2e zondag van de advent B

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Vorige zondag hebben we over de Vader, de Verlosser gesproken. Hij leeft maar vele mensen zijn meer dood dan levend. Hij is bereid tot gemeenschap met hen, maar velen gaan hopeloos onverschillig aan Hem voorbij. Ze horen Hém niet en de Messias verwachten ze niet. Waakzaam zijn ze niet. Tot rust komen ze niet. Aan de hoofdvragen in hun leven geven ze geen oplossing. Ze leven als waren ze dood.

Toch komt de Eerstgeborene, die de Vader opnieuw doet kennen, die de rol van Verlosser op zich neemt. Johannes kondigt Hem aan. Vandaag horen we over die tragische profeet.

Voor de mensen was het niet mogelijk dat hij kwam. Zijn ouders waren al te oud om nog kinderen te krijgen. Elisabet werd door de buurvrouwen ‘de onvruchtbare’ genoemd, Zacharias geloofde niet dat hij nog vader zou worden. Hij was van de hand Gods geslagen. Zo iets wás niet te geloven. Het was gewoon onmogelijk. Toch kwam Johannes ter wereld, volgens het woord van Gabriël aan Maria: ‘Weet dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk’. Johannes is geboren uit de onmogelijkheid. Hij is uit de machteloosheid van de mensen geboren. Zo vaak komen de mensen weer tot leven als alles voor hen onmogelijk geworden is, als ze machteloos staan tegenover het leven en de dood. Als ze zonder uitzicht zijn is het God die uitzicht brengt. Alleen moet er iemand zijn om tot geloof op te wekken, een engel zoals Gabriël, of een mens, iemand die er zeer van heeft dat een vrouw onvruchtbaar is, niet een buurvrouw die er alleen om lacht en die er mee spot.

Johannes zou nooit een gewone jongen worden. Zijn geboorte was door een wonder getekend. Met sprongen, bewogen door de Heilige Geest, zou zijn leven vooruitschieten, om op korte tijd heilig te bloeien en zijn vrucht te geven eerst in het getuigenis van het woord en kort nadien in het getuigenis van het bloed. Nog ongeboren ‘sprong het kind van vreugde op’ in de schoot van zijn moeder Elisabet toen het de groet van Maria aan haar hoorde. Op korte tijd zou hij in de woestijn opgroeien tot een zuivere asceet, beslagen in de tradities van Messiasverwachting van Israël, die daar bestudeerd werden. Hij zou breken met ze, om onder de stuwing van de Geest te dopen in de Jordaan en de Messias te wijzen met vaste hand. Toen deze zijn werk begonnen was, zou Herodes Johannes vermoorden. Een leven van geweld, heiligheid en wreedheid heeft de komst van de Messias voorbereid. Een geritsel, een schreeuw, een scheldrede, heilige toom, en dan niets meer. Het striemen van een woord, het flitsen van een zwaard en nadien, zoals voorheen, rijke villa’s, fijne kleren, muziek en dans. Nadien wel met de wroeging erbij en het spookbeeld van zijn terugkomst. Johannes heeft zijn werk gedaan. Zijn leven is voltooid.

De weg is bereid, de paden zijn recht, de dalen zijn gevuld, de bergen zijn geslecht. Helder is het geweten wakker geschud van al wie de Messias wil verwachten.

Wij verwachten Hem. Wij willen onze Vader terug herkennen en erkennen. Wij willen de Verlosser welkom heten. Wij willen broeders en zusters zijn voor elkaar. Johannes heeft voor ons de weg bereid. Het zwaard terug in de schede, een zuiver woord over God en de naaste, stilte en een boetekleed, inkeer en bekering en daarna het feest met nieuwe ogen ontdekken, muziek die niet verdooft maar verblijdt, wetend wat en wie wij vieren: rijkdom voor allen en broederliefde, en God zelf die in ons midden komt.

Zoeken in Preken Online