Zestiende zondag door het jaar (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Van alle kanten kwamen mensen naar Jezus toe en hij voelde medelijden met hen want ze waren als schapen zonder herder.
Schapen zonder herder. Dat zijn bijvoorbeeld: kinderen zonder ouders. Dat kan zijn in letterlijke zin: weeskinderen, dat heeft voor hen toch altijd iets verwarrends, ze missen heel veel. Maar het kunnen ook kinderen zijn van gescheiden ouders, gevoelsmatig naar twee kanten getrokken, op twee plaatsen thuis en toch nooit helemaal thuis.
Het kunnen ook kinderen zijn die wel ouders hebben en toch veel tekort komen aan warmte, huiselijke geborgenheid, en begeleidingen in het proces van opgroeien, omdat hun ouders bijna nooit thuis zijn vanwege hun werk, omdat hun ouders bijna nooit de rust en de tijd nemen om eens echt te luisteren naar hun kinderen. Jezus had zeker medelijden met hen. Wij ook?
Schapen zonder herder. In zekere zin horen daar ook bij: ouders zonder kinderen. Echtparen die verschrikkelijk graag kinderen zouden willen hebben maar het lukt niet wat ze ook doen. Ze ervaren dat meestal als iets verdrietigs, ze missen iets dat hun leven meer zin en inhoud zou moeten geven.
Maar ook als er wel kinderen zijn, kunnen die een bron van verdriet en verwarring zijn voor hun ouders. Kinderen die een weg door het leven gaan die de hunne niet is, bijvoorbeeld kinderen die aan de drugs geraakt zijn. Die ouders hebben maar al te vaak het gevoel dat ze in hun machteloosheid verloren lopen. Jezus had zeker medelijden met die ouders, wij ook?
Schapen zonder herder. In onze maatschappij zijn er velen die buiten de boot vallen, die stuk lopen op starre regels of starre ambtenarij, mensen die op de een of andere manier verloren lopen in onze ingewikkelde samenleving.
Er zijn veel mensen die het gevoel hebben dat ze er niet bij horen, dat niemand echt naar ze omziet. Eenzame mensen, ook mensen die door ziekte of invaliditeit apart zijn komen staan. Jezus had zeker medelijden met hen, wij ook?
Maar het gevoel van medelijden is niet genoeg, de vraag is: wat doen we voor hen die het moeilijk hebben? In het oude bijbel verhaal van Kain en Abel, vraagt God aan Kain: waar is uw broeder Abel. En Kain antwoordt dan: Ik weet het niet, moet ik dan op mijn broer passen? Dat antwoord is maar al te vaak tekenend voor de mentaliteit van de wereld: iedereen moet zijn eigen boontjes maar doppen, ik hoef toch niet op een ander te passen.
En toch, de boodschap van het evangelie zegt dat we wel op elkaar moeten passen, dat we wel zorg en aandacht voor elkaar moeten hebben, dat we een beetje herder voor elkaar moeten zijn.
Niet in de zin van bazen over elkaar. Niet in de zin van bevoogden, van bovenaf, neerbuigend. De baas spelen over anderen, dat willen we allemaal wel, maar in het evangelie gaat het om eerlijk meeleven, aandacht geven, elkaar een beetje ondersteunen in moeilijke dagen, elkaar helpen de goede richting te vinden in het leven. Medelijden voelen is alleen echt als we ook iets doen.
In het evangelie van vandaag willen Jezus en zijn leerlingen eigenlijk een beetje tijd voor zichzelf om wat op rust te komen. Maar bij het zien van die grote groep mensen die hem achterna komen, heeft hij medelijden met hen, want ze waren als schapen zonder herder. Dus laat hij de rustperiode maar even wachten en gaf hij zijn aandacht aan hen, aan de zieken, de gekwetsten, de zwakken, aan degenen die in de joodse samenleving buiten spel gezet waren: de zondaars en de tollenaars. Hij liet ze niet los. Hij had hart voor hen.
Die levenshouding moet ook de onze zijn. Een beetje op elkaar passen. Hart hebben voor elkaar. Of zoals een gebed het zegt: mogen wij elkaar vasthouden en waken dat geen van uw mensen verloren loopt.

Zoeken in Preken Online