijk dat er in de harten van de mensen iets verandert. Alleen als dat gebeurt, wanneer er werkelijk iets verandert in ons denken, in onze eisen en in onze manier om de zaken aan te pakken, alleen dan kan onze maatschappij, in een tijd van geldschaarste en lege openbare schatkisten, overeind blijven. Wanneer je tientallen jaren boven je stand hebt geleefd, dan kan je dat niet oplossen door de tekorten nog eens opnieuw te verdelen, dan moet er in de harten van de mensen iets veranderen.
In de harten van die mensen ligt waarschijnlijk ook de oplossing voor de problemen waar onze parochies mee te kampen hebben. Met het beeld van de priester, zoals de meesten onder ons het in hun jeugd hebben gekend, kunnen de problemen van vandaag niet meer opgelost worden. Er moet iets veranderen in de harten van de mensen, in hun aanvoelen, hun manier van denken en in hun denkbeelden. Dan pas kunnen we de huidige situatie niet meer als tranendal en als voortdurende ineenstorting van vertrouwde structuren ervaren. Dan pas zullen we geen achterhoedegevechten meer moeten leveren waarbij we altijd weer dingen moeten opgeven die niet meer houdbaar zijn. Dan pas kunnen we de huidige toestand als een kans aangrijpen – niet als een betere en niet als een slechtere tijd, maar gewoon als een andere tijd. Maar wel een tijd waaruit even veel te maken is als uit gelijk welke andere tijd.
Soms heb je niet persé meer middelen nodig, maar wel een andere blik, een ander zicht op de situatie. Of, om het met de woorden van dat negenjarige meisje te zeggen: Soms moet God gewoon iets veranderen in onze harten.
Daarom bid ik vandaag tot God, ook om het dagelijkse brood, maar vooral om die veranderde harten, die nieuwe harten die wij nodig hebben om onze tijd met al zijn uitdagingen echt aan te kunnen. Amen.