4e zondag van de Advent – jaar B

B-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Vierde Zondag van de Advent - B 24 december 2023

Evangelie: Lucas 1, 26-38

Wat zegt Mgr. Romero ons op deze zondag?

Mgr. Romero geeft aan zijn homilie van vandaag de titel: “Maria, teken van de volheid van de tijden”. We hernemen vandaag twee gedachten uit zijn preek.

Bij Lc 1,28-29 zegt hij: “Maria gaat een dialoog aan van verduidelijking, ze spreekt een wederwoord uit dat geen rebellie is, maar dat eerder een besef uitdrukt van de enorme verantwoordelijkheid die haar wordt aangeboden: ‘Hoe kan dit geschieden?’. Maar de engel onthult dat in deze Christus een heel verleden tegenwoordig komt vanuit het geheim van de eeuwige eeuwen. Het is God die jou kiest…”

Misschien is deze laatste zin een van de meest niet gehoorde ‘Blijde Boodschappen’ (of stukken Evangelie). Zou het niet in het hart van elke predicatie moeten staan, in elke catechese, in elke godsdienstles,..? Hebben we als christenen, als pastores, als religieuzen nog de moed om (1) er ons zelf telkens opnieuw van bewust te worden dat God ons geroepen heeft, ons heeft uitverkoren? En (2) ook de moed om altijd weer aan mensen te zeggen dat God hen heeft uitgekozen? Uiteraard gaat het dan om de God van Jezus, Vader-Moeder van alle mensen, en niet om een zelfgemaakt ‘godje’ of om allerlei afgoden en idolen uit de wereld om ons heen.

Er zijn tijden van niet-weten, tijden met donkere en bedreigende wolken aan de hemel. Soms moeten we door een zware storm of denken we zelfs te vergaan. Precies op die momenten is het zo sterkend als we ons kunnen herinneren wat we lezen in Joh 15, 16: ‘Jullie hebben niet Mij uitgekozen, maar Ik jullie, en Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht.’ Laat ons dan eens terugkijken naar de reeds gegane weg: waar heeft Hij ons gedragen? Waar hebben we Zijn Stem het sterkst gehoord? We zullen ons dan ook herinneren dat het allemaal niet zo evident geweest is. Mgr. Romero verwijst naar Maria’s ‘… besef van de enorme verantwoordelijkheid die haar wordt aangeboden: ‘Hoe kan dit geschieden?’” Zo is het toch ook in ons leven geweest, en nog altijd. Dat besef van gekozen te worden door God, van dat geroepen te zijn door Jezus - God-onder-ons -, betekent tegelijkertijd het ontdekken van het feit dat het hier gaat om een enorme verantwoordelijkheid. Ja, hoe zal dat toch allemaal mogelijk zijn en geschieden? En toch! We zijn op weg gegaan. We hebben ons aan Hem geriskeerd.

En we weten dat we in die heilsgeschiedenis van God met de mensen mogen staan en leven, er mogen in hopen en werken. We zijn er niet alleen. Tegelijkertijd is het broodnodig ons af te vragen wat we er tot nog toe van terechtgebracht hebben. Hoe zit het met de blijvende vruchten die God van ons verwacht? Het gaat daarbij om de waarden van Zijn Rijk. Ieder heeft naar zijn of haar ‘gaven’, capaciteiten, mogelijkheden (te midden van de beperkingen die er natuurlijk ook zijn) de opdracht gekregen om op zijn of haar plaats in de geschiedenis dat heil van Godswege te laten doorschijnen. We kunnen daar toch zo dankbaar voor zijn. Net zoals Maria die zegt ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’. Maria, de begenadigde, zij die dankbaar was om haar zending, en die ons steeds weer voor ogen houdt: ‘Het is God die jou kiest’.

En dat kan dan ook ons getuigenis worden in woord en daad, onze blijde boodschap naar andere mensen toe, naar de mensen die we op de weg ontmoeten, naar hen met wie we familie vormen en in gemeenschap leven, naar hen die het moeilijk hebben in het leven: ‘En toch heeft God jou uitgekozen om mee te werken aan zijn Rijk!’ Dat zou minstens het centrale woord en teken kunnen (moeten?) zijn in elke sacramentele viering: jij bent mens, jij bent geroepen, jij mag naar de toekomst kijken, de mensen rekenen op jou, je hoeft niet te aarzelen, doe het maar, je kan het beslist… En wij die dat geloof delen zullen met jou meegaan, je ondersteunen en ook wanneer je valt zullen we je helpen om weer recht te staan. Ook midden de tsunami’s van het leven zullen we met jou meegaan. God heeft jou uitgekozen omdat Hij op jou vertrouwt. Hij weet dat jij, mensenkind, het kunt. Zo mogen we voor elkaar een warme thuis bouwen, ook voor hen die (lang) in de kou gestaan hebben of die zich mislukt voelen. Als we er ons bewust mogen van worden dat God ons uitkiest, dan staan we samen sterk, en dan kunnen we elkaar vasthouden en waar nodig ook terug loslaten. Dan kunnen we op elkaar rekenen: je mag altijd bij mij, bij ons thuis komen.

Dat is inderdaad de zeer grote verantwoordelijkheid die we bij onze roeping ervaren en die we voor en met elkaar mogen opnemen. Maria is daar een zo sterk voorbeeld van: Jij hebt mij gekozen, ik stel mij in Uw dienst, ik wil Uw hand zijn, Uw stem, Uw hart, Uw…

In zijn homilie van deze zondag wijdt Mgr. Romero veel aandacht aan de figuur van Maria en haar betekenis voor ons. Hij herinnert ons er samen met het Concilie aan dat de Kerk er moet voor zorgen dat er geen valse Mariadevotie zou ontstaan, en hij zegt dan: “De enige verlosser is God, Jezus Christus, maar Maria is het menselijk instrument daarvan. Zij is de dochter van Adam, de dochter van Israël, de incarnatie van een heel volk, de zuster van ons ras; maar die door haar heiligheid in staat was het goddelijke leven van God in de geschiedenis te incarneren. Daarom is het dat het ware eerbetoon dat een christen aan Onze-Lieve-Vrouw kan brengen, er in bestaat dat hij zich net als zij inspant om het eeuwige leven van God te incarneren in de wisselvalligheden van onze vergankelijke geschiedenis."

Maria heeft in de katholieke traditie duizenden namen gekregen en duizenden eretitels,… soms tot het zeemzoeterige toe. In alle landen waar er een katholieke invloed is of geweest is, zijn er meestal allerlei soorten Maria-vereringen, Maria-bedevaarten, Maria-dagen en Maria-congressen; er bestaat een Marialegioen, en er zijn zoveel private Maria-devoties… Het is merkwaardig dat Mgr. Romero hier een tekst uit het Concilie vermeldt, waar verwezen wordt naar de gevaren van een valse Maria-devotie, dat wil zeggen een verering waar Maria een meer centrale plaats krijgt in de verlossing en in het geloof dan Jezus, de Heer, zelf. In zijn commentaar van vandaag verwijst hij in de eerste plaats naar Maria als een voorbeeld voor alle christenen. Zij heeft gedaan wat wij zouden moeten doen: het leven van God incarneren in de geschiedenis. Daartoe heeft zij ‘ja’ gezegd. Daartoe heeft zij zich helemaal ten dienste gesteld zonder het allemaal goed te verstaan. Ze riskeerde daarbij alles. Sprekend vanuit zijn eigen María-devotie, zegt Mgr. Romero dat de ware Maria-devotie en “… het ware eerbetoon dat een christen aan Onze-Lieve-Vrouw kan brengen, er in bestaat dat hij zich net als zij inspant om het eeuwige leven van God te incarneren in de wisselvalligheden van onze vergankelijke geschiedenis***.”*** Wat kan dat betekenen? Hoe kan dat gebeuren? Hoe is dat toch mogelijk? Dat zijn onze vragen daarbij – en het zijn dezelfde vragen die Maria zich stelde – zo vertelt het evangelie dat ontstond in de gemeenschap van Lucas.

We moeten dringend afscheid nemen van en breken met de verering van idolen, de ‘godjes’, de valse goden. Het zijn er vele, en altijd opnieuw duiken ze op en willen ze ons verleiden. Ze bieden ons het ideale geluk aan, de absolute waarheid, het beste van het beste. En eens we met hen op weg zijn gegaan verblinden en verdoven ze ons, om ons dan ook monddood te maken, want – zo beweren ze - alleen zij geven zin aan het bestaan, en alleen aan hen mag je trouw zweren,… Of het nu bepaalde politieke leiders zijn, ofwel verschillende (partijpolitieke) ideologieën, cultuurgoden, idolen uit de elitesport, de modewereld, de sociale media,… er is waarachtig een grote verscheidenheid van deze idolen voorhanden op vandaag. Alleen wanneer we bereid zijn om radicaal met hen te breken en er goed op te letten niet in hun netten verstrikt te geraken, kunnen we ons openen voor ‘het eeuwige leven van de Levende God’, Die mens geworden is in Jezus van Nazareth.

Wie in Hem gelooft, dat wil zeggen wie bewust positief antwoordt op Gods uitverkiezing, heeft dezelfde opdracht die Maria ontvangen heeft: de zending om mee te werken aan Zijn Rijk (van rechtvaardigheid, vrijheid, solidariteit, broederlijkheid, gelijkheid, liefde, barmhartigheid,…). Dat is wat het betekent en inhoudt van het goddelijk heilsgebeuren te incarneren in de zo gewelddadige mensengeschiedenis: die waarden gaan beleven en ze door je eigen leven laten gaan. Dat we geen vat hebben op de beslissingen op nationaal vlak of op wereldschaal is geen excuus om het niet te doen op kleine(re) schaal. Dààr ligt onze eerste opdracht: in de familie, in de gemeenschap, in de buurt, in de gemeente of stad, op het werk, in de school, bij mensen aan de rand,… Maar we mogen daarom het andere, bredere en ruimere terrein van de grote wereld niet verwaarlozen: met velen samen aan de kar trekken… ja, dat is en blijft de moeite waard. Opkomen tegen geweld, strijden voor het respecteren van alle fundamentele rechten voor alle mensen, aanklagen van de vernieling van de aarde, meewerken aan alternatieve economische ketens,… Dat heeft allemaal te maken met die incarnatie van het goddelijke leven in onze geschiedenis. En dat kunnen we doen samen met andersgelovigen en niet-religieus denkenden. Als christenen mogen we ons gedragen en gesterkt weten en voelen door onze goddelijke opdracht, en in dat alles vertrouwen op Gods blijvende trouw aan ons.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Wat zegt ons de zin: ‘God heeft jou gekozen’? Wat heeft dat ooit betekend en wat betekent het nog in ons leven als christen?

Als het waar is dat Maria gedaan heeft wat wij moeten doen, waarover hebben we het dan? Welke keuzes en welke wegen wijst Maria ons aan?

Wat betekent het voor jou dat God ons als christen de opdracht geeft om het Evangelie te incarneren in de huidige mensengeschiedenis? Wat doen we daar nu al voor? En wat kunnen we nog meer doen?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Kerstwake- B 24 december 2023

Evangelie: Lucas 2, 1-14

Wat zegt Mgr. Romero ons in deze Kerstwake?

We beschikken voor de Kerstperiode alleen maar over een homilie van Mgr. Romero tijdens de Kerstwake, op zondagavond 24 december 1978. De preek op Kerstdag zelf, 25 december 1978, werd blijkbaar niet opgenomen.

Mgr. Romero geeft aan zijn homilie voor de Kerstwake de titel: “Ik kom jullie een grote vreugde aankondigen: jullie Redder is geboren”. We vertrekken voor deze bouwstenen bij drie verwijzingen van Mgr. Romero naar de evangelietekst uit Lucas 2, 1-14.

Hij begint zijn preek met een verwijzing naar het verhaal dat melding maakt van de boodschap van de engelen aan de herders. ‘Weest niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat een grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren.” (Lc 2, 10-11a - NBV21). Het mysterie van God Die mens wordt kan alleen maar in diepmenselijke ‘verhalen’ uitgedrukt worden. Daarom is de belangrijkste vraag niet: is dat nu allemaal historisch echt zo gebeurd? Waar het om gaat is: wat hebben de christenen van de Lucas-gemeenschap hiermee willen zeggen over het mysterie van Gods menswording? Een eerste woord dat opvalt is: ‘Weest niet bang’. Waarom was het nodig om de herders (en dus ook de mensen van de Lucas-gemeenschap en zij die dit verhaal later zouden horen of lezen) aan te sporen om geen angst te hebben? Wanneer het goddelijk mysterie doorbreekt in de menselijke ervaring gebeurt er iets dat zowel fascinerend is als angstaanjagend, iets aantrekkelijks en motiverend, maar tegelijk ook iets dat ons doet wegduiken en ons er toe aanzet om ons te verstoppen. Het ‘verhaal’ zegt in eerste instantie dat niemand angstig hoeft te zijn, want het gaat over goed nieuws en over een grote vreugde - en dat niet alleen voor dat groepje herders, maar voor heel het volk. De eerste samenvatting van dit gebeuren is dan: ‘Jullie redder is geboren’. De herders spelen in het verhaal de rol van het volk als geheel: eeuwenlang uitgebuit en onderdrukt (door militaire invasies, door massale volksverplaatsingen, door het wegsturen in ballingschap), uitgesloten en in grote miserie verkerend, en in dat alles toch levend onder de belofte van Jahweh die hen trouw had toegezegd, bevrijding, redding, ‘goed leven’ – ‘El buen vivir’. Het zijn de herders die als eersten de betekenis van het gebeuren te horen krijgen, en zij worden dan ook de eerste verkondigers van de grote vreugde van dat goede nieuws. Er was geen angst meer en dus gingen ze op weg.

Mgr. Romero ziet in dat wonderlijke verhaal over die herders een duidelijk beeld van wat de fundamentele opdracht is van de Kerk tot op vandaag. Hij zegt: “De Kerk heeft geen andere bestaansreden in de wereld dan door te gaan met het verkondigen van dit grote nieuws, dit goede nieuws, dat vertaald wordt met de term ‘Evangelie’. Evangeliseren betekent dit nieuws van verlossing aan de wereld verkondigen.” Vandaag, meer dan 2000 jaar later, beginnen we ons er van bewust te worden dat de Kerk in al die tijd zoveel andere wegen is gaan bewandelen, zoveel instellingen in het leven heeft geroepen, zoveel dogma’s heeft afgekondigd met de bedoeling om die door de gelovigen als waar te laten aannemen, zoveel cultureel gebonden tradities heeft uitgebouwd en gepromoot, zich zo dikwijls heeft laten verleiden door macht en rijkdom, meestal zo ver weg is afgedwaald van de ‘herders’ (de verarmden),… dat die fundamentele bestaansreden van de Kerk in de wereld dikwijls echt zoek geweest is en dat vaak nog altijd is. Hoe, waar en wanneer klinkt vandaag de vreugde van mensen omwille van dat grote en goede nieuws van Godswege? Onze kerkelijke taal blijft toch dikwijls heel levens- en wereldvreemd. Ja, en in welke wereldvreemde sfeer leven wij toch, dat we niet zien dat er op die manier iets grondig fout gelopen is?

De politieke en economische leiders in de landen met een traditioneel christelijke culturele achtergrond kiezen er voor om een knieval te doen voor macht en rijkdom; ze kiezen voor de productie van altijd meer dodelijke wapens en een toenemende bewapeningswedloop, en voor een economie die meer dan de helft van de wereld in de miserie houdt. Slechts hier en daar horen we nog de angstschreeuw van mensen in armoede en ellende, dichtbij en veraf. Hier en daar zijn er ook profeten – of moeten we hen voor de gelegenheid ‘engelen’ noemen – die bij hen gaan staan, die naar hen luisteren, die met hen mee optrekken en de hoop versterken dat het toch anders kan en moet. Precies in die wereld is er voor de Kerk geen andere bestaansreden dan ‘blijde boodschap – Evangelie’ te verkondigen, zodanig dat de volkeren een grote vreugde zouden mogen ervaren. Zijn we er tot op vandaag niet veel te veel voor bezorgd om in de eerste plaats de historisch opgebouwde kerkelijke tradities te bewaren en veilig te stellen? Welke boodschap van hoop hebben we voor jongere generaties, voor de armen bij ons en over de hele wereld? Gelukkig zien we dat er op vele plaatsen gemeenschappen van licht bestaan midden in die duistere nachten. Jammer genoeg staan die gemeenschappen vaak ook in de marge van of zelfs net buiten de kerkelijke structuren. Zijn we dan zo vergeten te vertrouwen op de Geest die alles nieuw maakt? Ondanks belangrijke stappen die heden ten dage worden gezet, zoals het synodale proces en wat er te lezen staat in de documenten van Paus Franciscus, lijken de meeste bisschoppen en kardinalen in de eerste plaats nog altijd bezorgd om de leerstellige, liturgische, structurele… tradities toch maar te bewaren, veel meer dan dat ze open zouden staan voor werkelijke evangelisch-creatieve vernieuwing en grondige verandering, ten einde trouw te kunnen zijn aan Jezus en aan de Geest vandaag.

**Mgr. Romero zegt dat hij zelf als aartsbisschop voldoende nederig moet zijn om het Goede Nieuws zowel te horen, het te ontvangen en ook te kunnen verkondigen. “**Als pastor moet ik ook - hopelijk met dezelfde eenvoud en nederigheid als die herders van toen - het nieuws ontvangen dat de harten van de mensen raakt". Hij roept op die manier zichzelf, zijn priesters en alle verkondigers op tot authentieke nederigheid, ten einde beschikbaar te zijn om Het Woord van het Evangelie te horen, het te beluisteren en het door hun eigen leven te laten gaan.

“We moeten de kerstboodschap bewaren met de vurigheid waarmee - zo vertelt de Bijbel ons - de Maagd Maria het zelf in haar hart bewaarde. Alles wat de herders haar vertelden en wat ze gehoord en gezien had: ze overwoog het in haar hart, omdat ze, hoewel ze de lievelingsmoeder van Christus was, toch ook een christen was die wist hoe ze de grote boodschap van deze nacht in haar ziel moest opnemen. Zij had het zelf ook nodig om zo te werk te gaan.” Hier gaat de Aartsbisschop nog even door op de verantwoordelijkheid van verkondigers om de Boodschap allereerst in het hart te bewaren en eerlijk te overwegen. Ook Onze-Lieve-Vrouw, Maria, de moeder van Jezus, had dit nodig, zo getuigt het evangelieverhaal van deze dag (Lc 2, 19). Het dòòrbreken van Gods verlossende aanwezigheid in ons leven en in de geschiedenis vraagt van ons een nederige openheid, luisterbereidheid, stilte en eerlijke bezinning. In Latijns-Amerika leerden we de opvatting kennen dat Gods eerste boek datgene is waarin de huidige geschiedenis (van de volkeren en ook van ons persoonlijk leven) opgeschreven is, en dat de Bijbel pas het tweede ‘heilige’ boek is, bedoeld als spiegel om Gods Woord vandaag duidelijk te kunnen verstaan en er naar te handelen. God spreekt vandaag nog altijd, maar wij hebben de geschiedenis zo verduisterd, dat we die spiegel van de Bijbel, vooral het Evangelie, absoluut nodig hebben om er iets van te begrijpen. Actuele geschiedenis en Bijbel worden dan de beide kanten van Gods Woord. Vanuit de noodzakelijke nederige houding (wij zijn immers geen eigenaars van Gods Woord), in nauwe verbondenheid met elkaar en samen met de ‘herders’ van vandaag (allen die lijden, verarmd werden,…), mogen wij Zijn Woord door ons leven laten gaan en van Hem getuigen: Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.

Suggestie van vragen voor bezinning en actie, persoonlijk en in onze gemeenschappen:

Lc 2, 10 zegt ons: ‘Weest niet bang…’ Van welke existentiële vrees mogen / moeten wij ons bevrijden om écht te kunnen openstaan voor de Blijde Boodschap van Godswege?

Daar waar wij deelnemen aan de Kerk, ervaren de mensen rondom ons (inbegrepen ook zij die buiten de Kerk leven) onze verkondiging als een vreugdeboodschap die hun leven kracht kan geven? Waar en wanneer gebeurt dit wel, en waar ligt dat aan? En als het niet zo is, waarom dan niet?

Hoeveel inspanningen doen we om Gods Woord te ‘onderscheiden’, om de werking van Zijn Geest te zien en te beluisteren, om Zijn Woord nederig te overwegen, het door ons leven te laten gaan en dan ‘… goed nieuws te brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk’ (Lc 2, 10)?

Ludo Van de Velde

Ludo Van de Velde (1949), afkomstig uit Oelegem, leefde en werkte sinds 1977 in Centraal- Amerika. Hij was gedurende 9 jaren fidei donumpriester in Guatemala, El Salvador en Nicaragua. Hij is gehuwd en vader van twee dochters. Wonend in El Salvador was hij gedurende 25 jaren eerst ngo-coöperant en nadien regiocoördinator van Volens. Dank zij de diepe inspiratie van Mgr. Romero en de roep van arme mensen in kerkelijke basisgemeenschappen aan de rand van San Salvador, kon hij, samen met zijn vrouw Tere, de laatste 10 jaren met hen weer verder optrekken. Zo werd hij opnieuw wie hij altijd geweest was: priester in dienst van de armen en in dienst van het Evangelie. Sinds eind februari 2021 wonen ze in Brugge, dicht bij hun (klein-) kinderen, op zoek naar nieuwe uitdagingen.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 136. Vierde zondag van de Advent-B – 24 december 2023.

Maria is de tederheid die in alle angst en smart naar een oplossing zoekt.

“Zonder armoede van geest kan er geen volheid van God zijn. Als God de immense leegte van Maria niet had gevonden in haar nederigheid, dan zou die armoede van geest niet op de wereld gekomen zijn, dan zou er niemand geweest zijn om het te begrijpen. God zij dank, en wij moeten de Maagd hiervoor danken: dat God haar heeft uitgekozen om Zijn moeder te zijn. En dat is omdat zij heilig was in haar nederigheid, omdat niemand zoals zij de armoede van Israël uitdrukte, omdat niemand zoals Maria het verlangen (en de angst) van àlle volkeren uitdrukte. Maria is de uitdrukking van de angst van de gevangenen. Maria is de pijn van de moeders van wie hun kinderen zijn verdwenen en aan wie niemand vertelt waar ze zijn. Maria is de tederheid die in alle angst en smart zoekt naar een oplossing. Maria is ons vaderland dat als in een doodlopende straat verkeert, maar dat wachtende is op God Die ons zal komen redden. Konden we deze arme van Jahweh maar imiteren en net zoals zij aanvoelen dat we zonder God niets kunnen doen, dat God de hoop van ons volk is; dat alleen Christus, de Goddelijke Verlosser, de redder van ons vaderland kan zijn…”

Maria, de moeder van Jezus, is één van de relevante figuren in de jaarlijkse adventsliturgie. In zijn homilie van deze zondag, de Vierde zondag van de Advent-B, staat Monseigneur Romero stil bij de betekenis van Maria en verduidelijkt hij hoe we haar vandaag de dag kunnen zien en hoe zij ons kan inspireren.

Allereerst verwijst hij naar Maria als zijnde “… heilig in nederigheid”. God kiest de nederige uit omdat er in haar openheid was naar God: zij beleefde de armoede van geest. In haar was “… een immense leegte door haar nederigheid”. Natuurlijk was het geen valse nederigheid, geen geveinsde nederigheid die het gif van de hoogmoed heimelijk in zich verbergt. Het was de nederigheid van de geest van armoede die het hart opent voor de levende aanwezigheid van het Goddelijke Mysterie in de geschiedenis der volkeren en in het persoonlijke leven. De erkenning van deze nederigheid van Maria als voorwaarde voor haar goddelijke uitverkiezing stelt degenen in de Kerk die een grotere verantwoordelijkheid dragen, degenen die ‘gewijd’ zijn of ‘ingewijd’, diepgaand in vraag. Macht in het algemeen, en ook elke uitdrukking van enig gezag of kerkelijke macht, verdringt zo gemakkelijk de waarschijnlijke ‘nederigheid’ die aan de roeping ten grondslag ligt. Alleen al de manier van het zich kleden in de verschillende rangen van de geestelijke staat - apart gezet en duidelijk gescheiden en onderscheiden van de leken - brengt een andere boodschap over dan die van de nederigheid.

In de katholieke traditie zijn litanieën uitgewerkt met een groot aantal namen voor Maria. De meeste van deze Mariale evocaties zijn haast totaal onbegrijpelijk geworden, en sommige andere botsen frontaal met Maria’s ‘nederigheid’ (zoals wanneer men haar benoemt als ‘Koningin’, of haar bestempelt als ‘Keizerin van Amerika’ – een bekende naam voor Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe). Monseigneur Romero geeft haar duidelijk andere namen. En het zijn belangrijke namen die het nederige geloof van Maria karakteriseren en die tegelijkertijd grote uitdagingen vormen voor de authenticiteit van de Mariaverering.

“Niemand drukte zoals zij de armoede van Israël uit**.” De hele Bijbelse traditie van ‘de armen van Jahweh’ - de zogenaamde ‘anawim’ - concentreerde zich in dat jonge meisje uit Nazareth.** Die ‘armen van Jahweh’ zijn degenen die het risico hebben genomen om al hun vertrouwen te stellen in de trouw van Jahweh aan zijn volk, ondanks de grote rampen die ze hebben meegemaakt. Er is echt veel geloof nodig om te blijven vertrouwen midden in de donkere nacht, in de hevige storm, in de ellende van uitbuiting en onderdrukking, in de ballingschap (het verdreven zijn uit je land, het beroofd zijn van je nationaliteit…), in de eenzaamheid van het lijden. Zij zijn ‘de trouwe rest van Israël’. Slechts een klein overblijfsel van het gelovige volk slaagde er in om open te blijven staan voor God. Van daaruit heeft Maria haar roeping en zending ontdekt. Leven wij op vandaag al evenzeer in deze kleine gelovige rest te midden van ons volk?

“Niemand drukte zoals zij het verlangen (de angst) uit van alle volkeren.” Maria is de uitdrukking van de diepste verwachtingen en van de hoop van de mensen die de meest verschrikkelijke angsten doormaken, de angsten die de meerderheid van de wereldbevolking doormaakt. De schreeuw van de armen, de schreeuw van zij die uitgebuit worden en onderdrukt, de schreeuw van de uitgeslotenen, de verstotenen, de verdrevenen, de mensen die gedwongen worden om terug te keren naar hun ellendige landen,… al deze kreten moeten we horen wanneer we de figuur van Maria in beschouwing nemen. Deze schreeuw is zondermeer de Naam en de Aanwezigheid van God. Maria belichaamt al deze kreten. Monseigneur Romero maakt het concreet vanuit de realiteit van zijn volk op dat moment. Maria is "… de uitdrukking van de angst van hen die in de gevangenis zitten”. Elke historische periode heeft zijn eigen gevangenisrealiteit. Soms gaat het om politieke gevangenen die gevangen worden gezet door degenen die de absolute macht willen en die zich daar niet kunnen tegen verzetten (denk aan de situatie in Nicaragua op dit moment). Soms gaat het om massale opsluiting van mensen die beschuldigd worden van geweld (zoals de ‘maras’ in El Salvador). Er kunnen vele vormen zijn van gevangen gezet worden, maar alle gedetineerden van waar of wanneer ook beleven de angst van hun ellende in al die regimes van detentie en vrijheidsberoving. In Latijns-Amerika is de officiële rechtspraak heel gebrekkig en niet functioneel. Gevangenissen zijn stuk voor stuk een echte hel. Daar komt geen einde aan de angst. Dit is ook de ervaring van mensen die ernstige misdaden hebben gepleegd. Het is misschien schokkend om te horen hoe Monseigneur Romero durft te zeggen dat "… Maria de uitdrukking is van de angst van hen die in de gevangenis zitten”. Van dezelfde aard en dezelfde zwaarte is de manier waarop hij Maria identificeert met " … de pijn van de moeders van wie hun kinderen zijn verdwenen en aan wie niemand vertelt waar ze zijn.” Maria heeft het aan den lijve ondervonden op weg naar het kruis en bij het beleven van de moord op haar Zoon. De ‘moeders’ van de vermoorde en verdwenen mensen herkenden zich in Maria. En dit is vandaag de dag nog steeds het geval. In Oekraïne en Rusland, in Palestina, in Israël, in Eritrea, in zoveel andere landen, vooral in het Zuiden van de wereld, vinden we deze moeders terug, deze ‘Maria’s’ die huilen om hun kinderen.

De Aartsbisschop herkent in Maria niet alleen de pijn van deze ‘Moeders’, maar ook “… de tederheid die in alle angst en smart zoekt naar een oplossing”. Net zoals bij Maria die dit avontuur durfde te wagen met de God van het leven, het waagstuk van de goddelijke verlossing, door te zeggen: ‘Ja, ik ben er klaar voor…’, herkent hij deze houding van Maria vandaag ook in de moeders die zich organiseren in de Moedercomités (van gevangenen en vermisten), in de protesten van de moeders die, zoals enkele maanden geleden mensen uit Palestijns gebied en uit Israël deden, samenkomen vanuit een roep om vrede. Ze worden gemotiveerd door de immense tederheid van hun liefde voor hun kinderen. Monseigneur Romero ziet Maria verder als het beeld van "… ons vaderland dat als in een doodlopende straat verkeert, maar wachtend is op God om ons te komen redden". In El Salvador huilde op dat moment, zoals dat het geval is in zoveel landen op vandaag, ‘het vaderland’ omdat het op een dood spoor zat. Politieke partijen beloven het paradijs, de mensen stemmen op hun vertegenwoordigers, en er komt niets in huis van al die beloofde veranderingen, alles gaat voor het overgrote deel zijn gewone verdere gang. Zeggen: ‘Er is geen oplossing…’ is dan de grote verleiding. Maria vertegenwoordigt dat ‘land’ waar de armen het niet opgeven, en de mensen die blijven vertrouwen op de trouw van God, Die Zich inzet voor bevrijding en Die in Jezus de weg van verlossing heeft geopend voor iedereen.

“Konden we deze arme van Jahweh maar imiteren en net zoals zij aanvoelen dat we zonder God niets kunnen doen, dat God de hoop van ons volk is, dat alleen Christus, de goddelijke Verlosser, de redder van ons vaderland kan zijn…” Monseigneur Romero roept ons op om Maria, die arme van Jahweh, radicaal na te volgen, in de overtuiging dat gerechtigheid zal zegevieren, dat broederlijke solidariteit het zal winnen van haat, dat barmhartigheid sterker zal zijn dan onverschilligheid, dat de stroom van dood en verderf ooit zal worden gestopt, dat er verlossing zal komen voor iedereen. We hoeven niet bang te zijn. Maria wijst ons de richting.

Tere en Ludo Van de Velde.

Voor wie Spaans begrijpt: we delen graag ook nog volgende links:

170 Maria se hace salvadoreña:

169 Maria:

https://www.facebook.com/watch?v=1045117199444825

Overdenking voor zondag 24 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij enkele citaten genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de eucharistieviering op de Vierde Zondag van de Advent, cyclus B, 24 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 92-93.


Wekelijkse reflectie onder het licht van Romero - nr. 137. Kerstwake – 24 december 2023.

We zullen ons niet schamen om ons ‘de Kerk van de armen’ te noemen.

“Daarom verkondigt de Kerk vanuit de armen, en het is daarom dat we ons nooit zullen schamen om te zeggen dat we ‘de Kerk van de armen’ zijn, omdat Christus Zijn verlossing onder de armen wilde laten plaatsgrijpen, en dit niet omdat geld per se slecht is, maar omdat geld vaak van mensen slaven maakt die de dingen van de aarde verafgoden en God vergeten. Maar wanneer we het vermogen verworven hebben om superieur te zijn aan de dingen die volgens de principes van de wereld de mensen gelukkig maken, en wanneer we de onthechting en de moed hebben om onze weg naar het geluk de weg te laten zijn van de zaligsprekingen - gezegend zijn de armen, gezegend zijn zij die rouwen, gezegend zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid… - dan begrijpen we dat de verlossing met Christus gekomen is, en dat de verlossing alleen die wegen bewandelt die mensen doorgaans niet willen bewandelen. Laten we vanavond de boodschap van de barmhartigheid en de welgezindheid van de Heer aannemen.”

Tijdens deze kerstnacht van 1978 past Monseigneur Romero de goddelijke weg om mens te worden toe op de weg die de Kerk moet kiezen om de boodschap van verlossing die zoveel vreugde brengt aan de mensen te verkondigen. Het gebeurt niet vaak dat we een bisschop met zoveel duidelijkheid horen spreken over ‘de Kerk van de armen’, en dat hij dit doet in het spoor van Jezus zelf, aangezien “… Hij Zijn verlossing onder de armen wilde laten plaatsgrijpen”.

De ‘geloofsverhalen’ over de geboorte van Jezus pretenderen niet ons te informeren over wat er historisch is gebeurd. Twee evangelisten (Marcus en Johannes) vonden het zelfs niet nodig om verhalen over dit onderwerp in hun evangelie op te nemen. En de gemeenschappen van Matteüs en Lucas die dit wel deden, schreven hun eigen teksten en getuigenissen daarover vanuit hun geloof, en niet vanuit de historisch gebeurde feiten. Maar wat duidelijk blijkt uit deze geschriften over het begin van Jezus’ leven op aarde, is dat Hij geboren werd in de levenssituatie van de armen, van hen die geen plaats hebben in deze wereld, en dat de eersten die het goede nieuws van de verlossing hoorden, armen waren en dat zij ook de eersten waren die het aan anderen verkondigden. Zulke verkondiging heeft niets te maken met mooie ‘kerststallen’ en schattige figuurtjes van zingende engelen en schamele herdertjes. Zulke ‘romantische’ enscenering van de geboorte van Jezus kan vroeger wellicht een visueel hulpmiddel zijn geweest voor gelovigen om te begrijpen dat God de levens van de armen heeft uitgekozen om verlossing te brengen in de persoon van Jezus, maar vandaag de dag houdt die geen enkele verwijzing meer in naar de wereld van de armen. Daar waar kerststallen op vandaag nog worden neergezet, moeten ze van de ‘goegemeente’ vooral mooi, creatief, artistiek, rustiek,… zijn. Maar ze houden ons haast altijd ver weg van de realiteit van het leven van de armen vlakbij ons en in de grote wereld.

Volgens de evangelies begon de weg van de incarnatie in het echte leven van de armen, te midden van marginale mensen die onder de overheersing van het Romeinse Rijk leefden, die werden uitgebuit, onderdrukt en verdrukt,… Zou het dan überhaupt mogelijk zijn om dit goede nieuws van Godswege te verkondigen buiten de realiteit om van de echte armen van vandaag? Maar wanneer we kijken naar onze kerken waar we Kerstmis vieren, waar zijn dan de verwijzingen naar het echte leven van de armen? Zijn er arme mensen bij betrokken die het goede nieuws verkondigen? Wij denken dat Mgr. Romero ervan overtuigd was dat alleen een Kerk van, door en met de armen het goede nieuws van God die mens geworden is authentiek kan brengen. Alleen een arme Kerk, waar de armen zich thuis voelen, kan het evangelie waarachtig en geloofwaardig verkondigen. "… De Kerk verkondigt vanuit de armen, en we zullen ons nooit schamen om te zeggen dat we ‘de Kerk van de armen’ zijn.” Het hele leven van Jezus was de verkondiging van de nieuwe weg die God met de mensheid wilde gaan, beginnend bij de ontmoeting met arme mensen en met mensen die bereid waren om hun goederen te delen. De religieuze autoriteiten van Zijn tijd begrepen er niets van, ze keerden zich tegen Hem en manoeuvreerden dusdanig dat de keizerlijke macht Hem tenslotte uitschakelde met de wrede doodsmarteling van de openbare kruisiging.

Kerstmis is een gebeurtenis die duidelijk maakt dat “… de verlossing alleen die wegen bewandelt die mensen doorgaans niet willen bewandelen”. De armen (dat wil zeggen: mensen die zich bevinden in alle dimensies van armoede) zijn de weg die God heeft uitgekozen. Vandaar de uitspraak van Mgr. Romero: “de Kerk verkondigt vanuit de armen en we zullen ons nooit schamen om te zeggen dat we ‘de Kerk van de armen’ zijn”. Naast de evangelische wortels die deze uitdrukking vanzelfsprekend heeft, neemt ze ook de verwachting over van Paus Johannes XXIII aan het begin van het Tweede Vaticaans Concilie, die sprak over een ‘Kerk van allen, maar vooral van de armen’. Geen wonder dat Paus Franciscus op zijn beurt zegt: ‘Ik wil een Kerk die arm is en die er is voor de armen’. We zien in dat alles twee dimensies: (1) de urgentie van de bekering van de Kerk om een arme Kerk te zijn en zich aldus aan de mensen te presenteren, ver van luxe, rijkdom, macht,… en (2) de urgentie van de herziening van de pastoraal, vertrekkende vanuit de voorkeursoptie voor de armen en samen met hen. Beide dimensies werden ook verwoord in het slotdocument van de Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie in Aparecida: ’Ten eerste: de armen en de voorkeursoptie voor de armen maken de kern uit van het werk van de Kerk, van de pastorale zorg en van onze christelijke houding.’ (DA2, 2007, 393). ‘En ten tweede: de dienst van de Kerk onder de armen is een gebied dat het christelijk leven, de kerkelijke stijl en de pastorale planning op beslissende wijze karakteriseert.’ (DA, 2007, 394). De weg van de incarnatie – datgene wat we vieren op dit Kerstfeest - verplicht er ons toe om opnieuw en blijvend te werken aan de verandering van de Kerk. We moeten veranderen om trouw te zijn. De bisschoppen die aan het einde van het Tweede Vaticaans Concilie het Pact van de Catacomben ondertekenden, ‘… besloten een eenvoudige levensstijl aan te nemen, eigen aan de armen, waarbij ze niet alleen afstand deden van de symbolen van de macht, maar ook van de externe macht zelf.’ Vandaag kan en moet dit Pact dienen als inspiratie en model voor de hele Kerk. ‘Daarom is het nodig om dit Pact en de verbintenissen die het wil aangaan, te interpreteren in een breder perspectief dan alleen het bisschoppelijke, met name in een perspectief dat open staat voor de hele Kerk en voor iedereen in de Kerk’ – zo schrijft de Colombiaanse theoloog Manuel José Jiménez.

Mgr. Romero zegt ons in deze Kerstwake: “Laten we vanavond de boodschap van de barmhartigheid en de welwillendheid van de Heer aannemen.” (Tit 2,11). Kerstmis vieren betekent geloven dat in de geboorte van Jezus Gods barmhartigheid en goedheid onder ons aanwezig zijn. Dat geloof is geen leerstellige kwestie, maar het vormt de kern van de praktijk van al het getuigen, en het zou altijd het hart van de Kerk moeten zijn.

Rodríguez schrijft: ‘Een ware Kerk is bovenal een Kerk die op Jezus gelijkt (…) Op Jezus gelijken is de structuur van Zijn leven reproduceren. (…) En het principe dat ons het meest structurerend lijkt voor Jezus’ leven is de barmhartigheid; daarom zou het ook het principe van de Kerk moeten zijn. (Sobrino, n.d.). Barmhartigheid is een principe dat het wezen van de Kerk informeert en vormgeeft. En het is niet zozeer de Kerk die preekt of uitnodigt om de werken van barmhartigheid in praktijk te brengen. Nee, het is veeleer omgekeerd: het is de Kerk die haar manier van leven vorm geeft door de barmhartigheid. Het is een Kerk die in haar innerlijk, in haar leven, in alles wat ze is, geregeerd wordt door het principe van de barmhartigheid. Het is een Kerk die, helemaal, gevormd wordt door en doordrenkt is van het principe van mededogen en barmhartigheid.’

Hoezeer hebben we dat inzicht en die hervorming toch nodig! We hoeven niet bang te zijn. De lezing van het document van het Pact van de Catacomben kan een goede basis zijn om dit principe van barmhartigheid, dat al aanwezig was van bij de geboorte van Jezus, in de praktijk te begrijpen en zo echt ‘de Kerk van de armen’ te kunnen worden.

Tere en Ludo Van de Velde.

Voor wie Spaans begrijpt, ook nog deze link:

171 Iglesia de los pobres:

https://www.facebook.com/watch?v=333338075542158

Overdenking voor de Kerstwake op zondag 24 december 2023. Voor deze overdenking hebben wij enkele citaten genomen uit de homilie van Monseigneur Romero tijdens de Kerstwake op zondag 24 december 1978. Homilías, Monseñor Oscar A Romero, Tomo IV, Ciclo B, UCA editores, San Salvador, p. 110-111.

Zoeken in Preken Online