14e zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Dit is een gedeelte uit het oudste Evangelie.
Marcus schrijft het rond het jaar het jaar zeventig,
maar het wortelt duidelijk in nog oudere tradities.
Hij schrijft voor de eerste parochie van Rome,
de stad waar de volgelingen van Jezus
flink worden dwarsgezeten. Dat lees je tussen de regels
ook weer in het verhaal van deze morgen.
Wat Jezus hier doet, dat is preken voor eigen parochie.
In zijn vaderstad, staat er. De naam Nazaret wordt niet genoemd. We kunnen er Rome of Amersfoort voor invullen.
Net als de Joodse gemeenschap kwam de jonge kerk
daar altijd op Sabbat bij elkaar. Er wordt uit de Schrift gelezen en die wordt toegelicht. Vandaag doet Jezus dat.
Hij geeft er zijn visie op God en op de samenleving.
Het evangelieverhaal geeft de heftige reacties weer:
volledige instemming, maar ook botte afwijzing.
Zo was dat in het Jodendom van toen, maar zo is het
ook bij de Christelijke tak van het Joodse geloof:
de kerk en de manier waarop die functioneert.
Hier treedt een oeroude religieuze wet in werking:
iets nieuws dreigt altijd weer verstikt te worden
door de gevestigde orde van die religie, de macht dus.
Sporen daarvan vind je ook in de eerste lezing.
Rond 600 vóór Christus kent de Joodse geschiedenis
een dieptepunt. Het land is bezet,
het religieuze centrum verwoest.
Van nu af aan moeten ze het met Schriftverhalen doen.
Toch is daar niks mis mee, want juist dat tempelgedoe
ging steeds meer voorbij aan de kern van de religie:
gerechtigheid en zorg voor de arme en de vreemdeling.
Ezechiël de profeet moet recht overeind staan
en als profeet vóórgaan op die nieuwe weg.
En net als alle profeten vóór Hem laat Jezus zien
dat ook Hij zich niet neerlegt bij die binding
tussen macht en religie. Want daar komt altijd
onrecht en onderdrukking uit voort.
Vrije religie durft helder te benoemen wat recht
en wat slecht is. Daardoor is het een enorme kracht
tot humaniteit in de samenleving.
Jezus staat voor die nieuwe gemeenschap
waarvan recht en gerechtigheid de basis vormen.
In zijn samenleving worden alle scheidsmuren
tussen rijk en arm, Jood en niet-Jood, man en vrouw,
wij en zij afgebroken. Geen tolmuren,
geen ’eigen volk eerst’. Niemand wordt uitgesloten.
Maar dat is altijd weer bedreigend voor de gevestigde orde.
Daarom zijn profeten niet geliefd en al helemaal niet
in eigen huis. ‘Hij kon er geen goed doen’, staat er.
“Hij was daar zelf verbaasd over”.
Ongeloof, dat is de muur waarop Hij stukloopt.
En dat slaat ook Hém met machteloosheid.
Wonderen gebeuren alleen wanneer we ons
aan Hem en zijn weg toevertrouwen,
wanneer ik mij voor Hem openstel.
Er is een kleine groep die Hem dat vertrouwen schenkt:
die kan Hij dan ook zegenen en genezen.
Maar zijn tijd is nog niet gekomen.
Het Evangelie is nog maar net begonnen.
Dit is pas hoofdstuk zes.
Hij gaat eerst maar eens naar de dorpen in de omtrek.
Ook bij die vermelding gaat het niet over het oude Palestina,
maar over de jonge kerk in Rome en over ons hier vandaag.
Wij horen zijn woord en stemmen daar vast mee in.
‘Gezegend zijt Gij om uw woord, tot bevrijding gegeven’,
hebben we gezongen. Prachtig toch?! Maar dan?
Hoe staan wij tegenover die visie van Jezus,
zijn levenskeuze, zijn manier van geloven?
Hoe groot is de spankracht van ons eigen geloof?
Zolang alles rustig en burgerlijk is, is er niets aan de hand.
Je hoort het woord, maar je bent vrij man
en je hebt nu eenmaal je privé-leven.
Je ziet wel wat je er mee kunt, óf niet.
Dat maak je zelf uit. Wie doet je wat? Toch?
Persoonlijk vecht ik daar ook nog altijd mee.
Ik voel mij echt katholiek en christen.
Dat is een oude liefde die ik nooit meer kwijtraak.
Maar er is in de loop van de jaren wel
veel veranderd in mijn geloven, net als bij u, denk ik.
Je liefde tot de kerk en je geloofstraditie
maken verandering door, net als élke relatie.
Een proces van bewustwording, noem ik het maar.
Want zo voelt dat. Het geloof was ook voor mij
heel lang iets van de gevestigde orde,
een sluitend systeem, een ideologie bijna.
Je ontkwam er gewoon niet aan.
God, Christus, kerk, geloof, alles duidelijk geformuleerd
en alle vragen beantwoord. Het liep als een trein.
En als je niet uitkijkt, blijf je maar zitten in die trein,
want je bent trouw.
Toch ben ik op een goede dag uit die trein gestapt.
Niet uit de kerk, maar uit dat automátische geloof.
En veel bagage heb ik in die trein achtergelaten.
Ik mis het niet. Want ik heb nog meer overgehouden:
een liefdevolle en barmhartige God die een belevenis is.
Ik weet niet veel over Hem, en daarom spreek ik
met des te meer eerbied over Hem.
Hij is één groot geheim.
En Jezus is er voor mij, vol van God, mijn leermeester
en mijn weg. Beeld van de Eeuwige als geen ander.
Broer van alle lijdende mensen.
Teken van tegenspraak ook.
Hij ontroert me nog steeds. Hij is echt mijn meester.
Hij helpt mij mijn levenspad te vinden.
En de Kerk is er, in ballingshap terechtgekomen,
dat wel, maar meer dan ooit wereldbeweging van liefde,
mensen van zijn weg, volgelingen van Hem,
zijn lichaam en zijn leven nu.
In veel mensen, op veel plaatsen binnen
en buiten de kerkmuren staat Hij op.
Maar ik wil van de kerk en van het geloof
nooit meer een tempel maken, een sluitend systeem.
Want wat er dan allemaal misgaat….
Heel veel van wat ik voor ‘geloof’ hield
is voor mij relatief geworden.
Maar Jezus is voor mij dé weg gebleven
naar God en naar wat goed is.
Om die weg gaat het toch, uittocht, levenstocht.
En voor die weg is Hij poort of deur, herder,
brood voor onderweg. Eigenlijk is Hij zelf de Schrift geworden, Gods woord en weg, toegang tot echt leven.
Hij probeert in navolging van dichters en profeten
mij te helpen mijn geborgenheid bij God te zoeken.
Hij draagt het licht, de solidaire liefde en de barmhartigheid van God in zich mee en brengt die in zijn leven aan het licht.
Ik kijk maar naar Hem en probeer ook een beetje zo te zijn, al zeg ik het zelf. Precies nu mijn denken over Jezus en zijn weg minder ideologisch wordt en meer humaan,
precies nu ontstaat er ook verbondenheid met mensen van andere kerken, andere tradities en levensbeschouwingen.
Naar die verbondenheid ben ik op zoek. Ik geloof daarin.
Ik geloof in Hem. Hij is mijn Heer. Hem wil ik volgen.
En ik voel me steeds meer verbonden met alle mensen
die dat hebben, tot welke kerk ze zich ook rekenen.
Dát moet oecumene zijn i.p.v. iets wat mag-en-niet-mag.
Ik hoop dat de kerk van de toekomst een groot hart mag hebben en niet blijft struikelen over allerlei machtsvragen.
Want of ik christen ben, gelovig, dat moet allereerst
blijken uit de liefdevolle en ruimhartige manier
waarop ik met mensen omga.
Zijn levensvisie moet herkenbaar zijn in mijn doen en laten.
Zo wil ik samen met u en verbonden met de kerk
van alle tijden en plaatsen, Jezus vieren en gedenken,
zijn goddelijke wijsheid, zijn liefde tot zijn Vader,
zijn hartstocht voor mensen, zijn leven en dood en zijn opstaan. Om weer kracht op te doen voor ons leven
en samenleven in de rest van de week.
Want zijn persoon is boeiend en zijn weg is weergaloos.
Daar loop ik nog steeds warm voor.
Er is een lied dat een korte samenvatting is
van zijn Evangelie. We gaan het zingen.

Zoeken in Preken Online