Op leven en dood

A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

De Samaritaanse vrouwen de blindgeborene, over wie we het reeds gehad hebben, ontmoeten Jezus en komen tot geloof: ze beseffen dat Hij de Messias is, de Zoon van God.

Hier vertelt Johannes over iemand die dat meteen uitdruk­kelijk zegt: ‘Ja, Heer, ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God, Degene die in de wereld komen zou.’ Zo te zien heeft Marta geen catechese meer nodig. Toch beseft ze nog niet de volle draagwijdte van haar belijdenis. Ze gelooft wel dat Jezus haar broer Lazarus had kunnen genezen. Ze ge­looft ook dat Lazarus, nu hij toch dood is, zal opstaan ‘op de laatste dag’. Dat geloof deelt ze met haar volk.

Maar dat is voor Jezus blijkbaar nog niet genoeg. Hij betrekt het allemaal op zichzelf: ‘Ik ben de opstanding en het leven,’ met alle klemtoon op dat Ik. Blijkbaar snappen ze toch nog niet waarover het gaat, en onmiddellijk daarna wordt tot twee keer toe gezegd dat Jezus ‘in toorn ontstak’ (aldus de herziene Willibrordvertaling voor wat in de liturgische lezing ’een hui­vering’ heet). Vanuit die toorn doet Hij het onvoorstelbare: Hij brengt Lazarus, die al vier dagen in het graf ligt, weer tot leven.

Dat is een van de grote tekenen uit het vierde evangelie. Johannes zegt helemaal op het einde van zijn boek waarom hij dit opgetekend heeft: ‘De tekenen die u hier vindt, zijn neer­geschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam’ (Joh 20,31). Over dat leven gaat het.

Jezus vat zijn eigen optreden op als een strijd tegen het rijk van de satan, tegen de duistere machten, tegen alles wat Gods schepping ontwricht en ontluistert. Daar horen kwaad en ziekte bij, maar in laatste instantie ook de dood. Paulus zegt ergens dat de laatste vijand die overwonnen moest worden, de dood is, en dat Christus die overwinning behaald heeft. De dodenopwekkingen die Hij verricht tijdens zijn aardse leven, zijn daarvan voortekenen. Dadelijk na Lazarus’ opwekking zal Jezus zelf de dood in moeten gaan. Het zal er dan op lijken dat de laatste vijand toch de overwinning heeft behaald. Maar die is. slechts van korte duur. Het grootste teken zal ‘op de derde dag’ plaatsgrijpen: de Heer staat zelf op uit de doden.

We kunnen wat beduusd, misschien zelfs verbijsterd aan­kijken tegen het verhaal van de opwekking van Lazarus. We kunnen het pas snappen als we het in zijn juiste kader zien: een van de ’tekenen’ die de Heer verricht om duidelijk te ma­ken dat aan de heerschappij van de dood een einde gekomen is. Want Hij is het leven. Er staan in het evangelie vele ontroe­rende passages, maar de kern van de zaak is keiharde realiteit: het gaat letterlijk om een strijd op leven en dood. Als de Heer de dood ingaat, is het om ons eruit te halen. Voor minder zou Hij het trouwens niet doen…

Zoeken in Preken Online