Beste vrienden,
Wanneer de leerlingen Hem in doodsangst wekken reageert Jezus met de woorden: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ Wanneer dat werkelijk een gebrek aan vertrouwen en geloof was, dan is mijn geloof waarschijnlijk ook nog veel te klein en heb ik dringend een extra portie van beide vandoen!
Ik kan me echt niet voorstellen dat die storm mij niets zou hebben gedaan, dat ik bij diegenen zou behoord hebben die tijdens de storm rustig en vol vertrouwen gewoon in de boot zijn blijven zitten. Ik ben er zeker van dat ik ook bang zou zijn geweest en even hard mee zou hebben geroepen: „Meester, kan het U dan niet schelen dat wij vergaan?“ Ja, lieve mensen, Ik zou ook verschrikkelijk bang zijn geweest!
Ik ben daar zo zeker van omdat ik mezelf ken: ik weet uit ervaring dat ik soms door angst word overvallen, en dat altijd weer. En ook alle goede raad helpt me niet over die angst heen, dat is gewoon zo. Ik kan die angst niet weg discuteren. Ik ben nu eenmaal bang, en dat in de meest verscheiden situaties. Als kind was ik bang voor storm en onweer. Wanneer het buiten donderde en bliksemde kon niets me in mijn bed houden. En nu ben ik bang voor heel andere stormen, voor datgene wat zal komen en hoe ik daarmee zal kunnen omgaan.
Ik ben bang voor wat anderen daarover zullen zeggen, hoe het bij die anderen zal overkomen en hoe ik bij die anderen zal overkomen. Bang om te mislukken, om beoordeeld te worden, om uitgelachen, niet ernstig genomen en misschien wel uitgebuit te worden. Bang dat ik niet mezelf zal mogen zijn en voortdurend een rol zal moeten spelen.
Ik ben bang! Dat niet toegeven zou betekenen dat ik mezelf zou beliegen!
Ik heb natuurlijk ook wel geleerd dat dat ik niet bang hoef te zijn. Ik weet dat God mij graag ziet, dat ik voor Hem mezelf mag zijn en dat Hij me nooit in de steek zal laten, dat Hij achter me staat. Ik weet ook dat Hij mee in de boot zit en ons nooit alleen zal laten. Natuurlijk weet ik dat – met mijn verstand! Maar hoe zit dat met het buikgevoel? Wat gebeurt er wanneer mijn buikgevoel anders is, wanneer ik toch nog bang ben?
Op dat vlak doet het evangelie van vandaag me echt deugd. Het doet zo goed om te ontdekken dat het de leerlingen van Jezus toen ook niet anders verging, dat zij ook door angst werden overvallen. Angst, ofschoon ze wisten dat Jezus ook aan boord was. Dat ik dat lees, geeft het me moed. Moed om gewoon toe te kunnen geven dat ik bang ben. Moed om mijn angst niet langer te verstoppen, maar om er gewoon voor uit te komen. Daar gaat de angst niet van weg, dat besef ik wel, maar het is eerlijker, en ik voel me daar ook beter bij.
Angst verdoezelen kost ook heel wat kracht. En misschien ontdek ik wel dat anderen ook in dezelfde situatie verkeren. Misschien zijn er wel velen die door dezelfde angsten geplaagd worden. En misschien doet het wel goed om elkaars gezelschap op te zoeken zoals de leerlingen toen in de boot. Dan doet het misschien al goed om te voelen dat ik niet alleen ben met mijn angsten, maar dat er ook nog anderen in dezelfde situatie verkeren.
En waarom zouden wij dan ook niet, juist zoals de leerlingen toen, gewoon op Hem roepen. Waarom schreeuwen we onze angst niet gewoon naar Hem uit? „Heer, waar zijt Gij? Waarom voel ik Uw aanwezigheid niet? Laat toch iets van U horen! Toon ons toch dat Gij er zijt, dat ge niet slaapt, maar U om ons bekommert. Heer ik weet dat Gij U om ons, om mij, bekommert, maar laat me dat ook voelen! En Heer, wanneer dat maar een klein geloof is, help me dan in mijn geloof, toon me dat ik echt niet bang hoef te zijn.“
Waarom zouden wij, net zoals de leerlingen toen in de boot, onze angst ook niet in Gods aangezicht uitschreeuwen? En zelfs wanneer de angst daardoor niet verdwijnt, zelfs wanneer ik haar uiteindelijk niet kan overwinnen, zelfs wanneer ik God op dat ogenblik niet kan ervaren en niet door Hem begeesterd word, wanneer er op het eerste gezicht helemaal niets verandert, misschien helpt het dat we allemaal gemeenschappelijk tot hem roepen. Misschien helpt mij dat al om met mijn angsten te kunnen leven.
En wie weet, wanneer we maar lang en luid genoeg roepen, misschien voel ik zijn bekommerde aanwezigheid dan op zeker moment toch. Misschien voel ik dan ook dat Hij opstaat en tegen de wind zegt: „Zwijg! Wees stil!” En misschien ontdek ik dan ook dat ik dat in het verleden ook al heb gevoeld: en dat de wind ging liggen en het volkomen stil werd. Amen.