1In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Het volk schreeuwde al maar harder:
“Kruisig Hem”.
Pilatus liet Jezus geselen en leverde Hem over
om gekruisigd te worden.
(Mc. 15,14-15)
L Pilatus heeft Jezus niet beschuldigd,
hij heeft Hem alleen niet vrijgesproken.
Pilatus heeft Jezus niet ter dood veroordeeld,
hij heeft Hem alleen niet gered van de dood.
Zo gaat het dikwijls: men doet geen kwaad,
men laat het wel gebeuren.
K Jezus, Gij deed altijd het goede
en had aandacht voor iedereen.
Gij wordt onschuldig veroordeeld.
Gij zwijgt en ondergaat alles geduldig.
Jezus, help mij nooit te veroordelen.
A Vergeef ons Heer, dat we voorbijgingen:
aan de hulp die we konden bieden,
aan de troost die men van ons verwachtte,
aan de steun die we konden geven,
aan het leed dat we niet eens zagen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
TWEEDE STATIE
Jezus neemt het kruis op zijn schouders
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Jezus droeg zelf het kruis en ging de stad uit,
naar Golgotha het zogeheten ‘schedelveld’.
(Joh. 19,17)
L Jezus heeft het lijden niet gezocht,
maar wanneer het er op aankwam
trouw te zijn aan zijn overtuiging,
heeft Hij het lijden niet ontvlucht.
K Jezus, Gij wordt uitgelachen en bespuwd.
De soldaten geven U een doornenkroon
en hangen U een purperen mantel om.
Ze gooien het kruis ruw op uw schouders.
Jezus, help me als ik pijn of verdriet heb.
Ik weet het: ieder huisje heeft zijn kruisje,
maar als we elkaar helpen dragen,
weegt het minder zwaar.
A Heer, wij dragen ons kruis
soms met tegenzin
en toch dragen we het nooit alleen,
Gij draagt met ons mee.
Door uw eigen kruis te dragen
zijt Gij een bron van kracht geworden
voor ons allen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
DERDE STATIE
Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Jezus valt voor de eerste keer,
want de last op zijn schouders is zo zwaar.
Zijn hele lichaam doet pijn.
Even misschien wilt Hij het opgeven,
op de grond blijven liggen, maar Jezus staat weer op.
L Vallen doet pijn.
Soms is het moeilijk om weer op te staan.
Wij geven het vaak op bij de minste tegenslag,
maar Jezus stond toch op, gesteund, gedragen
door het woord van zijn Vader, de ‘Ene’ die in Hem gelooft.
K Jezus, Gij zijt moe en uitgeput.
Gij valt en niemand helpt U.
Waar zijn nu de mensen die Gij getroost en geholpen hebt?
Jezus, ook ik vergeet heel vlug
de mensen die goed voor mij waren.
Leer mij dankbaar zijn en helpen waar ik kan.
A Heer, wij mensen kunnen vallen en toch weer opstaan
en strompelend verder gaan.
Mensen zijn groot als ze zich, na een val,
opnieuw oprichten om verder te gaan,
ondanks alles en ten einde toe.
Heer, geef ons de kracht om telkens weer op te staan.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
VIERDE STATIE
Jezus ontmoet zijn moeder
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Maria heeft haar Zoon niet in de steek gelaten.
Zwijgend stond zij langs de weg.
Zo was zij voor haar Zoon een teken:
‘ook in de pijn is God nabij’.
L Heer, alleen Maria, uw moeder,
bevestigt, sterkt en troost U.
Met haar nabijheid en haar tranen
deelt zij in uw lijden, zoals alleen moeders dat kunnen.
Nu komt voor haar het uur dat de oude Simeon had voorspeld:
“Een zwaard zal uw ziel doorboren.”
K Wat moet het fijn zijn, Jezus, om
als Gij zoveel verdriet hebt en zoveel pijn,
uw mama te zien en haar heel dichtbij te voelen.
Jezus, help me meeleven in de vreugde
en het verdriet van anderen,
dan voel ik wat vriendschap en liefde is.
A Dank U, Heer, omdat Maria ook onze moeder is.
Ook zij gaat met ons mee als wij pijn hebben.
Zij troost ons als wij geen uitweg meer vinden.
Zij vergezelt ons op onze levensweg.
Daarin vinden wij de kracht om ook
ons kruis te dragen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte in mijn God de vreugdezang
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
VIJFDE STATIE
Simon van Cyrene helpt Jezus zijn kruis dragen
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V ‘Ze dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene,
die van zijn akker kwam, om zijn kruis te dragen.’
(Mc. 15,21)
L Ongewild wordt Simon van Cyrene
in het lijden van de Heer betrokken.
Hij komt gewoon voorbij. Hij heeft geen schuld aan dat lijden.
Hij heeft er niets mee te maken.
En, ineens, krijgt hij een kruis op zijn schouder:
het kruis van een ander, Jezus achterna.
K Jezus, soms merken we het niet
dat anderen het moeilijk hebben.
Soms steken we een handje toe met een bang hart,
maar helpen doet deugd.
De andere voelt zich niet meer zo alleen.
Het kruis lijkt dan minder zwaar.
Jezus, maak dat ik opensta voor velen en af en toe
een mens ontmoet, een Simon van Cyrene.
A Heer, leer ons solidair te zijn met mensen in nood,
ons belangeloos in te zetten en zoals Simon van Cyrene,
samen met hen op weg te gaan
om hun kruis te helpen dragen.
Geef ons helpende, zorgend handen, Heer.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
ZESDE STATIE
Veronica droogt Jezus’ tranen
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V ‘Wat je aan de minsten van deze kleinen gedaan hebt
ten goede of ten kwade, hebt ge voor Mij gedaan.’
(Mt. 25,40)
L Veronica maakt zich los uit de massa.
trotseert ze toeschouwers en soldaten.
Zij gaat naar Jezus toe en veegt het zweet
en het bloed van zijn aangezicht af.
Haar naam staat niet in het evangelie,
maar over heel de wereld is hij bekend.
Het is de naam van iedere mens die zich laat bewegen
door de nood van een medemens.
K Jezus, gelukkig is er Veronica.
om U te troosten en U nabij te zijn.
Leer mij, zoals Veronica, bezorgd zijn om anderen.
Leer mij een echte vriend zijn, ook als het moeilijk is.
A Heer, Gij laat U ontmoeten in het gelaat
van wie lijdt en vernederd wordt.
Vergeef ons dat wij U hierin zo moeilijk herkennen.
Geef ons de attentie en de zachte hand
van Veronica om anderen te helpen en aan te moedigen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
ZEVENDE STATIE
Jezus valt voor de tweede maal
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Ondanks de hulp van Simon en Veronica is Jezus totaal uitgeput.
Hij valt voor de tweede maal onder het gewicht van het kruis.
Gedwongen door de soldaten staat Hij moeizaam weer op,
geholpen door Simon.
Hij draagt zijn kruis verder door de straten van Jeruzalem.
L Jezus is er erg aan toe. Hij valt voor de tweede maal.
Doodsangst of onverschilligheid van degenen die Hem omringen?
De pijn die in het lichaam snijdt
of alles wat het hart bezwaart?
Moedig gaat Hij terug staan, zet zijn weg verder
en draagt met liefde onze smart.
K Jezus, vallen doe ik elke dag
en dan wil ik ook een schouder om op te steunen.
Gij draagt alle mensen, verlicht en troost hen.
Gij wordt het beminnen van mensen nooit moe.
A Heer, dit is het beeld van de weg die mensen gaan:
vallen en opstaan. Niet één keer, maar telkens weer.
Wij richten onze hoop op U, gij hebt geleden
om ons gelukkig te maken en sterkte te geven.
Leer ons anderen overeind te helpen, moed in te spreken,
te dragen en te verdragen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
In de Heer vind ik heel mijn sterkte, in mijn God de vreugdezang,
Gij die mijn bevrijding zijt, op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst,
op U vertrouw ik en ‘k ken geen angst.
ACHTSTE STATIE
Jezus troost de wenende vrouwen
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Een grote massa mensen volgde Hem;
er waren vrouwen bij die om Hem treurden en rouwden.
Maar Jezus draaide zich naar hen om:
‘ Vrouwen van Jeruzalem! Huil niet om mij,
huil om uzelf en uw kinderen.’
(Lc. 23,27-28)
L Zelfs nu Jezus erg lijdt, kijkt Hij met de ogen van zijn hart.
Hij wordt geraakt, staat stil bij het leed van anderen.
Overmand door verdriet, strompelend onder het zware kruis,
neemt Jezus nog de tijd en de kracht om zich om te keren
en de wenende vrouwen toe te spreken.
Jezus wil niet dat tranen het laatste woord krijgen.
Het lijden en de dood vormen niet het einde van zijn verhaal,
ze zijn enkel een halte.
K Jezus, ik begrijp eigenlijk niet dat iemand die pijn heeft,
anderen nog ziet staan.
Maar Gij vergeet uw eigen verdriet om anderen te troosten.
Leg ons ook lieve woorden in de mond, woorden die anderen nodig hebben, waar ze beter van worden.
A Heer, uw hart ging uit naar al wie klein en weerloos was.
Geef dat wij ook onszelf vergeten, onze eigen zorgen opzij zetten
en woorden van troost vinden voor anderen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Heel het duister is vol van luister, door uw licht,
de nacht is als de dag net zo helder.
NEGENDE STATIE
Jezus valt voor de derde maal
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V De kalvarieberg is in het zicht, Jezus ziet tegen die berg op.
Het doet Hem veel pijn omdat dit de plaats is
waar Hij zal sterven.
Weer begeeft Jezus onder het zware kruis.
Hij valt op de grond neer.
Zijn wonden worden nog meer opengerukt.
Jezus staat weer op. Hij wil de lijdensweg verder gaan,
tot het einde toe.
L Jezus voelt voor de derde maal de harde grond,
de hardheid van de mensen.
Maar sterker dan de zwakheid van zijn gefolterd lichaam,
spreekt de drang om één te zijn met wat zijn Vader wil.
Moedig gaat Hij de dood tegemoet, omdat Hij beslist heeft
trouw te zijn tot het einde.
K Jezus, Gij weet hoe zwak, hoe klein en ontmoedigd
ik kan zijn. Help mij om niet te vlug op te geven,
maar vol te houden en te blijven geloven in het goede.
A Heer, er zijn mensen die voor een berg van zorgen staan.
Er zijn er die vallen onder de bezorgdheid van het leven.
Zij missen de kracht om verder te gaan.
Hier willen wij onze plaats innemen
en naast hen staan, zoals Jezus,
hoopvol uitkijkend naar nieuw leven.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Heel het duister is vol van luister, door uw licht,
de nacht is als de dag net zo helder.
TIENDE STATIE
Jezus wordt van zijn kleren beroofd
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V De soldaten verdeelden Jezus’ kleren in vieren, voor ieder een deel.
Er was ook nog een lijfrok: die was naadloos,
van bovenaf in één stuk geweven. Daarom zegden ze tegen elkaar:
‘Die mogen we niet stuk scheuren: laten we hem liever verloten.’
(Joh. 19,23-24)
L Niets blijft er over.
Ook de schamele kledingstukken worden weggerukt.
Ze dobbelen om het laatste bezit van de Man die sterven moet.
Dit is het lot van de vertrapten.
Ook vandaag worden vele medemensen slecht behandeld,
onteerd en onderworpen aan folteringen.
Zij staan zonder enige bescherming voor hun beulen,
als een gemakkelijke prooi in de handen van het geweld,
dat niets of niemand ontziet.
K Jezus, pesten en plagen doen we ook al eens.
We nemen soms dingen weg van een ander
of lachen andere kinderen uit, omwille van hun kledij of huidskleur.
Jezus, ik wil U zien in elke mens,
wie hij ook is, wat hij ook zegt of denkt.
A Heer, wij bidden U voor allen die in onze wereld
van alles zijn beroofd. Dakloos zijn zij nu,
overgeleverd aan de goede of slechte wil van anderen.
Wees hen nabij en maak ons hart bereid tot delen.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
Jezus wordt aan het kruis genageld
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Toen ze op het zogeheten Schedelveld kwamen,
sloegen ze Hem aan het kruis en ook twee misdadigers,
de één rechts en de ander links van Hem. Jezus sprak:
‘Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen.’
(Lc. 23,33-34)
L Aan het kruis genageld…
een gruwelijke dood.
Mensen kunnen onbegrijpelijk zijn,
onbegrijpelijk hard.
Zelfs wie niet doodt of martelt,
maakt kapot – vlijmscherp -
door de kracht van te scherpe woorden.
Zouden wij ons niet beter wat milder opstellen
en het opnemen voor de meest kwetsbaren onder ons.
K Jezus, nagels geven helse pijn.
Soms kunnen mijn woorden ook nagels zijn.
Die doen dan anderen pijn en verdriet.
Leer mij woorden kiezen die mensen blij maken.
A Heer, van op uw kruis blijft Gij goed doen
en gelukkig maken.
Gij schenkt vergiffenis aan uw beulen.
Gij nagelt niemand vast,
maar vergeeft steeds onze tekorten.
Laat ons naar uw voorbeeld ook moedig zijn.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
TWAALFDE STATIE
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Rond het middaguur werd het donker in heel het land,
omdat de zon verduisterde. Toen scheurde het voorhangsel
van de tempel doormidden en Jezus riep met luide stem:
‘Vader, in uw handen leg Ik mijn geest.’
Toen Hij dit gezegd had, stierf Hij.
(Lc. 23,44-46)
L Een mens sterft.Voor sommigen een gehate vijand,
voor anderen een nutteloze misdadiger,
voor velen een hele lieve vriend.
Zijn dood brengt leegte en verwarring.
In zijn sterven is Jezus helemaal aan onze kant komen staan.
Nooit was Hij ons zo nabij.
Nooit heeft Hij God zo dicht bij ons gebracht.
K Jezus, soms begrijp ik niet goed dat sommige mensen
niets van U moesten hebben.
Gij hebt toch niemand ten onrechte veroordeeld.
Waarom hebben ze het dan met U gedaan?
Ik wil U danken, Heer, omdat Gij zoveel van mij houdt,
dat Gij zelfs uw leven voor mij geeft.
A Heer, wij weten en geloven dat de Vader ons opwacht
aan het einde van ons leven. Gij zijt ons daarin voorgegaan.
Leer ons vertrouwen op God en ons leven in zijn handen leggen.
Leer ons, in dagen van verdriet trouw te blijven aan U en aan onszelf.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
DERTIENDE STATIE
Jezus wordt van het kruis genomen
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Jozef van Arimatea, een raadsman,
ging in het geheim aan Pilatus vragen
of hij het lichaam van Jezus mocht weghalen en deze stond het toe.
(Joh. 19,38)
L Nu het volbracht is vinden andere mensen de moed zich te tonen.
Met schroom en tederheid wordt het dode lichaam van Jezus
van het kruis genomen. Diepe eerbied en dankbaarheid
zijn groter dan angst om hun eigen leven.
K Wij zijn verdrietig als we iemand verliezen
van wie we heel veel houden: oma, opa, een vriend…
Wat moet het uw moeder pijn doen, Jezus,
om haar kind te zien sterven.
Jezus, help mij altijd de juiste woorden te vinden
om te kunnen troosten bij verdriet en pijn.
A ‘Als de graankorrel in de aarde valt en sterft,
brengt hij veel vruchten voort.’
Heer, Gij hebt steeds nieuw leven gegeven.
Altijd zijn er mensen die uw werk verder zetten.
Zoals U werken ze aan een wereld van vrede en rechtvaardigheid.
Heer, Gij zijt de wijnstok en wij zijn de ranken:
wie in U blijft draagt veel vruchten.
Geef ons het vertrouwen dat wij bij U geborgen mogen zijn.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
Blijf bij Mij en waak met Mij, wakend en biddend, wakend en biddend.
VEERTIENDE STATIE
Jezus wordt in het graf gelegd
V Wij aanbidden en loven U, Heer Jezus,
A omdat Gij door uw liefde tot het uiterste,
de wereld verlost hebt.
V Jozef van Arimatea nam het lichaam van Jezus mee,
wikkelde het in zuiver linnen
en legde het in het nieuwe rotsgraf
dat hij voor zichzelf had laten uithouwen.
Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf.
L Jezus, de vrouwen die U gevolgd waren,
zien hoe uw lichaam in het graf wordt gelegd. Dit is de laatste eerbetuiging die ze U kunnen brengen,
U op waardige wijze aan de aarde toevertrouwen.
Alles wordt nu rustig en stil.
K Jezus, uw leven was mooi en toch soms moeilijk.
Maria en uw vrienden hadden veel verdriet.
Ze dachten dat nu alles voorbij was.
Toch is het niet zo.
Gij blijft over ons waken. Daar zijn we blij om.
A Heer, zo dikwijls bidden wij,
wanneer wij iemand begraven:
‘Wij leggen hem in de aarde,
in de handen van de levende God.’
Zo hebt Gij ook Jezus, uw Zoon, terug ontvangen.
Want Hij heeft alles volbracht.
Dank U voor alles wat Gij ons door Hem gegeven hebt
en blijft geven.
V Heer, wees goed voor ons.
A Laat uw liefde over ons komen.
V Heer Jezus, levend beeld van de barmhartige Vader.
Gij zijt ons voorgegaan
op de weg van het vertrouwen.
Houd ons waakzaam,
over pijn en ontmoediging heen.
A Heer, wij geloven dat uw dood
niet het laatste woord heeft.
Wij geloven dat Gij uit de dood zijt opgestaan.
Uw kruis is niet het einde geworden,
maar teken van leven
waaraan nooit een einde komt.
Sindsdien hebben, ook voor ons,
lijden en dood
niet meer het laatste woord.
Wij danken U voor uw onvoorwaardelijke liefde
en uw groot vertrouwen.
Help ons te leven met en voor elkaar
zoals Gij het ons hebt voorgedaan.
Amen.
Vandaag is het morgen want Jezus leeft voort.
Hij heeft zich aan de dood niet gestoord.
Zijn leven gaat nog steeds zijn gang
nog dagen, nog jaren, nog eeuwen lang.
Jezus,
vandaag gedenken we
jouw lijden en dood.
We begrijpen het soms niet goed.
Waarom wilden de mensen Jou doden?
Je wilde toch alleen maar goed zijn
voor de mensen?
Je deed toch niemand kwaad.
Jij toonde ons juist
hoe we allemaal kinderen zijn
van éénzelfde Vader
en hoe we van elkaar moeten houden.
Misschien was, wat Jij toonde,
veel te moeilijk voor de mensen.
Of hebben ze Je niet goed begrepen?
De mensen riepen maar:
“Die man moet gekruisigd worden”.
Wat zouden wij gedaan hebben?
Zouden we mee geroepen hebben?
Zouden we Jou verdedigd hebben?
Of zouden we gewoon
stil weggelopen zijn
en onze mond gehouden hebben?
Weet Je, Jezus,
2000 jaar later
is het nog niet veel beter.
Nog altijd worden
er mensen vermoord
omdat ze het opnemen
voor zwakke mensen.
Hebben we dan niets geleerd
uit Jouw dood?
Blijf met Mij verbonden,
dan blijf Ik met jullie.
Een rank
kan alleen maar vrucht dragen
als hij met de wijnstok
verbonden is,
los niet.
Zo kunnen ook jullie
alleen maar vrucht dragen
als je met Mij
verbonden bent.
Dit druk Ik jullie
op het hart:
‘heb elkaar lief
zoals Ik jullie heb liefgehad.’
Heer, blijf bij ons,
want het wordt avond.
De dag neigt ten einde.
Blijf bij ons en bij alle mensen.
Blijf bij ons
op de avond van deze dag,
op de avond van ons leven.
Blijf bij ons
met uw genade en uw goedheid,
met uw woord en uw sacrament,
met uw troost en uw zegen.
Blijf bij ons
als de nacht over ons neerdaalt,
de nacht van kommer en angst,
de nacht van twijfel en strijd,
de nacht van de bittere dood.
Blijf bij ons,
bij allen die in U geloven
in tijd en eeuwigheid.