BUITENLANDSE PROFETEN
We hebben natuurlijk allemaal onze vooroordelen, over het Duitse elftal bijvoorbeeld, en over het Nederlandse; over Belgen en Italianen, over pubers en pastoors. Dat is niet iets van onze tijd. We komen vooroordelen ook tegen in het evangelie. De verhalen van vandaag geven er voorbeelden van. Zo hebben mensen een bepaald beeld waaraan een profeet dient te voldoen. Past deze niet in dat beeld, dan is hij geen profeet.\
ONGEWENSTE VREEMDELING
De inwoners van Israël vinden dat een profeet iemand is die stichtelijke woorden spreekt. Als de boer Amos, afkomstig uit het buurland Juda, dan ook nog een brutale mond opzet en iedereen hekelt die geen rechte wegen gaat wordt hij uit het heiligdom Betel verwijderd. Hij beantwoordt niet aan de verwachtingen. Hij past niet in het hokje “profeet”.
Profeten zijn niet altijd welkom! Dat is de strekking van de eerste en de tweede lezing. Amos is ongewenst in Betel. En Jezus wordt niet geacht in Nazareth, zijn vaderstad.
Waarom Amos moest verdwijnen? Als je ook de andere hoofdstukken leest uit het boek Amos wordt dat heel duidelijk.
Het koninkrijk van David was uiteengevallen in twee landen: Israël in het noorden en Juda in het zuiden. Het bedevaartsoord Betel ligt in het Noordrijk. Amos zelf echter kwam uit het Zuidrijk. Zeg maar, een Belg als profeet in Wittem! Of een Berlijner die Amsterdam op de vingers tikt.
Inderdaad begint Amos heel zware kritiek uit te oefenen op de koning en op alle bezoekers van het heiligdom Betel. Hij doet het bovendien in een gespierde, boerse taal. De sjieke rijke dames die naar Betel komen scheldt hij zelfs uit voor koeien! Ook laat Amos in een van zijn donderpreken God het volgende zeggen: “Ik hoef jullie offers niet! Als jullie geen rechtvaardig loon uitbetalen aan de arbeiders en als jullie de wezen en weduwen niet goed verzorgen, dan word Ik misselijk van jullie wierook, van jullie brandoffers en liturgische gezangen.”
Zijn onvrome kritische woorden komen de koning ter ore. En deze is spoedig de mening toegedaan: “Dit kan niet langer! Die man moet naar zijn eigen land terug. Laat hem daar maar onrust zaaien. Iemand die zulke taal uitslaat is hier niet welkom, die kan niet gezien worden als een woordvoerder van God.”\
SPREKEN NAMENS GOD
Het woord “pro-feet” betekent immers letterlijk: “iemand die spreekt pro, namens…”, namens God. Je hoeft die stelling niet om te keren. Niet ieder kritisch woord is goddelijk. Maar het is wel zo dat iemand die oproept tot een kritische bezinning wel degelijk profeet kan zijn. Nog steeds zullen er journalisten zijn, voorvechters van mensenrechten, Dwaze Moeders, die tegendraadse woorden spreken, en die daarbij gedreven worden vanuit een droom van liefde, vanuit God.\
WAARDEREN WAT DICHTBIJ IS
Zoals Amos niet welkom is in Betel, zo is Jezus niet welkom in Nazareth. Hij is echter om een heel andere reden onwelkom. Er staat immers, dat de mensen wel degelijk onder de indruk zijn van Jezus’ woorden en daden. Daaraan mankeert het niet. Maar… ze kennen zijn vader en zijn moeder. Ze menen dat hij geen profeet kan zijn, want hij is timmerman. Ze kennen ook de rest van zijn familie. Deze wetenschap verhindert hen om in Jezus iets bijzonders te zien. Misschien is dit een erg belangrijk punt voor ons.
Is het waar, dat wij in mensen die ons heel bekend en vertrouwd zijn het bijzondere minder snel herkennen dan in mensen die van verre komen, die exotisch zijn of apart? Is het waar dat vreemde landschappen en uitheemse vergezichten ons eerder iets van het wonder doen vermoeden dan onze omgeving thuis?
Als het waar is, zouden we iets kostbaars kunnen winnen, door ons zelf open te stellen, juist voor dat bijzondere dat schuilgaat in mensen en dingen uit onze directe omgeving.
De lezing van vandaag mag ons oproepen om de liefde die wij van heel dichtbij mogen ervaren als iets goddelijks te zien. De lezing mag ons uitdagen om de natuur die wij direct om ons heen hebben als een grandioos stuk schepping te ervaren. De lezing mag ons uitnodigen om kritische woorden, misschien wel van ons eigen kind, niet direct weg te wuiven “omdat we weten wie het zegt”.\
DE KLEINE PRINS
Lieve kinderen.
Ik heb eens een verhaal gelezen over een kleine prins die van een verre planeet was gekomen. Vol verbazing loopt hij over de aarde rond. Plotseling ziet hij een spoorlijn. Er flitst een trein overheen. De trein zit propvol mensen. Met een rotvaart denderen zij richting oosten. Vijf minuten later komt er een andere trein langs, ook propvol mensen. Die raast richting westen. De kleine prins snapt er niets van. Wat zoeken die mensen toch? Als een trein de ene kant opgaat en een andere de andere kant, waarom blijven de mensen niet waar ze zijn?
Zou het zo zijn, dat ze niet genoeg hebben begrepen hoe mooi het in hun eigen stad is? Zouden ze wel begrijpen hoe lief de eigen huisgenoten zijn? Zouden ze zich wel realiseren hoe schitterend de planten en dieren zijn in hun eigen buurt? Werkelijk, wat van dichtbij komt kan heel apart zijn!
Ook God kan van heel dichtbij komen.