Mens, waar sta je? (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Er zijn momenten in het leven van iedere mens, waarop men zich bewust wordt van zijn eigen krachten. Je kunt de hele wereld aan en veel van wat je wilt, wordt ook bereikt. Het leven ligt in jouw handbereik en mensen evenzeer. De gedachte komt niet in je op dat je de ander nodig hebt. Hij/zij heeft jou nodig. Maar wij vergeten dat wij slechts een klein onderdeel van de wereld vormen. Als wij heen en weer geslingerd worden door zaken van buitenaf worden wij ons daarvan sterk bewust. Op zo’n moment zakt de vaste grond onder ons weg. Dit kan betrekking hebben op ons eigen lichaam, wanneer de gezondheid je in de steek laat of vertrouwde dingen wegvallen. Wij worden ons bewust van onze kwetsbaarheid en vergankelijkheid. Je schrikt van jezelf en van datgene wat gebeurt. En je ontdekt: je bent een speelbal temidden van allerlei elementen.
In het evangelie is het water het beeld van de wereld. De angstige leerlingen, die bang zijn om in de storm het leven te verliezen, verkeren in een geloofscrisis. Jezus zit weliswaar in hun boot, maar hij is de afwezige. De situatie van de eerste christenen gaf hier ook alle aanleiding toe. Hevige vervolgingen zoals voor de leeuwen geworpen worden en alles kwijt raken wat een mens status geeft, grijpen diep in bij ons mensen. Ook de leerlingen zijn gewone mensen die graag willen overleven. Maar er gebeurt ook iets wonderlijks. Ze komen tot het besef dat het kwade geen macht over hen heeft, wanneer Jezus de storm tot bedaren brengt en de wind tot zwijgen. Het wordt rustig in hun hart en het inzicht rijpt dat Jezus niet de afwezige, maar de aanwezige is. Geborgen in Zijn hand wordt hun leven anders beleefd. Het kwaad deert hun niet meer. Indrukwekkend zijn de getuigenissen van de eerste martelaren. Wat moeten deze mensen niet een geweldig geloof gehad hebben. De christenen werden zo beheerst door het vaste vertrouwen dat na dit leven pas het volle leven volgde dat zij het aardse leven hiervoor wilden inruilen. Het verhaal van de storm op het meer is meer dan een verhaal van vroeger. Het is ook een verhaal over ons leven nu. Mens, waar sta je?
Ook nu nog worden mensen terug geworpen op zichzelf. Zij, die eerst groot waren, worden nu heel klein. Mensen die zonder werk komen te zitten, mensen die een belangrijke functie moeten opgeven, mensen die de krachten in hun leven voelen wegvloeien, ervaren dat niet zij het leven bepalen, maar uiteindelijk dat het bepaald wordt door anderen. Bij gelovige mensen leeft het besef dat wij niet overgeleverd zijn aan het noodlot, maar dat achter het wereldgebeuren een God staat die ons leven draagt en Jezus die van ons houdt. Veel dingen die wij vanzelfsprekend vinden vallen ons pas op wanneer zij wegvallen. Er is zoveel genade die ons ten deel valt dat het zien hiervan alleen al ons geloof moet versterken. Wij zijn ons bewust van onze kleinheid, maar ook van de grootheid van God. Hij levert ons niet aan de wereld uit, maar is altijd bij ons en met ons bezig in de wereld, ook al lijkt hij afwezig. Wat wij beschouwen als een crisis, noemt Hij een groeimoment. Vaak pas achteraf moet je erkennen dat het goed is zoals dingen gegaan zijn. Dit brengt ons steeds meer tot het besef dat de Heer in staat storm en wind te bedaren. Dit geldt voor de mens als individu, dit geldt voor de Kerk als gemeenschap.

Zoeken in Preken Online