Beste dorpsgenoten,
Op het verhaal van de opwekking van Lazarus, nadat hij al vier dagen in zijn graf lag, pas ik vandaag de woorden toe die we vinden in het evangelie van Lucas: “Want voor God is niets onmogelijk.”
Ik besluit met een ander verhaal.
Een oude vrouw stond te strijken, toen de engels des doods haar verscheen en zei: “Het is tijd, Kom!” De vrouw antwoordde: “Goed, maar eerst moet ik klaar komen met strijken. Want wie moet het anders doen? En ik moet koken, want mijn dochter is naar haar werk. Zij moet iets te eten hebben als zij thuiskomt. Dat zul je toch wel inzien?” De engel verdween.
Een tijd later verscheen hij opnieuw. Hij ontmoette haar toen ze net haar huis verliet. “Kom nu,” zei hij, “het is tijd.” De vrouw antwoordde: “Maar ik moet eerst naar het bejaardentehuis. Daar wacht een aantal mensen op me, die door hun familie zijn vergeten. Moet ik die soms in de steek laten?” De engel verdween weer.
Een tijd later verscheen hij opnieuw en zei: “Het is tijd. Kom!” De vrouw zei: “Ja, ik weet het, maar wie brengt mijn kleinkind naar de kleuterschool, wanneer ik er niet meer ben?” De engel zuchtte: “Goed, ik zal wachten tot je kleinkind alleen naar school kan gaan.”
Enige tijd later zat de vrouw op een avond moe voor haar huis en dacht: “Eigenlijk zou nu de engels des doods kunnen komen. Na al mijn zwoeg en werken moet de eeuwige zaligheid toch heerlijk zijn.” De engel verscheen en de vrouw vroeg: “Breng je mij nu naar de eeuwige zaligheid?” De engel vroeg op zijn beurt: “En waar denk je dat je al die tijd al geweest bent?”
Tot zo ver het verhaal.
Juist zoals in het evangelie van Lucas had de engel aan dit verhaal kunnen toevoegen: “Bij God is niets onmogelijk!”
Heel terecht mogen we ons afvragen: “Zouden we dan nu al zijn daar waar we eens hopen te komen?”
Een vraag om over na te denken in verband met het verhaal van de opwekking van Lucas.
(Zie: Willigis Jager Elke golf is de zee. Mystieke spiritualiteit. pag.190.)