Jezus openbaart wie Hij is en wie wij zijn. Hij leidt ons binnen in zijn geheimen en in de onze. Schepen op zee zijn wij en graan in de wind. We kunnen niet groeien zonder dat de wind met ons speelt. We kunnen de kust niet verlaten zonder dat de golven in ons lichaam rijzen en dalen. Weerstand zijn wij, illusie van weerstand. Telkens weerstaan wij een ogenblik aan de wind om dan te buigen en ons weer op te richten, weerstaan we een ogenblik aan de druk van de zee om dan toch weg te zinken en hoog te stijgen. Waarom komen we altijd te laat? Waarom valt ons ritme niet samen met dat van de wind en de golven? De dag ligt toch vast waarop we gemaaid worden. Waarom dan de hele groeitijd weerstand bieden? Het uur ligt toch vast waarop we de haven binnenlopen. Waarom ons dan niet aan de golfslag overgeven?
Dat is ons geheim. Het is de verweving van goed en kwaad in ons. Jezus openbaart het ons. Wij volgen Hem. Hij gaat ons voor. Hij vólgt de beweging van het water niet. Hij is er mee een. Hij is graan dat niet buigt op de wind. Graan en wind en water buigen op zijn woord. Hij stilt de storm. Hij is ‘het levend Brood uit de hemel neergedaald.’ Dat is zijn geheim. In Hem is alleen goed. Hij openbaart het ons. Hij gaat ons voor. Wij volgen Hem, trager dan de natuur, tot ons ritme met het zijne samenvalt, tot onze beweging één is met de zijne. Dat is de geschiedenis van ons leven.
Als Hij de lamme doet lopen, als Hij hem zijn zonde vergeeft, volgen wij Hem. Zo moet het zijn. Een mens moet kunnen lopen. Vergiffenis moet mogelijk zijn. Als Hij over God spreekt, over God met zijn volk, over de Messias onder de zijnen, over de Bruidegom met zijn bruid, het Messiaanse volk, volgen wij Hem. Eerst is het feest en de vasten dient om het feest zuiver te vieren. Geen nieuwe lappen op oude kleren. Geen nieuwe wijn in oude zakken. Als Hij de Wet in dienst van de mens stelt volgen wij Hem. Honger moet gestild worden en een verschrompelde hand mag genezen worden, moet genezen worden, ook en vooral op sabbat: dan pas is het echt sabbatrust en kan ons lichte lied Gods lof zingen. Als Jezus goed en kwaad onderscheidt, volgen wij Hem. Hij is van de Geest vervuld, de schriftgeleerden zijn door de wetsduivel bezeten. Hij drijft de duivels uit door de Geest. Zij schoppen de mensen de duivels in hun lijf. Ze stampen ze vol met angsten voor hun wetten die ze rond hun leven slingeren tot al wat leven en liefde is wel móét stikken.
Was het niet van de ‘man die zijn land bezaait’, was het niet van het ‘mosterdzaadje dat gezaaid wordt’. Want de boer ‘slaapt en staat op, ‘s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe’. En het mosterdzaadje ‘schiet op en het wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen’. Wij volgen Jezus als Hij geneest en vergeeft en discussieert en uitlegt en vecht met al wat naar de duivel stinkt. Wij volgen Hem ook als Hij zijn parabels vertelt. Ook in de parabels openbaart Hij wie Hij is en wie wij zijn. Wie twijfelt hoort er wie het uiteindelijk zal halen.
Een oor voor het getater van het rijk van de kinderen, een oor voor de beloften uit het rijk van de arbeid, een oor voor het gefluister uit het rijk van de liefde, een oor voor de muziek uit het rijk van de cultuur, een oor voor het gejuich uit het rijk van de sport, een oor voor het gehuil uit het rijk van de politiek, een oor voor de parabels van het Rijk Gods. ‘Wie oren heeft, hij luistere’. De parabels zijn ook in zijn leven gezaaid. Laat hem dicht bij de Meester alle uitleg opvangen, heel dicht zijn ritme en zijn beweging volgen, tot zijn leven vruchtbaar valt onder de sikkel en alle deining uitebt in de rust van de thuishaven.