Als je het lijdensverhaal van Matteüs leest, zoals we dit jaar doen, dan valt het eigene van Matteüs’ redactie van die gebeurtenissen vaak weg achter het drama van degene die verraden, gefolterd, snel berecht, en geëxecuteerd wordt. Het is het verhaal dat alle vier evangelisten geven. En toch, ondanks het dramatische karakter van die gebeurtenissen, verwerken de vier het op een verschillende manier. Ze hebben verschillende bedoelingen met hun reportages. Misschien is dat niet het juiste woord. In feite zijn de verslagen tegelijkertijd ook theologische en morele beschouwingen.
Een van de eerste dingen die opvalt als je Matteüs met zijn waarschijnlijke informatiebron - Marcus - vergelijkt, is het dat het hele verslag doorspekt is met referenties naar de Hebreeuwse heilige geschriften. Zo gebruikt Jezus bij zijn arrestatie geen geweld omdat hij machteloos zou zijn, maar om die geschriften te vervullen (26,53). Hij krijgt alsem te drinken in een niet direct door Matteüs vermelde verwijzing naar Ps. 69,22. Matteüs vermeldt de prijs voor de ‘verkoop’ van Jezus als dertig shekels, de prijs voor een slaaf in Exodus (21,32). En als hij vertelt hoe Judas dat geld de tempel in smijt refereert hij naar een tekst van Jeremia. Hij maakt daarbij overigens een fout, de referentie is naar Zacharia 11,13. Matteüs’ geheugen is blijkbaar niet onfeilbaar.
Dat alles maakt Matteüs’ verhaal anders van dat van Marcus. Hij wil aantonen hoe Jezus de oude voorzeggingen en de Thora vervult. Maar er is bovendien nog iets anders. Matteüs wil ook aantonen hoe Jezus het nieuwe, dat hij zelf invoert - de nieuwe wet van zijn geest - vervult.
In Matteüs’ redactie van Jezus’ passie wordt verschillende keren doorverwezen naar wat hij zelf eerder gezegd heeft. Tijdens dat hele relaas zijn er echo’s te horen van wat Jezus preekte en bad. Jezus vraagt bij zijn arrestatie om de geweldloosheid die hij eerder aanbevolen had. ‘Steekt uw zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen zullen door het zwaard omkomen’, is het zich houden aan zijn woord: ‘Biedt geen weerstand aan je tegenstander!’ (5,39). Het weigeren om een eed te doen (26,63) correspondeert aan wat hij bedoelde toen hij zei: ‘Zweer nooit noch bij God, noch bij de aarde of Jeruzalem!’ (5,34). Tijdens zijn doodsangst op het landgoed Getsemane bidt hij de derde bede in het gebed dat hij hun allen geleerd had: ‘Uw wil geschiede!’ (6,10). Matteüs zet het lijdensverhaal in de context van het leven van Jezus, en in de context van de levens van hen die van Jezus’ (verrezen) leven leven.
Matteüs benadrukt dit alles ook nog op een andere manier. En weer heeft het iets te maken met zijn redactie van de gebeurtenissen. Terwijl Marcus in zijn veertiende hoofdstuk het lijdensverhaal geeft direct nadat Jezus in het dertiende hoofdstuk op apocalyptische wijze het einde van de wereld aankondigt, last Matteüs tussen zijn voorzegging van dat einde door Jezus (hoofdstuk 24) en zijn lijdensverhaal (hoofdstukken 26 en 27) drie parabels in in het daar tussen geplaatste hoofdstuk 25. (Mijn verontschuldiging voor het wellicht verwarrende gebruik van al die nummers van hoofdstukken.)
Twee van de drie zijn alleen maar te vinden in Matteüs. Het zijn de parabels van de dwaze en wijze maagden (25,1-13) en die van het laatste oordeel (25,31-46). De derde parabel is er een die we ook bij Lucas kunnen vinden, hoewel in een ander verband, het is die van de gebruikte en niet gebruikte talenten (25,14-30). Matteüs vertelt zijn lezers op deze manier dat ze tussen dat wat Jezus overkwam en het komende einde van de wereld bij zijn tweede komst, waakzaam moeten zijn, zich op de ‘eschatologische bruiloft’ moeten voorbereiden, hun giften goed moeten gebruiken, en met andere woorden intussen zelf het verrezen leven van Jezus moeten leven. Het is het leven van dat verrezen leven dat bij het laatste oordeel de goeden doet verschillen van de slechten, of om het in Matteüs’ woorden te zeggen, het zal de schapen scheiden van de bokken.
De nadruk van Matteüs komt zo niet zoals bij Marcus, op het einde te liggen, maar op de vervulling van de wet en de profeten, en op de manier waarop de volgelingen van Jezus het nieuwe dat hij in deze wereld bracht in hun levens waar dienen te maken, vóórdat dat einde komt…