Geloven in het leven midden in onze dood (2005)

A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

Onze wetenschappelijk ingestelde geest
wil de uiterlijke feiten controleren,
en onderzoeken wat er toen precies met Lazarus is gebeurd.
Maar dit is nu juist niet
hetgeen de evangelist Johannes bedoelde.
Die wilde integendeel de schrijnwerper richten
op Jezus en dan vooral op de Jezus van alle tijden,
die ook vandaag oog in oog staat met alles wat dood is in ons,
en ook nu echt leven aanbiedt.

Ook vandaag ervaren wij
ziekte in ons lichaam, zwakheid van onze wil,
dood van de bezieling in ons hart.
Soms worden wij er diep ongelukkig om,
ja zelfs een stuk ongelovig.
En de vragen die ons in die donkere doodsmomenten
over de lippen komen,
hoorden wij letterlijk klinken in dit verhaal:
“Heer, als Gij hier waart geweest,
ja, dan was ons dát ongeluk toch niet gebeurd!”
“Heer, hadt Gij, die de ogen van de blinde
hebt geopend, nu ook niet kunnen verhinderen
dat wij die miserie moesten meemaken!”
En ook vandaag hebben wij de indruk dat de Heer,\

  • die nochtans veel van ons houdt, zoals van Lazarus -
    soms lang wacht om te komen,
    tot de toestand blijkbaar door en door verrot is.

    Jezus komt tot ons,
    maar niet als dokter, om ons uiterlijk te genezen.
    Jezus is Diegene die voortdurend gevochten heeft
    en nu ook vecht
    tegen de verminking van onze ziel en ons hart.
    Jezus vecht tegen de verlamming van onze hoop,
    tegen de kreupelheid van onze liefde
    tegen de blindheid van ons geloof,
    tegen onze diepste verstarring, onze innerlijke dood.
    Zijn besluit om naar Bethanië, dichtbij Jeruzalem, te gaan
    was het symbool van Zijn besluit om naar de stad te gaan
    van de verblinde, verstarde religieuze leiders,
    die door al hun wetten en formalisme
    weigerden te erkennen dat God een liefdevolle Vader is.
    Levende doden waren het!
    Jeruzalem, dat is voor Jezus de plek
    waar de dood het schijnt te halen op het leven,
    Maar het wordt weldra de plaats van Zijn verheerlijking.
    Jezus zegt ook vandaag: “Laat ons naar Lazarus gaan!"
    en Hij trekt vandaag op naar elke mens
    die leeft met de dood in het hart,
    naar ieder die verstard is geraakt of bedreigd wordt
    door zo vele vormen van hopeloosheid,
    ja, ook door fysische dood.
    Juist op dat diepste punt komt Hij naar ons toe.

    Martha spreekt eerst de vage hoop uit die bij elke mens leeft,
    nl. dat de dood toch niet het einde zal zijn,
    dat er later nog wel een andere wereld zal komen,
    waar alles anders en beter zal zijn,
    een verrijzenis, op de laatste dag, in een verre toekomst.
    “Neen” antwoordt Jezus “Ik ben nu de Verrijzenis en het Leven!
    Niet in een verre toekomst,
    maar nú, hier, vandaag, breng Ik verandering.
    ook te midden van uw wanhoop,
    Ik breng leven, ook midden in uw dood”.
    Bij Jezus gaat het dan wel over een heel ander soort leven,
    een leven van een andere kwaliteit,
    inderdaad, een goddelijk leven,
    een liefdesverbondenheid, die zoveel dieper is
    dan het tastbare, zichtbare, uiterlijke leven.
    “Wie deze vriendschap, deze levensverbondenheid
    met Mij en Mijn Vader beleeft, hij lééft echt,
    of hij nu fysisch leeft, dan wel reeds gestorven is.”

    Hier horen wij de kern
    van de christelijke boodschap over leven en dood.
    Oók als wij leven, kunnen wij eigenlijk dood zijn voor God:
    uiterlijk levende mensen, die van alles doen,
    maar zonder goddelijke diepte.
    Oók als wij gestorven zijn, kunnen wij eigenlijk écht leven,
    een geestelijke, goddelijke vriendschap beleven,
    die sterker is dan de uiterlijke dood.


    En wat bepaalt nu of wij dat goddelijke, diepere leven
    al dan niet bezitten?
    Het feit dat wij luisteren of geluisterd hebben
    naar de stem van de Mensenzoon,
    leven of geleefd hebben naar het liefdewoord van Jezus.
    “Wie luistert naar Mijn woord en het ook doet,
    hij HEEFT eeuwig leven, hij IS reeds
    uit de dood naar het leven overgegaan!”
    Jezus plaatst dus het eeuwige leven in het heden.
    Het “eeuwig leven" betekent dus niet
    “een leven dat na de dood begint en dat dan lang duurt”, maar
    “de goddelijke diepte van de liefde binnen ons huidig leven”.
    Zo kan Jezus zeggen dat wij “in eeuwigheid niet sterven”
    vermits wij “nu leven in die geloofsverbondenheid met Hem
    die sterker is dan eender welke uiterlijke dood”.

    “Gelooft gij dat?”
    vraagt de Heer vandaag ook aan ons,
    opdat wij zouden antwoorden zoals Martha:
    “Ja, Heer, ik geloof vast dat Gij hier voor mij
    de levende God zijt, de liefde
    die nu in mij sterker is dan elke ziekte, verminking of dood.”
    Tot dat sterk geloof worden wij uitgenodigd.

    En de verrezen Heer roept ieder van ons toe:
    “Doe die steen weg!”.
    Want er ligt inderdaad een zware steen op ons hart.
    De steen misschien van een letsel, opgelopen in onze jeugd,
    dat wij nog altijd niet verwerkt hebben,
    of de steen van een blijvende pijn
    omwille de scheiding van iemand die ons dierbaar is,
    of de steen van een mislukking
    in onze studie, in ons werk, in onze relaties,
    die wij onszelf nog niet vergeven hebben,
    uiteindelijk de steen van de dood die ons bedreigt.
    Tot ieder van ons roept Jezus vandaag:
    “Lazarus, kom naar buiten!”
    En, getekend als wij zijn door al onze doodservaringen,\
  • met de zwachtels nog rond onze handen en voeten gebonden
    en de zweetdoek rond ons hoofd gewonden,
    dwz. met de littekens van de dood merkbaar op ons lichaam -
    komen wij uit onze haast hopeloze situatie naar buiten
    en durven wij ons toevertrouwen aan Jezus’ liefdekracht.
    Alleen Hij immers kan ons écht leven schenken.
    Alleen de zichzelf-vergetende liefde maakt ons werkelijk vrij.
    “Maak hem los en laat hem gaan!” zegt de Heer nog.

    Dit verhaal gaat dus vooral over Jezus,
    die vandaag geconfronteerd wordt
    met de dode Lazarus in ieder van ons.
    Het mirakel gebeurt telkens opnieuw,
    iedere keer dat ons dode, liefdeloze hart
    op Zijn uitnodiging, weer tot leven en tot liefde komt.
    En dus begint het échte, eeuwige leven
    niet in een verre toekomst, maar nu reeds, hier,
    midden in onze beperktheden.

Zoeken in Preken Online