Uit dit lange evangelieverhaal voelen wij
dat de evangelist Johannes ons wil leren
dat er twee verschillende manieren zijn om naar Jezus te kijken,
en dat die niet zomaar even waardevol zijn.
Langs de ene kant is er de houding van de Farizeeën,
die moedwillig oppervlakkig naar Jezus blijven kijken
en in Hem alleen maar een schender van de sabbat willen zien,
een zondaar,
die onmogelijk mensen kan genezen vanuit Gods kracht.
Zij blijven verstokt verblind voor de diepere betekenis van Jezus.
Daartegenover maakt de blinde die werd genezen
gaandeweg een innerlijke genezing mee.
Hij gaat niet alleen uiterlijk zien,
maar Hij krijgt ook inzicht in de persoon van Jezus.
Het is omdat hij eenvoudig ontvankelijk is
dat de blinde ertoe komt méér in Hem te zien,
te begrijpen dat Jezus wél van God moet komen.
Gelovigen zijn dus mensen die dieper naar Jezus kijken
en die in de Mens Jezus de Vertegenwoordiger van God zien,
de Redder van de wereld.
De allereerste stap opdat ook wij
tot intenser geloof zou kunnen komen, is:
bereid zijn en ervoor te kiezen niet oppervlakkig te kijken.
Want “gelovig worden”, “meer en dieper zien”
is het gevolg van een principiële, reeds gemaakte keuze
voor of tegen het licht.
Wie ongelovig blijft, is volgens Johannes,
door zijn zelfingenomenheid
schuldig aan moedwillige zelfverblinding.
Alleen door nederige ontvankelijkheid
kan iemand groeien tot een gelovige mens.
Nu gaat het wel niet zozeer over twee categorieën mensen,
een ‘groep ongelovigen’ langs de ene kant
en daartegenover, wij, als ‘groep gelovigen’ langs de andere kant.
De scheidingslijn loopt veeleer binnenin onszelf.
Laten wij maar goed beseffen dat ook in ons hart
nog een stuk verblinde Farizeeër zit,
maar dat in ons hart ook reeds
een genezen blindgeborene steekt,
die nog kan groeien tot een meer overtuigde gelovige.
Zo nodigt dit evangelie ons uit tot groter geloof,
tot een nieuwe bekering uit onze moderne verblindheden.
In onze tijd bestaat immers een mentaliteit
die ons, méér dan vroeger,
meesleept in een soort collectieve blindheid.
Wij leren heel goed de uiterlijke, zichtbare observeren
en wij worden daarbij geholpen
door allerlei middelen en de meest vernuftige technieken.
En dat is heel goed.
Alleen wordt daarbij een soort eelt, een soort cataract
gevormd op de ogen van ons hart.
Het wordt ons zo moeilijk gemaakt
om de onzichtbare, geestelijke wereld ook te ervaren.
Wij worden daartoe verleid
door de zelfzekerheid van de wetenschap en de techniek
die ons leren de ogen te sluiten
voor de geestelijke kern van de dingen,
voor de diepte die spreekt van God.
Een schuldige zelfverblinding.
Waarom is dit zo gevaarlijk?
Omdat, wie beperkt kijkt, ook beperkt oordeelt en handelt.
Wie er van overtuigd is
dat er alleen maar zichtbare dingen bestaan,
zal uiteindelijk ook de mensen rondom hem
als dingen, als objecten gaan behandelen,
zonder respect voor de onzichtbare kern van hun persoon,
die onaantastbaar is.
Heden ten dage worden nog steeds mensen zonder papieren
als nummers, als objecten,
van het ene bureau naar het andere gestuurd,
met hetzelfde misprijzen
waarmee de Farizeeën de eenvoudige blindgeborene behandelden.
Wie alleen maar naar eigen volk kijkt,
kijkt beperkt, oordeelt en handelt ook beperkt,
want hij zal heel vlug de mensen van over de grenzen
als minderwaardig uitsluiten.
Broederlijk Delen nodigt ons vandaag uit
de ‘maïsboeren in Bongo’ (Kassaïstreek in Congo) te helpen.
Het is een teken van ruim kijken,
van ruim oordelen en van ruim handelen.
Is het evangelie dan
tegen de vooruitgang van wetenschap en techniek?
Neen, op voorwaarde dat de competente technici, die wij zijn,
maar bescheiden genoeg blijven om,
ondanks het vele manipuleren en experimenteren,
toch het respect te bewaren
voor de geestelijke kern van de dingen,
dat wil zeggen:
toch God dankbaar blijven voor de wondere diepte van het leven.
Laten wij onze computer goed gebruiken.
Het is een onmisbaar, deugdelijk instrument,
waarmee wij veel dingen kunnen beheersen.
Maar wij zouden eigenlijk evenveel tijd van de dag
moeten besteden om de natuur te bewonderen.
Want daar leren wij heel gemakkelijk
het respect en de dankbaarheid
voor de diepe kern der eenvoudige dingen.
Wat een verrijking!
Waar leren wij vooral erkennen
dat er in onze wereld een onzichtbare liefdekracht bestaat?
Hier in de Eucharistie,
waar wij uitgenodigd worden op te kijken
naar het Brood en de Wijn
en doorheen die eenvoudige Tekens de diepte te zien
van Jezus’ gevende Liefde voor ieder van ons.
“Ja, Heer, ik zie U! Ja, Heer, ik geloof!”\
Dieper zien (2005)
A-cyclus · Vasten · 4e zondag van de Vasten · roze