Niets is "gewoon" (1997)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

ONTMOETING MET HET ONGEWONE


Als je aan mensen vraagt of ze wel eens een godservaring hebben gehad, krijg je verrassende antwoorden. Meestal heel weifelend; men heeft er misschien nog nooit met een ander over gesproken. Het is ook moeilijk onder woorden te brengen wat er precies gebeurde. Eigenlijk gebeurde er niets, alles was gewoon, maar van binnen was ineens een immense vrede, een verzoening in hart en nieren met deze kosmos en een eindeloos begrepen zijn. Informeer je verder naar de omstandigheiden dan spelen heel dikwijls twee dingen een rol: een diep contact met een dierbare medemens. Huwelijk of vriendschap zijn op een hoogtepunt, of men is zich na het overlijden van een ouder intens bewust geworden van de genegenheid die er was. De andere omstandigheid is vaak: men is op vakantie. Vakantie stelt de mens in staat om het gewone opnieuw als iets bijzonders te ervaren. Ook in Frankrijk staan gewone huizen met gewone bomen en bloemen, maar het is ànders gewoon en daarom ongewoon. En de natuur verliest de slijtlaag van gewenning en wordt weer de oorspronkelijke openbaring van God.\

JEZUS ALS DORPSGENOOT

Jezus trekt rond, zo vertelt Marcus ons. Hij bezoekt met een groep leerlingen de dorpen rondom het meer van Galilea. Hij bezoekt op sabbat de synagoge en geeft zijn visie op God en wereld. “Het koninkrijk van God is nabij”, zegt hij, “ik zal het jullie laten zien, dus bekeer je; ga je bezig houden met de werkelijk belangrijke dingen van het leven.” Jezus heeft succes met zijn boodschap. De dorpelingen reageren enthousiast. Ze zien er wel wat in, en de genezingen maken diepe indruk. Toch is er ook kritiek. Marcus maakte er eerder gewag van. De moeder van Jezus en de andere familieleden maken zich zorgen. Ze vinden dat Jezus zichzelf verwaarloost en veel te vrijpostig ageert tegen de kerkelijke overheden. Een spannend moment breekt aan in Marcus’ relaas als Jezus zijn eigen dorp bezoekt.\

ONGELOOF ONTKRACHT DE WONDERDOENER

Er gebeurt iets onthullends. Wat de hogepriesters in Jeruzalem niet klaarkregen, wat Herodes en Pilatus niet lukte, namelijk om Jezus de mond te snoeren en zijn woorden en daden een halt toe te roepen, dat lukt de scepsis van de dorpsgenoten wel. Zij zijn niet in staat om in Jezus iemand te zien die het kan weten als het over God gaat. Zij zien de dorpstimmerman en daarmee uit. Jezus heeft niet de exotische aantrekkingskracht van een goeroe uit het Oosten, Jezus heeft niet de geheimzinnige macht van een prediker met horoscopen en ingestraald water, Jezus heeft het stempel van Jan Modaal: “Zijn moeder woont hier, en zijn broers en zussen, dus laat maar praten!”
Op enkele uitzonderingen na, laat Marcus weten, kan Jezus geen spectaculaire genezingen doen, omdat er geen geloof is. De ontmoeting met het ongeloof maakt Jezus’ woorden krachteloos.\

ONGELOOF IN ONZE DAGEN

Er is in onze dagen veel ongeloof. Meestal heeft dat ongeloof betrekking op de kerk. Het betreft niet zozeer Jezus en zijn verhalen maar de machtsaanspraken van de kerk. De standpunten die de kerk de laatste eeuwen heeft ingenomen tegenover wetenschap, bevolkingsexplosie en seksualiteit. De manier waarop de kerk functioneert wordt veelal als onnodig autoritair ervaren en wereldvreemd. Zoals een tiener het zei in dat interview in de feestkrant van onze parochie: “De kerk heeft zijn image helemaal verpest”.

Er is ook ander ongeloof. Dat raakt de boodschap zelf. Het idee dat Gods koninkrijk dichtbij is en dat ons dat moet veranderen, lijkt te mooi om waar te zijn. Na Auschwitz kunnen mensen niet meer zo gemakkelijk geloven in een God die werkelijk zal ingrijpen. We kunnen die nabijheid van God niet zo gemakkelijk serieus nemen zonder ons Jehova-getuigen te voelen. Het valt ons ook moeilijk om werkelijk te kiezen voor de naasten in dit ik-tijdperk. Onze eigen auto blijft belangrijker dan de honger van een Afrikaans kind. Jezus’ woorden lijken voor velen te soft. Ze oogsten wel brede sympathie maar weinig aanhang.

De derde vorm van ongeloof beschreef Marcus. In Nazareth geloven ze niet omdat Jezus veel te gewoon is. Wij lijken daarvan weinig last te hebben. Wij kennen Jezus’ broers en zussen niet, wij zien Jezus niet als een plaatselijke middenstander, en zijn moeder loopt hier niet door de straat. Ons Jezus-beeld is met genoeg geheimzinnigheid omgeven.

Toch vraag ik me af of deze vorm van ongeloof niet de meest fundamentele is. Zou het kunnen zijn dat ook onze twijfels samenhangen met een soort weerstand om in het gewone en alledaagse iets goddelijks te zien? Wij vinden het een wonder wanneer iemand geneest door een halfedelsteen op zak te dragen of door naar Banneux te gaan, maar we noemen het geen mirakel wanneer een chirurg heilvol heeft ingegrepen, of een ziekte door eigen kracht verdwenen is. Waarom kunnen we het gewone en alledaagse niet zien als het bijzondere en goddelijke?\

OEFENINGEN VAN GELOOF

Misschien is dat de kern van geloof: het gewone kunnen beleven als goddelijk. Het majesteitelijk opkomen van de zon, of een dag vol van groeizame regen, het vertederend vertrouwen dat een klein kind je schenkt, de wereldoorlog die uitgaat van een koppige kleuter, de hartstochtelijke verliefdheid van twee jonge mensen, de trouwe zorg aan een ziekbed en de smaak van zure kersen; misschien moeten we het allemaal weer veel meer als iets goddelijks aanvoelen, als een geschenk om dankbaar mee te zijn, als een getuigenis van een Schepper. Wie het gegeven is enkele dagen of weken vakantie te vieren, zou er juist dat mee moeten winnen: de ervaring dat de schepping heel bijzonder is, dat niets gewoon is of banaal, ook niet de timmerman uit Nazareth.\

KINDERVRAGEN

Lieve kinderen. Jezus heeft een keer gezegd: de grote mensen moeten wat meer op de kinderen gaan lijken!
Kim vroeg mij eens: “Waarom hebben kippen veren?”
Jona zei: “Als je een huis van vuurstenen bouwt kan dat dan afbranden?
Leen vroeg: “Waarom fluiten de vogels en de muizen niet?”
Brenda zei: “Ik begrijp niet dat de hele wereld in mijn oog past als ik kijk.”
Zulke vragen stellen kinderen. Want kinderen vinden niks gewoon. Alles is bijzonder. Dat moeten de grote mensen van de kinderen leren: de wereld is een wonder!

Zoeken in Preken Online