Donderdagmiddag keken we, zoals altijd op het werk, naar het 1 uur
journaal. Meestal praten we erdoor en horen we amper wat er gezegd
wordt. Maar deze keer werd onze aandacht getrokken door de
hypotheekcrisis in de Verenigde Staten. Dit houdt ons bezig in onze job
want we zien dat onze aandelenbeurs in Brussel er ook de gevolgen van
ondervindt.
En dan komt dat bericht van die 60.000 gezinnen die
sinds vorige maand dakloos geworden zijn. In het nieuws zagen we mensen
die, in Los Angeles, nu in een tentenkamp moesten leven. Allen hebben
welstand gekend en leven nu in extreme armoede.
Het verhaal van één
van de vrouwen is schrijnend. Door de ziekte van haar man konden ze de
hypotheek niet terugbetalen en werden ze uit hun huis gezet. Ze
verloren hun baan en leven nu in het tentenkamp.
Van welstand, van aanzien, naar extreme armoede en vernedering.
We mogen van geluk spreken dat de sociale voorzieningen hier in België heel wat beter zijn dan in de Verenigde Staten.
Toch
zijn het situaties die we hier ook soms zien gebeuren. Mensen hebben
het goed, ze worden gezien tot ze, door omstandigheden in de problemen
terechtkomen… Wie is er dan nog? ‘In nood leert men zijn vrienden
kennen’ zegt men wel eens.
Mensen die ziek worden, mensen die
iemand dierbaar verliezen, mensen die in een scheiding zitten, mensen
die werkloos worden,… deze mensen zien plots dat hun leven een andere
wending neemt en moeten soms heel wat alleen verwerken.
Zo verging
het ook Jezus. Hij had het goed, hij ging naar de mensen toe en gaf
liefde en aandacht aan mensen, daar waar het nodig was. Hij was
geliefd. Maar sommigen hadden het niet altijd goed begrepen. Zij
dachten dat Hij de koning was, de militaire en politieke leider, die de
Romeinen met de wapens het land zou uitzetten. Voor hen was er eerst
hoop en daarna ontgoocheling. De hoop lezen we in het verhaal van de
intocht en daarna komt de ontgoocheling in het lijdensverhaal.
Ja,
Jezus heeft beide meegemaakt: eerst de verering met de palmtakken, dan
de vernederingen en de pijn die eindigt met de kruisdood.
Maar wat een eenvoud, wat een nederigheid, leeft Jezus ons voor.
In
het verhaal van de intocht lezen we hoe hij zachtmoedig en zittend op
een ezel de stad binnenkwam. Geen grote woorden, geen extreem gedoe,
maar eenvoudig zonder schone schijn. En ook in het lijdensverhaal zien
we zijn nederigheid en overgave. Hij vecht niet tegen de vernederingen
en de pijn, hij draagt zijn kruis waardig en in geloof. Hij is trouw
gebleven aan zijn levensweg van liefde tot het uiterste en Hij heeft de
dood niet geschuwd. Hij is niet halverwege omgekeerd, maar heel de weg
gegaan, consequent, zijn hart volgend.
Laten we als Christenen, zijn voorbeeld volgen. Laat ons aandacht
hebben voor alles wat we doen, aandacht voor de mensen waar we mee
samenleven. Laat ons de liefde die in ons is, aanvoelen, doorvoelen en
laten stralen naar anderen toe.
Laat ons net als Jezus waardig ‘ja’ zeggen op datgene wat ons treft. Zo zal het leed ons niet bitter maken.
Laat
ons steeds opnieuw onze vlieger oplaten en blijven geloven en blijven
hopen dat het beter zal worden als we het moeilijk hebben.
Neem een palmtakje mee en geef het een plaatsje zodat je het regelmatig tegenkomt in je huis.
En
als je het ziet, probeer dan weer te voelen dat je wil kiezen voor zijn
manier van leven. Een heel bewust leven dat bestaat uit respect voor
alle leven, uit aandacht voor alles wat we doen, uit liefde geven en
liefde krijgen, liefde die alle lijden overwint.
Dat het palmtakje ons steeds weer op Jezus’ weg mag helpen. We blijven hopen en geloven dat het kan.
Neem een palmtakje mee (2008)
A-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood