Wachten op God

B-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Als ik de geest van de advent in één kerngedachte zou moeten samenvatten, dan zou ik zeggen: wij wachten op God. Maar als ik dat zeg: ik wacht op God, dan komt er direct twijfel in mij op. Want, wacht ik wel werkelijk op God? Wij wachten op Kerstmis, wij wachten op de vrede en dat alles heeft zeker met God te maken, maar het is toch ook weer niet hetzelfde als: wachten op God.

Hoe kan ik me dat voorstellen, wat betekent dat eigenlijk: ik wacht op God? Wij, christenen, wij weten dat God komen zal op het einde van ons leven. Ons leven eindigt niet in het niets, iedereen die valt in de dood, valt in Gods handen. Wij vallen niet in het ijle, in het lege.

Maar dat wachten op God valt ons toch ontzettend moeilijk. God kan zolang op zich laten wachten, wij merken eigenlijk toch zo weinig van zijn komst in ons leven. Hoe dikwijls horen wij niet de klacht, ook van gelovige mensen: Waar zijt Gij, God, als ik ziek ben, als ik oud word? Waar zijt Gij, God, er is zoveel lijden en ongerechtigheid in de wereld. Gij moet toch weten, God, dat ons geloof niet altijd zo rotsvast is, dat wij zomaar een heel leven lang kunnen wachten. Dat de mensen zich zo in deze wereld vast nestelen ligt niet alleen aan het ongeloof van de mensen, het ligt ook aan dit zwijgen van God. God kan voor ons een grote last worden. Als God altijd blijft zwijgen, dan ontstaat werkelijk het gevaar dat de mensen niets meer van Hem verwachten. Zij zetten zich dan nog wel in voor sociale gerechtigheid, voor bescherming van het milieu, voor welzijnszorg, maar wachten op God, een God tot wie ik bidden kan, op wie ik vertrouwen kan, nee, dat zit er niet meer in.

Juist voor mensen die in zo’n situatie leven, zegt de evangelist: wees waakzaam. De Heer is komende, juist in deze schijnbaar godverlaten wereld. God komt tot ons in duizenden dingen, elke dag opnieuw, maar dan mogen wij niet slapen, wij moeten alert zijn voor de lichtsignalen die God ons zendt.

Hoe God tot ons kan komen, kan ik misschien duidelijk maken met een klein verhaaltje. Op een nacht verscheen Jezus aan een vrome weduwe en zei haar dat Hij morgen bij haar op bezoek wilde komen. De weduwe stond onmiddellijk op en begon haar huis te schrobben en te boenen totdat alles blonk als een spiegel. Zij was daar nauwelijks mee klaar of er werd aan de deur gebeld. Vol verwachting ging de vrouw opendoen. Daar stond haar dochter, die in de buurt woonde. ‘Moeder’, zei ze, ‘mag ik mijn kleintje een uurtje komen brengen? Ik moet even boodschappen gaan doen.’ ‘Het spijt me, kind’, antwoordde de vrouw, ‘vandaag kan het niet, want ik verwacht hoog bezoek.’ Tegen de middag werd er weer aan de deur geklopt, nu stond er een bedelaar, die van tijd tot tijd een bord soep en een boterham kreeg. ‘Nee’, zei de vrouw, ‘vandaag gaat het niet, ik heb echt geen tijd.’ Een uurtje later werd er weer gebeld en daar stond de pastoor, die op zijn ronde was om geld in te zamelen voor de restauratie van zijn kerk en van de gelegenheid gebruik wilde maken om even te komen praten. ‘Het spijt me, mijnheer pastoor,’ zei de weduwe, ‘kom een andere keer terug, ik heb nu echt geen tijd, ik verwacht bezoek.’ Zo ging de dag voorbij. Teleurgesteld ging de weduwe naar bed. ‘s Nachts verscheen Christus haar weer en zei: ‘Tot driemaal toe heb ik je willen bezoeken, je had telkens geen tijd. Je hebt het gunstige ogenblik voorbij laten gaan.'

Zo komt God voortdurend in ons leven in de gestalte van mensen die je nodig hebben: een klein kind, een reiziger, een bejaarde vrouw. Als morgen Christus bij u aanklopt, zult u dan zien dat Hij het is? Daarom zegt Jezus: ‘Wees waakzaam.’ God komt op een uur en op een wijze, die je niet verwacht. Probeer in deze adventstijd opnieuw je aandacht te vestigen op de wijze waarop Jezus tot je komen wil: ik was hongerig, ziek…, zul jij dan zien dat Hij het is?

Zoeken in Preken Online