Het gaat in de parabels die we hier voor ons hebben over heel wat zaken. Er is een zaaier. zaad, aarde, dag, nacht, slaap, opstaan, ontkieming, groei, vruchten, groene halmen, volle aren, sikkels, de oogst, een mosterdzaadje, een mosterdstruik en zelfs vogels die er in nestelen. Een heel stel gegevens, waar je alle kanten mee op kunt.
Behalve de twee parabels over de geheimzinnige groeikracht van zaad, en het mosterdzaadje, die we in onze tekst uit het evangelie volgens Marcus hier voor ons hebben, is er nog een derde zaai- en zaadverhaal te vinden in het begin van dit vierde hoofdstuk. Het is het verhaal over de zaaier die uitgaat om te zaaien, waarbij het zaad respectievelijk langs de weg, op rotsachtige grond, tussen de doorns en in goede aarde valt.
Als je al de gegevens uit deze drie verhalen bij elkaar zet, zijn het er zoveel dat het geen wonder is, dat de twaalf hem vroegen of hij hen uit kon leggen waar het eigenlijk om ging.
Het gaat natuurlijk steeds over zaad. Dat zaad wordt twaalf keren vermeld in de teksten. In de meeste bijbelvertalingen worden deze verhalen dan ook naar de zaaier of naar het zaad genoemd: ‘de parabel van de zaaier’, ‘de parabel van het groeiende zaad’, en ‘de parabel van het mosterdzaadje’. De meeste traditionele commen¬taren nemen over het algemeen aan dat ‘zaad’ het voornaamste en meest betekenende element in deze parabels is.
In de context van het evangelie van Marcus is dat niet waar. Niet het zaad, maar de aarde is de focus (Mary Ann Tolbert, Sowing the Gospel, Minneapolis 1989). Voor Marcus zijn de drie verhalen geen ‘zaad’-parabels, maar ‘aarde’-parabels. Het is niet het zaad, maar de aarde die de drie verhalen bij elkaar houdt. Het is die nadruk op de ‘aarde’ waarin het zaad valt, die de parabels zo interessant maakt.
Het zaad blijft natuurlijk een rol spelen. Het is immers het woord van Jezus dat door hem uitgezaaid wordt. Maar ook dan is het weer niet het zaaien van dat woord dat benadrukt wordt, maar het ontvangen van dat woord, het luisteren naar dat woord. Dat werkwoord ‘luisteren’ of ‘horen’ wordt maar liefst dertien keer in deze drie parabels gebruikt.
De ‘aarde’ dient het woord dus te ontvangen, wij dienen er naar te luisteren. Als we dat doen, dan draagt dat woord vrucht. Iets wat tot dan toe verborgen was wordt onthuld. De enorme groeikracht van de aarde wordt aan het licht gebracht. De aarde leert haar zelf kennen.
Het is de aarde die het zaad doet groeien. Het is de aarde die het zaad de mogelijkheid geeft om van het kleinste zaadje tot de grootste plant uit te groeien. Het is het zaad dat aan de aarde openbaart wat het kan voortbrengen. Het is het woord van Jezus Christus dat ons openbaart wie we zijn, en wat we kunnen voortbrengen.
Zonder de aarde zou het zaad vruchteloos blijven, maar zonder het zaad blijft de potentie van de aarde verborgen.
Die potentie kan ook na het zaaien op allerhande manieren gefrustreerd worden. Maar dat wil niet zeggen dat de aarde in dat geval impotent is. Het wil alleen maar zeggen dat die potentie geblokkeerd blijft. Het zaad schept de mogelijkheden van de aarde niet. Het zaad is als een katalysator om de aarde vrucht te doen dragen. Als het zaad verwelkomd wordt, als er naar het woord geluisterd wordt, worden de mogelijkheden die er in de aarde - die er in ons - verborgen liggen ontplooid.
In Jezus’ parabels over het zaad en de aarde gaat het over een onderlinge verhouding, over een reageren op elkaar. De aarde dient te ontvangen en het zaad moet gezaaid worden. Het gaat hierbij niet over een ‘bekering’, maar over een ‘onthulling’, een ‘openbaring’, een ‘disclosure'.
Je kunt het ook op een heel andere manier zeggen door een andere metafoor uit de evangeliën te gebruiken. Het is in het licht van Jezus dat we in onszelf onze eigen positieve mogelijkheden kunnen ontdekken. Licht brengt niets, het laat zien wat er is. Zonder dat licht zien we het niet. Zonder dat licht leven we in het donker. Zonder het zaad blijft de groei die de aarde kan geven, en de planten en de vruchten die ze kan voortbrengen verborgen. Dat is niet alleen waar voor ons. Het is waar voor iedereen. Het is de grondslag van onze hoop. Het is een waarheid waar we in onze gesprekken met anderen rekening mee moeten houden.