“Eerste Pinksterdag, 23 mei 2010. De klok van de Obrechtkerk had tevoren negen slagen laten horen. Het storende gebeier, om de parochianen voor de dienst op te roepen, kwam straks pas, om kwart voor elf. Klassieke zondagochtendrust in Oud-Zuid."[1] Aldus A.F.Th. van der Heijden in zijn laatste boek, Tonio. Hij verhaalt daarin hoe zijn enige zoon, Tonio, in de zeer vroege ochtend van die Eerste Pinksterdag op de hoek van het Sarphatipark, bij de Oranjekerk, hier in De Pijp, afscheid neemt van een paar vrienden. Hij rijdt over de Ceintuurbaan naar de Roelof Hartstraat en de Van Baerlestraat. Vóór de brug over het Vondelpark slaat hij één van de straten naar rechts in. Bij de Hobbemastraat slaat hij linksaf. Aan het eind van de straat, waar deze uitkomt op de Stadhouderskade knippert het stoplicht oranje. “Kijk uit, wees waakzaam!” Maar Tonio kijkt niet uit. En de bestuurder van een rode Suzuki Swift die, te hard, uit de richting van de Overtoom komt aanrijden; hij let ook niet goed op. Het gaat niet goed. Tonio, eenentwintig jaar oud, wordt van zijn fiets geslingerd, raakt vreselijk gewond en sterft later die dag in het AMC. Zijn ouders, Mirjam en Adri, zijn verpletterd. Zijn vader schrijft op waar zij doorheen gaan. Amper een jaar na de dood van Tonio verschijnt reeds zijn boek. Ik kan u van harte aanraden om het te lezen. Alle mysteries van het leven van Christus, alle geheimen van de rozenkrans, komen langs. Je kunt het boek er zó overheen leggen.
Neem de Advent: de periode van wachten op Christus’ komst die op deze zondag weer is begonnen. Dat wachten is drieledig. Wij gedenken, ten eerste, de periode die voorafging aan Jezus’ geboorte. Wij zien verlangend uit, ten tweede, naar de viering van het komend Kerstfeest. En wij zien uit, ten derde, naar Christus’ wederkomst.
Gaat dat gebeuren, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk? Gaat Jezus ooit terugkomen? Gaat Hij ooit opnieuw komen? Is dat geen wensdenken? Is het geen illusie? Ik citeer opnieuw A.F.Th. van der Heijden in Tonio: “Het zijn de onbewaakte momenten die de waarheid in pacht hebben. Het brein is nog in de ban van de halfslaap, of van een dagdroom, of van een vlaag van vermoeidheid. In zo’n ogenblik van versuffing of onoplettendheid blijkt dat ik nog steeds, of meer dan ooit, rekening houd met een terugkeer van Tonio in ons midden. Het onbewaakte moment geeft toegang tot een diepere en primitievere laag van de ziel, waar de hoop wordt gevoed dat we onze zoon ooit terug zullen vinden. Die sluimerende verwachting hebben we, blijkbaar, nodig om het verlies te kunnen overleven. (…) In klaarwakkere toestand lijken we, zij het met zelfvernietigende weerzin, de harde feiten te accepteren die duiden op de onomkeerbaarheid van Tonio’s lot (…) Maar in de diepte van ons hart heerst het dierlijke ongeloof dat hij voor eeuwig uit ons leven is verdwenen."[2] Einde citaat. Is onze Advent, veelgeliefden, niet net zoiets? Is Advent het nu reeds tweeduizend jaar aanhoudend onvermogen en de onwíl om ons als kerk neer te leggen bij de onverbiddelijke en onherroepelijke dood van iemand?
“Kijk uit, wees waakzaam. Want je weet niet wanneer het moment daar is. (…) Wees (…) waakzaam, want je weet niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds laat of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht …” Over welk uur gaat het? Gaat het soms over het “uur van onze dood” waarvoor we Maria voortdurend vragen om dán, in dat uur, voor ons te bidden, ook omdat we het dan zelf misschien niet meer kunnen? Wie zal het zeggen?
Eigenlijk denk ik: Die hele kerk en dat hele geloof van ons zijn één voortdurende uitnodiging om ons te openen vóór, om ons te verdiepen ín, om betrokken te zijn óp, om doordróngen te raken van en om óp te gaan in Jezus Christus, de mensgeworden God. Opdat Zijn Geest leeft in ons. Opdat Hij leeft in onze geest. Ik citeer nogmaals A.F.Th. van der Heijden: " ‘Ik weet niet precies hoe ik het moet uitdrukken,’ zegt Mirjam, ‘maar ik heb steeds meer het gevoel dat Tonio, nou ja, in mij woont. Permanent.’ ‘In ons allebei,’ zeg ik."[3] Einde citaat. Ik zou bijna zeggen: een Pinksterervaring. De woorden doen denken aan woorden van de apostel Paulus: “Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in der Zoon van God (…)"[4].
Advent. De Jezus van vlees en bloed zoals Hij ooit op aarde heeft rondgelopen is voor ons onbereikbaar geworden, precies zoals Tonio, zoals hij nog maar voor een jaar terug leefde, onbereikbaar is geworden voor Adri en Mirjam, zijn ouders. Zodadelijk met Kerstmis zetten we de kerststal weer op, dan hebben we weer het gipsen of het houten kindje in de kribbe. Dat kan iets zijn om naar uit te zien en naar toe te leven, - zoals Mirjam en Adri toeleefden naar het gereedkomen van de grafsteen van Tonio met daarop in reliëf zijn portret. Een plek waar je naar toe kunt gaan en zichtbare en tastbare tekenen, daar kunnen mensen soms veel aan beleven. Daardoor kan ook het geloof gevoed worden. Maar toch, uiteindelijk moeten wij het dáárin toch niet zoeken en moeten wij “het” dáárvan toch niet hebben: van wat zichtbaar, concreet en tastbaar is. Want de aardse gestalte van de mensen, de dieren en de dingen gaat hoe dan ook altijd voorbij. Dus, hoe dierbaar ze ons ook zijn, het is niet goed om je er aan te hechten en die gestalte koste wat het kost vast te houden, want dan kom je bedrogen uit omdat het onmogelijk is. Waaraan wij ons wél mogen hechten, dat is aan het onzichtbare en onvergankelijke wezen van de mensen en de dingen.
Zodadelijk na afloop van deze viering zullen wij met elkaar spreken over een voorgenomen verandering van de mistijden in deze kerk. Ik heb, in samenspraak met op de eerste plaats het parochiebestuur, besloten om, vanaf het begin van de Vastentijd, de familiemis/kindermis van de zaterdagavond te verplaatsen naar de zondagmorgen, naar hetzelfde tijdstip waarop deze ook in de Rozenkranskerk gevierd wordt, zodat we die viering steeds om en om, de ene week in de ene, en de andere week in de andere kerk kunnen vieren - op een tijdstip dat voor gezinnen met jonge kinderen optimaal lijkt. Voor deze Vredeskerk zal dat tot gevolg hebben dat ook de hoogmis een half uur later zal moeten beginnen. Heel veel mensen zijn niet blij met die verandering. Nee, natuurlijk niet! Het is altijd het gemakkelijkst om de dingen te laten zoals ze zijn. We zijn er aan gehecht om bepaalde dingen op een bepaald tijdstip te doen. Verandering is lastig! Sommige mensen weren zich dan ook tegen die voorgenomen verandering alsof hun leven ervan afhangt, dan wel of ze dreigen hun enig kind te verliezen.
Van harte hoop ik dat het toch iedereen mag gaan lukken om die verandering wél mee te maken. Veelgeliefden: het gáát niet om de buitenkant, om de zichtbare gestalte van ons geloof. Het gáát niet om de tijdstip waarop de mis gevierd wordt. Het gáát er ook niet om in welke kerk dat precies gebeurt - hoezeer we ook aan een bepaald gebouw en een bepaald tijdstip gehecht kunnen zijn. Waar het wél om gaat, dat is: om Jezus Christus, om Zijn Woord, om Zijn lichaam en bloed. Waar het om gaat is dát wij bijeenkomen in de zondagse viering van de Heilige Eucharistie. Waar en hoe laat: dat is bijzaak. In ons geloof en in onze kerk gaat het om Jezus Christus in zijn uiteindelijk ongrijpbare gestalte, om Jezus Christus naar wie wij uitzien. “Hij zal u laten standhouden” schrijft de apostel Paulus vandaag aan ons in zijn eerste Korinthenbrief. Moge het zo zijn. Amen.
1° Zondag Advent B (2011)
B-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars