Is het al lang geleden dat je nog eens met de trein gereden hebt? Het
aanhoudende gesjokkel is een van de beste manieren om in slaap te
dommelen. Meestal gelukt dat precies op het moment dat we moeten gaan
uitstappen.
Wees waakzaam, laat je niet in slaap sjokkelen zegt Marcus ons vandaag.
Je
kunt je afvragen hoe het mogelijk is om vandaag de dag niet waakzaam,
niet alert te zijn. Ding-dongende deurbellen, rinkelende telefoons,
piepende en opflitsende gsm’s, jankende sirenes en allerlei
alarmsignalen beveiligen onze huizen en auto’s. Onzichtbare stralen en
elektronische ogen houden ons in de gaten. Men is nog nooit zo op zijn
qui-vive geweest als nu. Elk mogelijk teken van onraad, bedreiging,
onveiligheid wordt meteen opgevangen en gesignaleerd. Nooit was de
waakzaamheid zo groot als in deze tijd.
Maar over welke waakzaamheid gaat het dan meestal? Wat is dat eigenlijk, waakzaamheid en waakzaam zijn?
Waakzaam
zijn de vele vaders en moeders tijdens de nacht van zaterdag op zondag
wanneer hun jonge volkje uit is. Officieel zijn ze naar daar en daar,
maar waar zitten ze écht? En wanneer komen ze thuis? En hoe? Ze zijn
maar gerust als ze de garagedeur horen dichtvallen… Waakzaamheid is
meer dan niet slapen, maar gespannen afwachten.
Waakzaam zijn de
automobilisten die, lettend op de baan, attent zijn voor iedere
ijzelplek, voor elke onverwachte hindernis, maar ook speurend naar
eventuele snelheidscontroles… En als er dan nog een paar tegenliggers
met de lichten knipperen…
Waakzaam zijn is onder andere die tekens kunnen interpreteren.
Waakzaam
zijn de mensen die bezoek verwachten… Als ze zo rond de middag iemand
verwachten … durven ze al vanaf 10 uur niet meer weg. De bezoekers
mochten eens wat vroeger komen en voor de deur staan… Waakzaamheid is
open staan, is voorbereid zijn.
Waakzaam zijn deze dagen ook die
ontelbare kinderen die Sinterklaas verwachten. Ook hun ouders zijn er,
zij het op een héél andere manier, even waakzaam voor.
Waakzaamheid
is veel meer dan niet indommelen, maar met gespannen aandacht, attent
voor alles wat kan gebeuren, op alles voorbereid zijn. Waakzaamheid is
open staan voor…, is verlangen en verwachten.
Ik zet jullie op het
verkeerde been als ik zeg dat ‘aankomen’ iets te maken heeft met ‘in
verwachting zijn’. Nochtans betekent Advent, van het Latijn invenire,
zoveel als ‘aankomen’ en brengt het ons ‘in verwachting’ naar wat komen
gaat.
Vandaag begint de advent. Nog vier weken en het is weer
Kerstmis, het feest van het aankomen, van de geboorte van God tussen de
mensen, van Gods geboren worden in de mens. Advent is uitkijken naar
die komst, die komst écht verwachten. Advent is een tijd van
zwangerschap. Er groeit iets, er staat iets te gebeuren. Er is wat
gaande dat je niet mag missen. Zorg er toch voor dat het niet aan je
voorbijgaat, want dat zou jammer zijn. Vandaar de vele oproepen tot
waakzaamheid.
We hebben vandaag één enkele kaars aangestoken.
Wat heb je nu aan één onnozele kaars? Weinig of niets, zul je zeggen.
Maar
let eens op hoeveel licht één kaars geeft die je opsteekt bij een
elektriciteitspanne. Hoever het licht van dat ene vlammetje doordringt
tot in de verste hoeken van de kamer. Één enkel vlammetje geeft honderd
percent méér licht, dan helemaal geen licht.
Er is iets vreemds
aan de hand: ónze advent, ónze voorbereiding voor Kerstmis, begint van
langsom meer te lijken op die van de buur die geen christen is, die
niks met de kerk te maken heeft. Wij liggen niet meer wakker van de
komst van de Heer. Onze christelijke waakzaamheid zit in de crisis. We
hebben het waken wat verleerd omdat we lang niet meer zo overtuigd zijn
dat de Heer komt. We richten ons leven in alsof er met Gods komst geen
rekening moet gehouden te worden.
Toegegeven, de commercie maakt
het ons extra moeilijk. Het is niet gemakkelijk om tussen al die
kerstmannen, rendieren en sneeuwmannen nog een kerststalletje terug te
vinden. Het valt niet mee om tussen al het commerciële gedjingel en
lawaai nog een hart te horen kloppen. Het is van langsom moeilijker om
dan nog kerstcadeautjes te geven aan iemand waar je gegarandeerd niks
van terugkrijgt.
De oproep in het evangelie vandaag komt juist
daarom op het goede moment. Jesus vraagt ons niet om paranoia te
worden, integendeel. Hij vraagt ons om aandacht te houden, om alert te
zijn voor zijn signalen, omdat “je niet weet wanneer het ogenblik daar
is”. De Heer komt op een uur en op een manier die je niet verwacht.
Maar als het zover is, hoe zul je dan zien dat Hij het is?
Als ik
jullie een tip mag geven: let vooral op de “kleintjes”. De kleine
mensen in onze maatschappij, zijn dikwijls goed geholpen met een
kleine, maar volgehouden gift.
Daarom mogen we met één enkele kaars beginnen … als we maar zorgen dat die blijft branden.
Het
is een beetje als met de godslamp in onze kerk: een kleine blikvanger
die ons alert houdt voor Gods aanwezigheid. Een grote schijnwerper zou
alleen maar verblindend werken.
Tegenover het commerciële
geschreeuw, roept dat kleine signaaltje ons op om terug aandacht te
hebben voor het kleine. Laat dit gunstige moment niet voorbij gaan.
God kan alleen God van mensen zijn, als wij mensen van God willen zijn.
Misschien
vormt het aanbod van Welzijnszorg wel een uitgestoken hand.
Waakzaamheid spoort ons aan tot concreet handelen, tot daden. De actie
Welzijnszorg is de vertaling van die waakzaamheid in concrete daden.
Zij helpt ons om Gods goedheid en trouw, zijn komen God tussen de
mensen, te vertalen naar menselijke nabijheid en liefdevolle zorg.
Vooral tegenover mensen die ‘in de kou’ van het leven staan.
Één
van de moderne hulpmiddelen om vandaag aandachtig te blijven is de GPS.
Als je ook maar één straat verkeerd inrijdt, volgt onmiddellijk het
bericht: “keer zo mogelijk terug”. Op ongeveer dezelfde manier roept de
advent ons op om terug te gaan geloven in de komst van de Heer, die een
God van mensen wil zijn.
Het is een beetje zoals bij Klein Duimpje
die terugkijkt, op zoek naar de achtergebleven keitjes of kruimeltjes.
Ook wij worden gedwongen om terug te keren, om om te kijken.
Niet
naar onze eigen kruimeltjes, maar naar mensen, vooral de kleintjes die
ons nodig hebben. Die mede-mensen … zij zijn de lichtpuntjes
achtergelaten door Gods aanwezigheid.
Amen.
Inspiratie deels ontleend aan de adventspreek van december 2002 van Jan Arnouts, o.p.