Over heel het verhaal van de intocht in Jeruzalem hangt een geheimzinnige sfeer. Jezus begint zijn intocht in Jeruzalem vanaf de Olijfberg. Immers volgens de profeet Zacharia zal de Messias komen van de kant van de Olijfberg. Jezus rijdt op een ezel, zoals dezelfde profeet geschreven had. De ezel is het rijdier in vredestijd, zo wordt Jezus als de vredesvorst ontvangen. Jezus is in het dorp bij Jeruzalem bekend als de ‘Heer’, meer moeten de leerlingen niet zeggen als zij de ezel losmaken. Iedereen weet dat de ‘Heer’ de Messias is. Hier toont Jezus zich openlijk als Messias, en bij de mensen roept dat onmiddellijk hevige tegenstellingen op: bij de enen lokt Jezus begeestering en vreugde uit, bij de anderen haat en vervolging, en Jezus weet in deze spanning te leven. In de begroeting van de mensen moet al iets van de triomf van Pasen doorschemeren: Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren: Hij is de steeds weer komende tot aan de voltooiing, de laatste dag van mijn leven, en van de wereld. Maar met dezelfde vanzelfsprekendheid beheerst Hij de weg van de vernedering. Hij komt immers als Koning van de vrede, en niet als de veroveraar. Hij komt om te dienen en niet om gediend te worden. Hij is de vredige koning die zijn dood tegemoet gaat.
Hier raken wij ook het geheim van de Kerk. Ook zij ontvouwt vaak macht en glans in haar optreden, bij haar feesten en congressen. Triomfalisme noemt men dat. En toch moet de Kerk dezelfde weg als Jezus gaan. Dezelfde Kerk die de kenmerken van het triomfalisme vertoont en soms ook cultiveert, is tegelijk de Kerk die met de dood gebrandmerkt is, vervolgd in alle tijden van de geschiedenis, die verstoten is tot in onze dagen. Machteloos tot in het belachelijke in vergelijking met de machtigen der wereld. Helemaal naar God verwijzend, helemaal op God aangewezen.
In deze week zullen wij het geheim vieren van de vredige koning Jezus, die naar de dood gaat. Misschien is die kleine, onaanzienlijke grauwe ezel een teken van God voor onze tijd. Niet het sensationele, het opvallende zal ons redden. Redden kan ons alleen maar de opvallende gehoorzaamheid tegenover onze Heer en Meester, die Koning en Vorst in zijn verlossende liefde, ons aller knecht is geworden.
Konden wij maar iets begrijpen van dit geheim van de nederige koning van de vrede. Hoe meer de mens van het geloof in Jezus verwijderd is, des te minder begrip zal hij opbrengen voor dit mysterie. Het zal echter een geheim voor ons blijven totdat Hij komt in heerlijkheid…