"Als Hij er een van God is, dan wij ook!" (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Vorige week hoorden we hoe Jezus twee vrouwen genas: een twaalfjarige en een vrouw die al twaalf jaar levend dood was. Even daarvoor genas hij een bezetene, een heidense man. En intussen preekt Jezus over het zaad dat vrucht draagt als het in goede aarde valt. Uit dit alles blijkt dat grenzen wegvallen: groot en klein, jood en heiden, vrouw en man, rijk en arm; zij allen mogen het bevrijdende goede nieuws ontvangen en samen de nieuwe grote familie van God gaan vormen. Jezus laat zien dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.

En toch gaat het ook bij Jezus niet vanzelf. Hij is afhankelijk van de openheid van de ontvanger van zijn boodschap: geen goede vruchten zonder goede aarde. En zelfs voor een wonder zijn er twee nodig: geen genezing zonder vertrouwen.

Dat is niet nieuw, en plaatst Jezus in de traditie van de grote profeten. In de eerste lezing horen we hoe Ezechiël naar Israël wordt gestuurd, maar meteen ook door God gewaarschuwd: “Het is een weerspannig volk.” In een van de vele crisisperioden in het bestaan van het volk laat God Israël ook dan niet de steek, maar zendt zijn boodschapper om ze een uitweg en een richting te wijzen. Elke buitenstaander zou kunnen zien hoe goed dit is, maar voor degene die de boodschap krijgt is dit veel moeilijker. Die zit er namelijk midden in, en midden in een crisis is het moeilijk om het hoofd koel te houden. Bovendien is het ook Israël dat in die crisis van de profeet de opdracht krijgt om zich te bekeren, om de eigen wegen te verlaten, de levensstijl radicaal te veranderen, en dat doet een mens ook niet zomaar één, twee, drie, zelfs niet in een crisis, hoewel dat wel net de tijd is dat een radicale verandering van levensstijl zou kunnen. Kortom, het hoort tot het lot van de profeten dat zij juist in eigen huis verworpen worden. Of, zoals Jezus het zegt: “Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn vaderstad, bij zijn familie en in zijn eigen huis.”

Dat is in het geval van Jezus wel heel letterlijk aan de hand. Op zijn vaderstad Nazaret kom ik straks nog terug, maar ook zijn naaste familie accepteert hem niet zomaar vanzelfsprekend als Gods spreekbuis. Zij zijn vooral bezorgd over hem, weten hoe hij is gaan rondtrekken, en als een leraar optreedt met zijn eigen groep leerlingen en over God spreekt. Ze krijgen de verhalen te horen over hoe blij velen met hem zijn, maar ook voor naaste familieleden verontrustende geluiden over zijn vasten en over de weerstand die hij sommige leidinggevenden oproept. Daarover spreken zij als naaste familie met elkaar, en het leidt er toe - enkele hoofdstukken eerder - dat Jezus& familie probeert hem vast te laten zetten omdat hij zichzelf niet was. U ziet: spanningen komen in de beste families voor. Dit zal zeker hebben meegespeeld op het moment dat Jezus kort daarna te horen kreeg dat zijn moeder en zijn broers voor de deur stonden. Jezus keek toen rond in de kring van zijn leerlingen en zei: “Hier zijn mijn moeder en mijn broers. Want wie de wil van God doet, is mijn broer en mijn zus en mijn moeder.”

In het evangelie van vandaag doet zich in zekere zin hetzelfde probleem voor. De familie en de buren van Jezus zien hem alleen zoals ze hem altijd hebben gezien, in de rol binnen zijn gezin en binnen de maatschappelijke rol in de stad. Al van voor zijn geboorte lag van vader op zoon vast wie en wat hij moest worden. Hij is de timmerman, de zoon van Maria. Ze kennen zijn ouders, zijn broers, zijn zussen. Dat hij ook de zoon van een andere Vader is, kunnen zij daardoor niet meer zien. Daarover denken roept bij hen eerder de neiging op om hun kennelijk geestelijk labiele familielid, te willen beschermen. Zijn wijsheid en wonderbare genezingen waarvan de menigte onder de indruk is, kunnen dit oordeel van zijn familie niet veranderen. Daarvoor ontbreekt het hun aan geloof en ze missen daardoor het oog voor de nieuwe tijd en de nieuwe familiebanden die bij Jezus niet gebonden zijn aan grenzen, ook niet die van de bloedsbanden.

Juist de mensen die Jezus zouden moeten kennen, worden geblokkeerd door de beelden en vooroordelen, en storen zich eraan als hij hiervan afwijkt. Dat geldt ook voor de mensen van Nazaret. De menigte is alleen verbaasd over zijn wijsheid en machtige daden, kent alleen verwondering, openheid, neemt Jezus zoals hij is, vraagt niet naar zijn achtergrond, maar de kring van zijn naasten laat juist merken dat ze hem niet kennen, niets van hem snappen. Jezus is verbaasd over het gebrek aan vertrouwen bij wie geacht worden hem wel te kennen. Hierdoor worden de vruchten van het geloof, de machtige daden geblokkeerd. Er is geen vertrouwen en daardoor ook geen bevrijding, en maar nauwelijks kans op genezing.

Dit alles roept bij mij de vraag op: Doen wij elkaar wel recht? Juist in de kring van mensen die elkaar zouden moeten kennen, lopen ook het risico elkaar tekort te doen en alleen maar vast te pinnen op onze vooroordelen. Daardoor zouden wij ook wel eens doof en blind kunnen zijn voor Gods bevrijdende boodschap, terwijl die toch in onze wereld moet klinken, want God heeft het met ons echt nog niet opgegeven.
Wie zijn de profeten van onze dagen? Wie zijn het die ons vandaag oproepen tot gerechtigheid, die ons de weg wijzen naar een samenleving naar Gods hart? Soms hebben we anderen nodig, buitenstaanders of mensen die wij al dachten te kennen, om ons de ogen te openen voor de unieke waarde, voor de gaven en mogelijkheden die God aan ieder van ons gegeven heeft.

Terug naar de mensen van Nazaret. Zij zeggen over Jezus: “Nee, hij is niet van God. Hij is er een van ons. Als hij er een van God is, dan wij ook!” En daar hebben ze gelijk in. Dat is ook precies de boodschap van Jezus, aan de mensen van toen en aan ons: Geloof het nou: Wij zijn van God, niet alleen Jezus, maar wij allemaal. Meer nog dan kinderen van onze ouders, zijn wij kind van God. Wij allen vormen die nieuwe gemeenschap, die nieuwe familie. Daartoe roept Jezus ons in Gods naam.

Als we dit grote geheim leren verstaan, dit grote cadeau, leren we vanzelf ook inzien, dat dit in de praktijk van alledag betekent: alle andere mensen liefhebben als onze broers en zussen.

Zoeken in Preken Online