Homilie Advent – COC gepensioneerden
Groenhove Torhout – 12 december 2017
Goede mensen,
er is al sinds mensenheugenis een geschiedenis van man-en-macht, van oorlog en geweld gaande in deze wereld. Een geschiedenis ook van uitsluiting en onrecht. Die dreigt tot op vandaag van deze wereld een onherbergzame plaats te maken voor zeer veel mensen.
Maar er is al evenzeer een tegengeschiedenis van geleefde, concrete liefde en solidariteit van doodgewone mensen die proberen van moment tot moment en met besef van de weerbarstige structuren van tijd en ruimte en financiële moeilijkheden iets meer gerechtigheid te doen voor iets meer mensen. God zij dank ! Er is een geschiedenis van mensen die rechtschapen zijn , ‘vroom’ en ‘wetgetrouw’. Het zijn mensen die een nieuw begin belichamen. Zij doen wat ze moeten doen, vanzelfsprekend, ter plaatse waar ze gaan en staan, weerloos-eenvoudig, zachtmoedig maar onweerstaanbaar.
Goede mensen,
er bestaat een joodse legende die vertelt dat er op aarde 36 verborgen rechtvaardigen leven die de wereld dragen en overeind houden. Van hen wordt gezegd dat ze zelf niet eens weten dat ze dat doen. Ze doen het in stilte en onopgemerkt. Hun leven is in niets opzienbarend; zij kunnen verpleegster zijn of ambtenaar, kloosterzuster, huisvrouw of fabrieksarbeider. Ja zelfs misschien priester of bisschop. Niemand weet wie ze zijn. Zij doen gerechtigheid omdat ze het niet kunnen laten. Zonder pretenties en zonder hoop op beloning. Buitengewoon gewoon. Toch hangt het lot van de wereld van hen af. Als er van hen iemand sterft, zonder het eindresultaat van zijn werk gezien te hebben(wat heel vaak gebeurt), treedt ergens elders op de wereld onmiddellijk een ander mens in de voetstappen van de gestorvene. Het zijn er 36, naar men zegt. Natuurlijk kunnen het er ook meer zijn, maar minder zijn het er nooit. Daar mogen we zeker van zijn. De Eeuwige zelf zorgt ervoor dat Hij ‘zijn getal heeft’…
Die 36 verborgen rechtvaardigen proberen zo goed mogelijk te zijn op de vierkante meter of kilometer, voor hun kinderen, hun buren, in de wijk of de parochie. En ook heel vaak voor hier en daar een mens die uitgesloten is, verloren loopt, op zoek om thuis te komen in deze onherbergzame wereld. Wie goed toekijkt ziet dat het veelal doodgewone mensen zijn die dit doen (een kleine tip misschien voor wie er een paar van bezig wil zien : je moet eens gaan kijken in één of andere Welzijnsschakel bijvoorbeeld, of in één van de projecten die door Welzijnszorg worden gesteund – mensen die samen willen vechten tegen armoede en uitsluiting; die er zelfs in stilte niet aan denken om weg te lopen van een ander mens die hen nodig heeft om het nieuwe leven waar de God van de Bijbel zo vurig op hoopt te laten geboren worden…)
Het lijkt wel alsof er overal mensen bestaan die met een natuurlijke aanleg voor liefde en gerechtigheid zijn toegerust. Op hen rust Gods Geest, zegt Jesaja. Zij schreeuwen niet en verheffen hun stem niet, maar hebben veel mededogen. Het geknakte mens-zijn breken zij niet. De kwijnende vlaspit doven zij niet. Zij koesteren elke vorm van menselijkheid, hoe broos ook. Zij geven het visioen van een menselijke samenleving in vrede en gerechtigheid niet op, en laten zich er door de machten en krachten die daar werkzaam zijn niet onder krijgen. Zo broos en kwetsbaar als zij zelf ook zijn, hebben zij toch de energie om te delen wat zij hebben; brandpunt van goedheid te zijn, begin van gerechtigheid en vrede. Het zijn mensen die zich weerloos-rusteloos inzetten, die ongekroond, en zonder titel of mandaat en namens niemand/Iemand, ‘ik’ zeggen en ‘jij’, en proberen voor een ander mens een betrouwbaar uitgangspunt te zijn, zodat die geloven kan wat zijn ogen zien gebeuren: dat het toch mogelijk is, te kiezen voor het leven, voor menselijkheid en menswaardigheid – hier en nu, en overal…
Die 36 rechtvaardigen zijn onbruikbaar binnen het machtige systeem van deze wereldorde. Zij voelen zich ballingen, ongemakkelijk en ongewenst vaak binnen heel deze vrije-markt-economie, die geen leven brengt voor brengt voor zovelen in de rand van de maatschappij. Zij zijn rusteloos, die rechtvaardigen, die ‘Dienaren van de heer’. Zij branden op, en vinden het niet eens heel erg. Zij reiken altijd boven hun krachten, en kunnen niet anders, en willen niet anders. Zij zijn het die met kleine stappen ons komen melden de vrede…
Kijk, zo’n mens, zo’n rechtvaardige zou ik ook willen zijn. Ik wil niet schreeuwen en roepen of hoog van de toren blazen, maar het teder en krachtig tegelijk opnemen voor wie kwetsbaar is. De kwijnende vlam in mezelf en in mensen om me heen zal ik niet laten doven. Ik wil mijn angst, mijn drempelvrees, mijn machteloosheid overwinnen door het grote vertrouwen dat God ook in mijn geschiedenis verweven is, dat de mens naast mij geen rivaal maar bondgenoot mag zijn, dat er onnoemelijk veel meer kan gebeuren dan wat wij er nu van terechtbrengen.
Lieve mensen,
zet nu stilletjes aan de kerststal maar klaar. De hoofdrolspelers zijn al vanouds in de coulissen van de Advent neergezet: Maria, Jozef, de Engel en het Kind dat door Jesaja is beloofd. Ze staan te trappelen van ongeduld om op de scène van onze mensengeschiedenis te mogen komen en er hun Grote Blijspel van Kerstmis weer eens op te voeren.
Breng maar de EZEL aan, het lastdier van de armen, met zijn grote oren en zijn grijze haar, met zijn sterke rug en zijn enorme draagkracht en vooral : met zijn koppige trouw en zijn eenvoudig maar hartsgrondig JA ! – I-A, JA…
En ook zijn trouwe compagnon de OS mag niet ontbreken, dat celibataire, impotente dier dat op het eerste gezicht toch zo onvruchtbaar lijkt, maar dat als geen ander de ploeg kan trekken en zo de aarde klaar maakt voor het zaad dat van elders en de oogst die pas veel later komt…
Vergeet vooral de goede HERDER niet, met op zijn schouders het verloren SCHAAP dat hij genezen wil van al zijn heim-wee, zijn diep verlangen om ergens thuis te kunnen zijn…
Laat dan de WIJZEN ook maar aan hun lange reis beginnen, aan hun jaarlijkse processie van Echternach; Het mogen vooral geen trotse, hoge heren zijn, geen koningen te paard of op kamelen. Laat ze dit jaar veeleer gelijken op Pietjevogel, Suskewiet en Schrobberbeek, die zalige sloebers uit het verhaal van Felix Timmermans. Vergeet niet hen te waarschuwen voor koning Herodes in zijn groot paleis -maar toch, ze moeten wel bij hem passeren om hem een teken te geven, een ‘politiek signaal’-
Niet in het land van man-en-macht moet je de Messias zoeken, Herodes, maar in het open veld waar kleine mensen wonen, tussen het ‘schorremorrie’ (dat zijn letterlijk de ‘ossen en ezels’) in de stal.
En zet er nog een STER bij om de weg te wijzen, een sprankel hoop en perspectief voor wie niet thuis geraakt in deze donkere tijden…
Dan kan het straks Kerstmis worden, misschien.
‘Wanneer, Heer, komt toch Uw koninkrijk?’, verzuchtte een oude rabbi in een joods verhaal. Eén van zijn leerlingen, een kwajongen nog, wilde een grapje met hem maken. Hij blies ineens gans onverwacht op de ramshoorn, de sofar. De dorpelingen kwamen aangelopen en schreeuwden de rabbi toe: ‘Haast je! Snel! De sofar heeft geklonken vanop de berg Sion! De Messias is gekomen..!’ De rabbi stond op, maakte een raam open van zijn huis, keek naar buiten en zei: ‘Het moet een vergissing zijn. De wereld om ons heen is nog in niets veranderd. Dan kàn de Messias dus nog niet gekomen zijn…’
Lieve mensen, wij wachten in deze dagen al evenzeer en ongeduldig op de komst van de Messias als die oude rabbi. Laten we vooral geen grapjes uithalen en niemand voor de gek houden, ook onszelf niet. Vòòr het Kerstmis wordt moeten we eerst duidelijk kunnen constateren dat er tijdens de Advent wel degelijk iets veranderd is in de wereld om ons heen. Anders is Kerstmis ongeloofwaardig, en de komst van de Messias zeer onwaarschijnlijk. Het duurt nog maar enkele dagen, zegt de kalender ons. 25 December is vlakbij. Reclame en commerçe zijn buiten zodanig op de sofar aan het blazen, dat horen en zien vergaat. Laat je niet beetnemen. Je moet voor alle zekerheid straks toch nog maar even door het venster van de wereld om je heen gaan kijken, om te zien of er misschien al iets veranderd is. Of wellicht kan je er zelf nog snel iets aan doen..? Alvast een Zalige Kerstmis, straks !
Geert Dedecker
DE FIGUREN VAN DE KERSTSTAL – GEERT DEDECKER
Kerstmis is het feest van de ‘menswording’. God is mens geworden, en wij allen zijn geroepen om naar Zijn beeld en gelijkenis de mens te worden die wij in aanleg zijn. Ons leven is één lange ‘humaniora’, dat wil zeggen: een school om ‘meer mens te worden’…
Van de figuren van de kerststal kunnen we het misschien leren, hoe dat geboorteproces in zijn werk gaat. Om dan een hele advent lang te oefenen. Een beetje meer gelijken op de ezel en de os, op de herder of de engel. Op tocht gaan als de wijzen, ter zijde staan als Jozef, ‘Let it be’ leren zeggen als Maria…
Misschien mogen wij dan straks – op 25 december – ook mee in de kerststal staan en het wonder van de menswording zien gebeuren in de wereld om ons heen..?
DE FIGUREN VAN DE KERSTSTAL ZIJN
Symbolen, voorstellingen, uitbeeldingen, metaforen voor
de manier waarop
de plekken waar en momenten, gebeurtenissen, ogen-blikken waarin God mens wordt in deze wereld
een oproep tot ieder van ons om MENS te worden naar het beeld en de gelijkenis van God
op de plaats waar we staan
met de mogelijkheden die ons gegeven zijn
in de ontmoeting met een ander mens – bij voorkeur een zwakke, kleine… mens
HOE KUNNEN WIJ ELKAAR TOT ZEGEN ZIJN, op de wijze van de figuren van de kerststal?
DE STAL: een plek aanbieden om thuis te komen
BETLEHEM: Huis van Brood zijn; plek van voedsel en van vorming; plek om af en toe brood te breken en te delen, het geleefde leven te verzamelen en te vieren dat we leven
HET KIND: kwetsbaar, vragend om ‘er te mogen zijn’
MARIA: de vrouw van ‘Let it be’ en ‘Mij geschiede naar Uw Woord’
JOZEF: ‘aanwezig zijn’, ‘terzijde staan’ – en blijven dromen…
DE EZEL: grote oren om te luisteren en ge-hoor-zaam te zijn; een brede rug om veel te dragen, te verdragen en vèr te dragen; met de koppigheid om ‘I-A’ te blijven zeggen in alle engagementen
DE OS: om het juk op te nemen en met en in de ploeg te werken; een schijnbaar ‘onvruchtbaar’ dier – onmacht blijven uithouden…
DE HERDER: pastoraal bezig zijn, be-hoeden-d en be-waar-end
HET VERLOREN SCHAAP: elk mens is zowel een ‘vondst’ als een ‘vondeling’ (‘mooi ben je niet, mooi word je door iemand gevonden…’
DE WIJZEN: altijd weer op weg gaan, in het ritme van de processie van Echternach; en onze gaven aanbieden: goud als materiële en financiële ondersteuning – wierook van respect en eerbied – mirre als troost en balsem voor kwetsuren.
DE ENGEL: boodschapper van God, ‘Facteur d’ amour’ en Go-between; engelbewaarder zijn
DE STER: het visioen blijven hooghouden. En naar de sterren aan de hemel blijven kijken (‘tel je zegeningen, Abraham!’ – Genesis 15)
Preeksuggestie bij de Vierde Zondag van de Advent
‘Toen Maria verloofd was met Jozef bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger van de Heilige Geest…’ (Matt. 1,18).
Dat éne zinnetje uit het evangelie van vandaag is de samenvatting van heel de Advent. Niet de mannenmacht, niet de brute potentie van al wie het voor het zeggen heeft in deze wereld, maar de zachte krachten van de Geest hebben de Messias in Maria tot leven laten komen. Dat éne zinnetje brengt vandaag ook goed nieuws voor ons : het onverwachte, het niet meer verhoopte, het nooit vermoede kàn gebeuren, telkens opnieuw. Wij burgers van het Rijke Westen bijvoorbeeld kunnen op onze oude dag nog mens worden, stel je voor ! De geschiedenis van uitsluiting en kansarmoede, de uitzichtloze cirkel van niets en niemand zijn kàn doorbroken worden. Wij allen, zo oud of zo jong als wij zijn, wij kunnen in verwachting geraken. De toekomst kan in elk van ons tot leven worden gewekt. Bij God is niets onmogelijk. Advent is het eeuwige verhaal van Gods ‘En toch…’.
Maar hoe zal dat geschieden ? Hoe wordt zo’n nieuw begin van Menswording gemaakt , hoe lang duurt dat ‘in verwachting’ zijn ? Is het dragen van die verwachting lastig ? Kost het pijn als je dan tenslotte eindelijk geboren wordt als mens ? Allemaal vragen waar man-en-macht nauwelijks een antwoord weten op te verzinnen. Het meisje Maria uit Nazareth leert ons vandaag hoe dat in zijn werk gaat. Uit het ge-hoor-zaam worden aan het Woord, uit het één en al oor worden voor het appèl dat van verre, van buiten ons, vanuit de hemel én vanop de aarde op je toekomt, dààruit wordt de mens naar Gods hart, wordt de Messias geboren…
Omer Gielliet, de pastoor van Breskens die uit wrakhout kunstwerken maken kan, heeft indertijd een pracht van een beeld gemaakt van Maria in de Advent. En heel merkwaardig : het beeld is eigenlijk niets anders dan een heel groot oor. Hij heeft er als duiding volgende tekst bij geschreven :
Maria
Ik denk dat je heel diep bent neergedaald in de nood dat je kind daaruit ontvangen is dat je door te buigen en af te dalen langzaam maar zeker één en al oor bent geworden voor je man en je zoon en voor wat mensen zo drukt dat je daarom soms een vuist hebt gemaakt en hebt gezongen van ‘kleine mensen maakt Hij groot’. Ik hoor jou zingen vandaag voor al wie arm is en uitgesloten, Maria. Ik hoor jou zingen van God. Maria, uit jouw oren en jouw horen zijn vele kleine mensen herboren…
Bij het geheim van de Menswording is in het evangelie ook altijd een engel betrokken. Zeven keren veertig dagen geleden heeft die voorzichtig een Woord gelegd in het oor en in de schoot van het meisje Maria. Diezelfde engel heeft vandaag Jozef, haar verloofde, in zijn slaap gevonden en heeft hem gevraagd niet weg te lopen van zijn vrouw, niet weg te lopen van zijn verantwoordelijkheid voor het nieuwe leven dat nog maar pas in haar is ontstaan. Nieuw leven, klein en kwetsbaar pas ontloken leven, daar moet je altijd heel voorzichtig mee omgaan, Jozef, heeft de engel gezegd. Vrees niet. Het komt wel goed…
De God van de Bijbel kan niet goed verdragen dat wij in slaap vallen en ons bij de feiten neerleggen. Hij wil dat wij opstaan en opgewekt zijn. Maar Hij is een meester in de camouflage. Hij breekt in onze slaap niet binnen als een spook, maar bijvoorbeeld als een engel die ons aanstoot in de morgen, en die ons iets te zeggen heeft.
Engelen moet je welkom heten als ze aan de deur van je leven komen aankloppen, zegt de Schrift. Engelen moet je altijd zeer gastvrij ontvangen. Engelen moet je onvoorwaardelijk binnenlaten in je huis en in je hart. Want ze hebben je altijd iets te zeggen, iets wezenlijks, iets dat van God komt. Ik las daarover onlangs iets heel merkwaardigs. Moet je horen :
‘Vluchtelingen en asielzoekers zijn vandaag net als de engelen uit de Bijbel. Het zijn boden uit een andere wereld die hier bij ons binnenvallen en komen vertellen hoe mensen er elders in de wereld aan toe zijn. Ze komen met een boodschap van Godswege, met een vraag en een appèl. Ze komen ons ervan verwittigen dat het op onze planeet zo niet verder kan en dat er dringend stappen moeten worden gezet naar een nieuwe wereldordening, waar plaats is en ruimte voor menswording en menswaardig leven voor iedereen…’
Inderdaad, zulke engelen die van verre komen moet men altijd welkom heten en zeer gastvrij ontvangen, zeker in de Advent. Ze moet een huis krijgen en een toevluchtsoord. Een plek om bij de mensen te wonen. Maria en Jozef wisten dat. Het waren ‘vrome’ en ‘wetgetrouwe’ mensen . Zij hebben elk op hun manier geluisterd naar de engel die in hun leven kwam aankloppen, en uit dat wederzijdse luisteren is de Messias geboren…
Maar we zijn er nog niet. Er is nog een moeilijkheid, een praktisch bezwaar van Jozefs kant (misschien juist omdat hij een man was – ‘man-en-macht’ heeft in de Schrift altijd veel meer bezwaren tegen wat Gods Woord met een mens wil doen dan vrouwen hebben…). Hoor maar : ‘Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden…’ (Matt. 1,19).
Een beetje vreemd is dat. Dat je rechtschapen bent – en er dùs aan denkt van een ander mens weg te lopen, die mens die je nodig heeft in de steek te laten. Maar Jozef wil geen opspraak in de media en geen commentaar van de buren. Hij is bang dat , wanneer je aan een ander recht wil doen, die ander daar misschien nergens mee te-recht kan, en dat jouw recht doen aan hem of haar dus zinloos en nutteloos is. We kennen dat wel. De bezwaren van Jozef zijn ook heel vaak die van ons.
Het is precies deze kromme redenering van Jozef en van ons die de engel van Godswege nog snel wil komen recht zetten, voor het Kerstmis wordt. Wie rechtschapen is moet niet van een ander weglopen – wel integendeel : wie rechtschapen is moet juist bij een ander in nood blijven en voor hem of voor haar opkomen. Daaruit zal zijn rechtschapenheid blijken. Dus Jozef : vrees niet. En doe wat moet…
Goede mensen, er bestaat een joodse legende die vertelt dat er op aarde 36 verborgen rechtvaardigen leven die de wereld dragen en overeind houden. Van hen wordt gezegd dat ze zelf niet eens weten dat ze dat doen. Ze doen het in stilte en onopgemerkt. Hun leven is in niets opzienbarend ; zij kunnen verpleegster zijn of ambtenaar, kloosterzuster, huisvrouw of fabrieksarbeider. Ja zelfs misschien priester of bisschop. Niemand weet wie ze zijn. Zij doen gerechtigheid omdat ze het niet kunnen laten. Zonder pretenties en zonder hoop op beloning. Buitengewoon gewoon. Toch hangt het lot van de wereld van hen af. Als er van hen iemand sterft, zonder het eindresultaat van zijn werk gezien te hebben(wat heel vaak gebeurt), treedt ergens elders op de wereld onmiddellijk een ander mens in de voetstappen van de gestorvene. Het zijn er 36, naar men zegt. Natuurlijk kunnen het er ook meer zijn, maar minder zijn het er nooit. Daar mogen we zeker van zijn. De Eeuwige zelf zorgt ervoor dat Hij ‘zijn getal heeft’… Die 36 verborgen rechtvaardigen proberen zo goed mogelijk te zijn op de vierkante meter of kilometer, voor hun kinderen, hun buren, in de wijk of de parochie. En ook heel vaak voor hier en daar een mens die uitgesloten is, verloren loopt, op zoek om thuis te komen in deze onherbergzame wereld. Wie goed toekijkt ziet dat het veelal doodgewone mensen zijn die dit doen (een kleine tip misschien voor wie er een paar van bezig wil zien : je moet eens gaan kijken in één of andere Welzijnsschakel bijvoorbeeld, of in één van de projecten die door Welzijnszorg worden gesteund – mensen die samen willen vechten tegen armoede en uitsluiting ; die er zelfs in stilte niet aan denken om weg te lopen van een ander mens die hen nodig heeft om het nieuwe leven waar de God van de Bijbel zo vurig op hoopt te laten geboren worden…). Het lijkt wel alsof er overal mensen bestaan die met een natuurlijke aanleg voor liefde en gerechtigheid zijn toegerust. Mensen die rechtschapen zijn als Jozef…
Er is een geschiedenis van man-en-macht. Een geschiedenis van uitsluiting en onrecht. Die dreigt van deze wereld een onherbergzame plaats te maken voor zeer veel mensen.
Maar er is al evenzeer een tegengeschiedenis van geleefde, concrete liefde en solidariteit van doodgewone mensen die proberen van moment tot moment en met besef van de weerbarstige structuren van tijd en ruimte en financiële moeilijkheden iets meer gerechtigheid te doen voor iets meer mensen. God zij dank ! Er is een geschiedenis van mensen die rechtschapen zijn , ‘vroom’ en ‘wetgetrouw’. Het zijn mensen die een nieuw begin belichamen. Zij doen wat ze moeten doen, vanzelfsprekend, ter plaatse waar ze gaan en staan, weerloos-eenvoudig, zachtmoedig maar onweerstaanbaar.
We moeten vandaag dus ook goed kijken naar Jozef. Hij wàs een rechtschapene, zegt het evangelie. Hij was een dromer ook, zoals u weet (die twee gaan vaak goed samen). Hij was een doodgewoon man tegelijkertijd, een mens als u en ik. Dus moest er van tijd tot tijd een engel komen om hem op te wekken uit de slaap der gelukzaligen. Maar telkens nadat Jozef had gedroomd, stond hij op (met dat verrijzenis-werkwoord uit de Schrift) om recht te doen aan wie hem nodig had…
Ook dat is goed nieuws voor ons vandaag : dat er altijd mensen zullen zijn die bereid zijn om te dromen én om op te staan ; die niet gaan zitten tellen en wikken en wegen ; die niet aankomen met duizend excuses van ‘ja maar’ en ‘later misschien wel’, maar die rechtschapen zijn én dus proberen te doen wat moet gedaan. Met de joodse legende mogen wij geloven dat deze verborgen rechtvaardigen deze onherbergzame wereld zullen blijven dragen en voor de toekomst zullen blijven instaan. En wij bidden op het eind van deze Advent om ‘Jozef’ – dat betekent : ‘Moge Jahwe er nog aan toevoegen…’ God geve dat het waar mag zijn ! Want uit mensen als Jozef wordt al evenzeer als uit Maria - de - beschikbare de Messias geboren.
Lieve mensen, zet nu de kerststal maar klaar. De hoofdrolspelers zijn al in de coulissen neergezet door de schriftlezingen van vandaag : Maria, Jozef, de Engel en het Kind dat door Jesaja is beloofd. Ze staan te trappelen van ongeduld om op de scène van onze mensengeschiedenis te mogen komen en er hun Grote Blijspel van Kerstmis weer eens op te voeren.
(Op dit moment van de homilie kunnen kinderen van achter in de kerk één voor één de volgende beelden van de kerststal naar voren brengen, even aan het publiek laten zien, en ze dan bijzetten in de kerststal die al ergens te wachten staat…)
Breng maar de EZEL aan, het lastdier van de armen, met zijn grote oren en zijn grijze haar, met zijn sterke rug en zijn enorme draagkracht en vooral : met zijn koppige trouw en zijn eenvoudig maar hartsgrondig JA ! – I-A, JA… En ook zijn trouwe compagnon de OS mag niet ontbreken, dat celibataire, impotente dier dat op het eerste gezicht toch zo onvruchtbaar lijkt, maar dat als geen ander de ploeg kan trekken en zo de aarde klaar maakt voor het zaad dat van elders en de oogst die pas veel later komt…
Vergeet vooral de goede HERDER niet, met op zijn schouders het verloren SCHAAP dat hij genezen wil van al zijn heim-wee, zijn diep verlangen om ergens thuis te kunnen zijn…
Laat dan de WIJZEN ook maar aan hun lange reis beginnen, aan hun jaarlijkse processie van Echternach; Het mogen vooral geen trotse, hoge heren zijn, geen koningen te paard of op kamelen. Laat ze dit jaar veeleer gelijken op Pietjevogel, Suskewiet en Schrobberbeek , die zalige sloebers uit het verhaal van Felix Timmermans. Vergeet niet hen te waarschuwen voor koning Herodes in zijn groot paleis
- maar toch, ze moeten wel bij hem passeren om hem een teken te geven, een ‘politiek signaal’- niet in het land van man-en-macht moet je de Messias zoeken, Herodes, maar in het open veld waar kleine mensen wonen, tussen het ‘schorremorrie’ (dat zijn letterlijk de ‘ossen en ezels’) in de stal.
En zet er nog een STER bij om de weg te wijzen, een sprankel hoop en perspectief voor wie niet thuis geraakt in deze donkere tijden…
Dan kan het straks Kerstmis worden, misschien.
‘Wanneer, Heer, komt toch Uw koninkrijk ?’, verzuchtte een oude rabbi in een joods verhaal. Eén van zijn leerlingen, een kwajongen nog, wilde een grapje met hem maken. Hij blies ineens gans onverwacht op de ramshoorn, de sofar. De dorpelingen kwamen aangelopen en schreeuwden de rabbi toe : ‘Haast je ! Snel ! De sofar heeft geklonken vanop de berg Sion ! De Messias is gekomen..!’ De rabbi stond op, maakte een raam open van zijn huis, keek naar buiten en zei : ‘Het moet een vergissing zijn. De wereld om ons heen is nog in niets veranderd. Dan kàn de Messias dus nog niet gekomen zijn…’
Lieve mensen, wij wachten in deze dagen al evenzeer en ongeduldig op de komst van de Messias als die oude rabbi.Laten we vooral geen grapjes uithalen en niemand voor de gek houden, ook onszelf niet.Vòòr het Kerstmis wordt moeten we eerst duidelijk kunnen constateren dat er tijdens de Advent wel degelijk iets veranderd is in de wereld om ons heen. Anders is Kerstmis ongeloofwaardig, en de komst van de Messias zeer onwaarschijnlijk. Het duurt nog maar enkele dagen, zegt de kalender ons. 25 December is vlakbij. Reclame en commerçe zijn buiten zodanig op de sofar aan het blazen, dat horen en zien vergaat.Laat je niet beetnemen. Je moet voor alle zekerheid straks toch nog maar even door het venster van de wereld om je heen gaan kijken, om te zien of er misschien al iets veranderd is. Of wellicht kan je er zelf nog snel iets aan doen..? Alvast een Zalige Kerstmis, straks !
VOORBEDEN BIJ DE FIGUREN VAN DE KERSSTAL
Laat ons bidden voor alle kinderen;
voor hen die in ons midden
klein en weerloos zijn:
om een gelukkige jeugd;
dat er niets ergs met hen gebeuren zal;
dat zij niet scheef groeien
en niet misvormd worden.
Laat ons bidden
dat wij hen geen ergernis geven,
niet leren haten,
maar hen binnenvoeren in de waarheid.
En dat wij de moed mogen vinden
om op te komen voor al wat zacht en onverwacht is
en het eerste:
de eerste verliefdheid,
het ontluikende geloof,
de schuchtere stap naar vrede en verzoening…
Laat ons bidden.
Laten we bidden voor hen die dromen zoals Jozef:
voor hen die terzijde staan,
voor hen die bescheiden trouw proberen te blijven,
ook al begrijpen zij niet wat er gebeurt.
Voor hen die open en ontvankelijk
hun toekomst tegemoet gaan,
dat zij durven leven met onzekerheden
en opgewassen zijn tegen teleurstellingen.
Voor hen die kracht uitstralen, liefde geven, recht doen:
dat zij staande blijven in ons midden…
Laat ons bidden.
Laten we bidden om mensen zoals Maria,
die de mysteries van hun leven durven be-amen:
blijde, droevige en glorierijke mysteries.
Voor hen die aan Gods Woord
een naam en een gezicht geven;
voor alle moeders ter wereld:
ongehuwde moeders, oude moeders,
moeders die op dit moment hun kindje ter wereld brengen…
bidden wij om mensen in ons midden
die openhartig en ruim-schoots durven geloven. Laat ons bidden.
Wij bidden U voor allen
die geen gestalte en schoonheid hebben
om naar op te zien.
Voor hen die niet mee kunnen;
voor de kinderen die ongelukkig geboren zijn,
voor allen die gestoord zijn en gehandicapt;
voor ongeneeslijke zieken.
Voor al die mensen die in onze maatschappij
** als onvruchtbaar worden terzijde gezet:**
zij die niets kunnen,
zij die niets hebben,
mensen zonder relaties en prestaties…
Voor hen die dienstbaar zijn in ons midden
door trouw de grond om te ploegen
en zo te dienen voor de oogst.
Laat ons bidden.
Laat ons bidden
voor mensen die ge-hoor-zaam willen leven;
voor mensen met oren aan hun kop en hun hart;
voor hen die werken op consultatiebureaus en in onthaalcentra.
Bidden we dat wij elkaars diepste vragen blijven horen;
dat ieder die in ons midden om hulp roept
zou gehoord worden.
Bidden wij om draagkracht,
om een brede rug,
om uithoudingsvermogen en verdraagzaamheid.
Voor hen die onder veel te zware lasten gebukt gaan:
eenzaamheid, groot verdriet,
moedeloosheid, onmacht en onzekerheid.
Laten we bidden om de koppige trouw van de ezel
in ons gezin, op ons werk, in onze relaties, in de buurt, de kerkgemeenschap… Laat ons bidden.
Bidden wij voor allen die herder zijn.
Voor allen die verantwoordelijkheid dragen;
voor hen die de wereld regeren:
dat zij de vrede niet in gevaar brengen.
Voor hen die onze welvaart bepalen,
dat zij zorg dragen voor de misdeelden.
Voor allen die onderwijs geven
en wetenschap bedrijven.
Bidden wij voor leerkrachten en onderwijzers,
voor opvoeders en begeleiders,
voor diakens, pastorale werkers, parochieassistenten
en voor allen die vrijwilligerswerk doen in kerk en maatschappij.
Laat ons bidden.
Bidden wij tenslotte
voor allen die naar God op zoek zijn, zoals de wijzen.
** Hoe ver wij ook zijn, God,**
wij vragen U: kom ons zoeken in nacht en duister.
Hoe ver wij ook zijn,
laat een ster verschijnen om ons de weg te wijzen.
Hoezeer wij ook verloren lopen,
zend iemand – een engel, een mens –
om ons terug en thuis te brengen.
Dat wij elkaar niet in de steek laten
als ons dat beter uitkomt;
dat wij niet tégen elkaar optrekken,
maar het uithouden met elkaar,
en niemand achterlaten. Laat ons bidden.
Het wonder van de menswording gebeurt niet in een zee van licht, niet in straten vol glitter, niet in de verblindende veelheid en ver van wie uit is op macht. Maar naamloos, geborgen, misschien in het holst van de nacht.
Op plaatsen, ontelbaar, waar leven wordt doorgegeven, waar het brood van vertrouwen vanzelfsprekend met ieder gedeeld wordt, waar niemand te min is, geen levende ziel onbelangrijk.
Waar je als vreemde een thuis vindt, waar eenzaamheid wordt geheeld en pijn niet vergeten, angst niet meer hoeft.
Waar men grootmoedig een stap zet, en nog één en nog één, naar verzoening en eindelijk vrede.
Het kind van de hoop wordt steeds weer herboren uit mensen.
God, wat een wonder.
(Kris Gelaude)
Homilie voor de vierde zondag van de Advent A – B –C
Lieve mensen,
we zijn vandaag reeds aanbeland bij de vierde zondag van de Advent. Zet nu dus de kerststal maar helemaal klaar. De hoofdrolspelers zijn al in de coulissen neergezet door de evangelielezingen van de voorbije weken: Maria, Jozef, de Engel en het Kind dat aan Maria is beloofd. De figuranten uit het verhaal staan ondertussen te trappelen van ongeduld om op de scène van onze mensengeschiedenis te mogen komen en er hun Grote Blijspel van Kerstmis nog maar eens op te voeren.
(Op dit moment van de homilie kunnen kinderen van achter in de kerk één voor één de volgende beelden van de kerststal naar voren brengen, even aan het publiek laten zien, en ze dan voorzichtig bijzetten in de kerststal die al ergens in de kerk te wachten staat…)
Breng maar de EZEL aan, het lastdier van de armen, met zijn grote oren en zijn grijze haar, met zijn sterke rug en zijn enorme draagkracht en vooral: met zijn koppige trouw en zijn eenvoudig maar hartsgrondig JA! – I-A, JA…
En ook zijn trouwe compagnon de OS mag niet ontbreken, dat zogezegde impotente dier dat op het eerste gezicht toch zo onvruchtbaar lijkt, maar dat als geen ander de ploeg kan trekken en ‘met de ploeg’ kan werken en zo de aarde klaar maakt voor het zaad dat van elders en de oogst die pas veel later komt…
Vergeet vooral de goede **HERDER **niet, met op zijn schouders het verloren SCHAAP dat hij genezen wil van al zijn heim-wee, zijn diep verlangen om ergens thuis te kunnen zijn…
Laat dan de WIJZEN ook maar aan hun lange reis beginnen, hun jaarlijkse processie van Echternach; Het mogen vooral geen trotse, hoge heren zijn, geen koningen te paard of op kamelen. Laat ze dit jaar veeleer gelijken op Pietjevogel, Suskewiet en Schrobberbeek, die zalige sloebers uit het verhaal van Felix Timmermans. Vergeet niet hen te waarschuwen voor koning Herodes in zijn groot paleis maar toch, ze moeten wel bij hem passeren… Vraag hen toch maar om hem en alle leiders van de wereld een teken te geven, een ‘politiek signaal’- (hier kan nog even de Affiche van Welzijnszorg mee worden naar voor gehaald, en aangebracht worden aan de voorkant van de stal) Niet in het land van man-en-macht moet je de Messias zoeken, Herodes, maar in het open veld waar kleine mensen wonen, tussen het ‘schorremorrie’ (dat zijn letterlijk de ‘ossen en ezels’) in de stal.
En zet er nog een STER bij om de weg te wijzen, een sprankel hoop en perspectief voor wie niet thuis geraakt in deze donkere tijden…
Dan kan het straks Kerstmis worden, misschien.
‘Wanneer, Heer, komt toch Uw Koninkrijk ?’, verzuchtte een oude rabbi in een joods verhaal. Eén van zijn leerlingen, een kwajongen nog, wilde een grapje met hem maken. Hij blies ineens gans onverwacht op de ramshoorn, de sofar. De dorpelingen kwamen aangelopen en schreeuwden de rabbi toe: ‘Haast je, rabbi! Snel! De sofar heeft geklonken vanop de berg Sion! Dat wil zeggen dat de Messias is gekomen..!’ De rabbi stond op, maakte een raam open van zijn huis, keek naar buiten en zei: ‘Het moet een vergissing zijn. De wereld om ons heen is nog in niets veranderd bij gisteren. Dan kàn de Messias dus nog niet gekomen zijn…’
Lieve mensen, wij wachten in deze dagen al evenzeer en ongeduldig als die oude rabbi op de komst van de Messias. Laten we vooral geen grapjes uithalen en niemand voor de gek houden, ook onszelf niet. Vòòr we zeker kunnen zijn dat het dit jaar écht Kerstmis wordt, moeten we eerst duidelijk kunnen constateren dat er tijdens de Advent wel degelijk iets veranderd is in de wereld om ons heen. Zo niet is Kerstmis ongeloofwaardig, en de komst van de Messias zeer onwaarschijnlijk.
Het duurt nog maar enkele dagen, zegt de kalender ons. 25 December is vlakbij. Reclame en commerce zijn te alle kante op de sofar aan het blazen, zodanig soms dat horen en zien ons bijna vergaan.
Laat je vooral niet beetnemen door de mooie liedjes en de kleurige flikkerlichtjes. Je kunt best voor alle zekerheid straks, wanneer je thuiskomt uit deze viering, toch nog maar even door het venster naar de wereld om je heen gaan kijken (het venster van het televisienieuws misschien (want via de tele-visie kan je letterlijk ‘ver kijken’, zegt men toch!), om te zien of er in die wereld veraf en dichtbij misschien al iets veranderd is. Wellicht kan je er zelf nog snel iets proberen aan te doen..?
Alvast een Zalige Kerstmis, straks! geert dedecker
KERSTMIS – FEEST VAN DE MENSWORDING…
Het wonder van de menswording gebeurt
niet in een zee van licht,
niet in straten vol glitter,
niet in de verblindende veelheid
en ver van wie uit is op macht.
Maar naamloos, geborgen,
misschien in het holst van de nacht.
Op plaatsen, ontelbaar,
waar leven wordt doorgegeven,
waar het brood van vertrouwen
vanzelfsprekend met ieder gedeeld wordt,
waar niemand te min is,
geen levende ziel onbelangrijk.
Waar je als vreemde een thuis vindt,
waar eenzaamheid wordt geheeld
en pijn niet vergeten,
angst niet meer hoeft.
Waar men grootmoedig een stap zet,
en nog één en nog één,
naar verzoening en eindelijk vrede.
Het kind van de hoop
wordt steeds weer herboren
uit mensen.
God, wat een wonder.
(Kris Gelaude)
Het geboortekaartje
van God in onze tijd
draagt de naam van
naamloze kinderen,
miskend,
uitgesloten,
mishandeld.
De geboortelijst
is niet vrijblijvend.
Hij ligt op vele maar
vaak verdoken plaatsen.
We hebben nodig:
begrip, bescherming,
groeikansen en toekomst.
We zoeken nog een kraambed,
een gemeenschap
die deze kinderen
levenskansen wil geven.
Wie wil er peter en meter zijn?
(uit ‘Kindertijden’ – Advents-
bezinningsboekje PJZ 1996)
Kerstmis is het feest van de ‘menswording’. God is mens geworden, en wij allen zijn geroepen om naar Zijn beeld en gelijkenis de mens te worden die wij in aanleg zijn. Ons leven is één lange ‘humaniora’, dat wil zeggen: een school om ‘meer mens te worden’…
Van de figuren van de kerststal kunnen we het misschien leren, hoe dat geboorteproces in zijn werk gaat. Om dan vanaf Kerstdag beginnen te oefenen. Een beetje meer gelijken op de ezel en de os, op de herder of de engel. Op tocht gaan als de wijzen, ter zijde staan als Jozef, ‘Ja, mij geschiede naar Uw woord’ leren zeggen als Maria…
Misschien mogen wij dan volgend jaar ook mee in de kerststal staan en het wonder van de menswording zien gebeuren in de wereld om ons heen..?
DE DRIE WIJZEN: altijd weer op weg, in het ritme van de processie van Echternach. Met in hun handen het beste van zichzelf - goud, wierook en mirre, om het aan een ander te kunnen geven.
MARIA: de vrouw van ‘Let it be’, van het ‘Ja-woord’ en ‘Mij geschiede naar Uw Woord’
JOZEF: ‘aanwezig zijn’, ‘terzijde staan’ – en blijven dromen…
HET KIND: kwetsbaar, vragend om ‘er te mogen zijn’
DE EZEL: grote oren om te luisteren naar de vragen van een ander; een brede rug om veel en ver te dragen; en de koppige trouw om altijd ‘I-A’ te blijven zeggen tegen het leven…
DE OS: het juk opnemen en met de ploeg, in ploeg kunnen werken; de onvruchtbaarheid en de onmacht blijven uithouden…
DE GOEDE HERDER: zorgzaam omgaan met mensen; het verloren schaap gaan zoeken en thuis brengen…
HET VERLOREN SCHAAP: elke mens die verloren gelopen is in het leven, die een fout heeft begaan of een verkeerde weg is in geslagen. Je hoort er bij, want ‘You never walk alone’…
DE ENGEL: de ‘Go-between’ tussen hemel en aarde; de ‘Facteur d’ amour’ van God. Hij brengt altijd goed nieuws naar de mensen. Hij wenst je vrede en veel goeie moed voor het nieuwe jaar.
DE STER: een klein teken, een signaal. Een glimlach, een knipoog, een goed gesprek, een deugddoend bezoek… Een lichtpunt in de donkere nacht, om je te leiden naar de toekomst waar je op hoopt.
Selfie met Kindeke Jesus
‘Wat wil je later worden’,
vroeg de meester aan zijn leerlingen van het tweede leerjaar.
‘Vrachtwagenchauffeur, piloot, dokter, verpleegster,
Lionel Messi…’ klonk het.
Eén jongentje had nog niet geantwoord.
‘En jij, vroeg de meester?’
‘Mens,’ zei het jongentje.
De klas schoot in een luide lach.
Maar de meester keek heel ernstig.
‘Mens worden,’ zei hij, ‘dat is de mooiste
maar tegelijk de moeilijkste stiel
die er bestaat…’
De drie wijzen op weg naar het feest van de menswording,
in tijden van corona en lockdown…