Graven worden geopend

A-cyclus · Vasten · 5e zondag van de Vasten · paars

Je mag het draaien en keren hoe je het wil, dit is geen gemakkelijk verhaal. Iedereen, die het leest, wordt eraan gevan­gen. Het is allemaal zo plastisch beschreven, dat je geneigd bent het letterlijk te verstaan, en het dus verkeerd te verstaan. De auteur van het vierde evangelie is een sterke romancier: je ziet het zó voor je ogen gebeuren. Dat is zijn groot talent. De hele vraag is wát je ziet gebeuren!

Om te beginnen: we mogen ons niet laten misleiden door wat ik, bij gebrek aan een betere term, maar een soort optisch bedrog noem. Bij een optisch bedrog is de afstand groter, dan het beeld suggereert. Honderd meter zijn er op het beeld maar vijftien.
Iets dergelijks gebeurt hier in dit verhaal. Tussen het gebeuren en het beeld van het gebeuren liggen er ongeveer zeventig jaar. Maar als je vandaag het evangelie openslaat, denk je, dat het vlak vóór de dood van Jezus gebeurd is. Het staat er ook letterlijk vóór afgedrukt. Dat is dus het evangelisch gezichtsbedrog. In feite ligt er tussen de opwekking van Jezus en de opwekking van Lazarus een periode van ongeveer zeventig jaar. In die periode is zeer veel nagedacht.

Als je het leest bij Johannes, denk je dus als vanzelf, dat de opwekking van Lazarus geschied is vóór de opwekking van Jezus. Dat kan natuurlijk niet. Het is adersom.
Omdat een hele gemeenschap van christenen klaargekomen is met de idee van Jezus’ opstanding uit de doden, durft die gemeenschap ook affirmeren, dat mensen, die in Jezus geloven, ook na ‘drie dagen’ opstaan uit de dood. Op de derde dag gebeurt immers het wonder! Dat is puur bijbelse logica. Al eeuwenlang is dat zo.
In feite wordt hier met niet mis te verstane woorden een prachtig catechetisch verhaal opgediend.
Zoals Jezus op de derde dag opgewekt werd tot nieuw leven, zo wordt ook de gelovige, Lazarus, opgewekt tot eenzelfde nieuw leven.
Trouwens, Lazarus is een Latijnse vertaling. Eigenlijk heet die man Eli-èser, dat betekent: God biedt redding. God redt ook de mens, die reeds ‘riekt’. De ontbinding verbreekt niet de verbinding tussen de gelovige en Jezus.
“Als gij hier waart geweest, was mijn broer niet gestorven”. Het is alsof Johannes hier zeggen wil: maar Hij is er toch geweest! Hij is er altijd. Hij is voortaan verrijzenis en leven voor ieder mens, die in hem leeft. Altijd aanwezig. De lijn van het leven gaat door. Het leven kan niet meer stuk. Het is sterker dan het lichamelijk sterven. Dat is maar even. Vóór en na, boven en buiten het leven van de mens is er een werkelijkheid, die ook het lijk - het verworden lichaam van de mens - te boven gaat.

Waarom is dat zo? Omdat elke christen dit, sinds het gelukkige wedervaren met Jezus, mag geloven. Marta en Maria stellen wel vragen, maar ze doen dit enkel om het antwoord aan te brengen, dat een hele kerk reeds zeventig jaar gelooft: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft, zal leven, ook al is zijn lichaam gestorven”.
Ik hoor het onze onderpastoor nog zingen, zoveel jaren terug toen ik nog misdienaar was: “credis hoc? geloof je dit?”.

Dat is inderdaad het cruciale punt. Het is alsof Marta en Maria ons zeggen: geloof het toch! Als Lazarus is wat zijn naam zegt, dan is het niet hopeloos met onze broer: hij leeft nu verder. Anders, maar het is echt leven!

Zo gaan wij in deze dagen naar Pasen toe. Nog enkele dagen en iemand, die reeds ‘drie dagen’ gestorven is, zal ander leven erven. God is door de dood nog niet ontwapend. Zijn liefde duurt in eeuwigheid. Zijn liefde voor de mens is sterker dan onze lijfelijke afbraak.

Als dat niet waar is, hoeven wij Pasen nooit meer te vieren en heeft ons christendom geen enkele zin meer. Dan is het einde van de mens zijn begrafenis. Terwijl wij dan nog liederen zingen van hoop.
En die hoop is zo gek nog niet. Lazarus stelt het nog altijd heel goed: hij is aangekomen. Zijn lijkwade is niet zijn laatste gewaad. Met dat gewaad begint hij aan een nieuw leven!…

Zoeken in Preken Online