Zusters en broeders,
Ik zou het durven noemen:
“de val van de traditie”… maar ik betwijfel sterk of de woorden wel helemaal
goed gekozen zijn. Toch wil ik ze gebruiken, want het gevaar is reëel… ik heb
het over de “val van de traditie”
waar wij met zijn allen bij momenten intuinen… en ’val’ dan in de betekenis van
muizenval, bvb.
Hoeveel gewoontes en
gebruiken hebben we niet –
hoeveel feesten en
feestdagen vieren we niet, waarvan we eigenlijk de betekenis niet meer van
kennen?
Met Lichtmis, enige weken
terug, werden lichtmiskaarsen gezegend. Wie weet er nog echt goed waarom
eigenlijk?
Wie weet er nog waarvoor de
palmtakken van palmzondag allemaal worden gebruikt? Wie kent er naast het
vasten, de versterving en het broederlijk delen, nog de diepe en bijzonder
veelzijdige rijkdom van de veertigdagentijd? Zoveel momenten in het jaar, want
er zijn er nog, waar wij heel gemakkelijk overheen stappen, omdat we de diepste
kern gaandeweg uit het oog verliezen.
Zo ontstaan er tradities,
en zo ontstaat jammer genoeg ook traditionalisme. Het koppig vasthouden aan wat
eigenlijk al verdwenen is…
We zijn zo goed als
vergeten dat de veertigdagentijd per uitstek een tijd is om aan catechese te
doen. In de antieke kerk las men de evangelieverhalen, die we nu in de 40
dagentijd lezen, voor aan de
doopleerlingen. Volwassen mensen, die samen, vanuit een zelfgemaakte en bewuste
keuze, het doopsel zouden ontvangen op de paasnacht.
Het was als een zoektocht
naar de Heer.
De Samaritaanse vrouw uit
het evangelie leert Jezus maar heel geleidelijk kennen, net als wij
trouwens…
Eerst is er de ironische
opmerking: bent u soms groter dan onze vader Jacob? Kort daarop noemt ze Jezus
een profeet, en nog wat verder rijst in haar het vermoeden dat Hij wel eens de
Messias zou kunnen zijn, om tenslotte de christelijke belijdenis uit te
spreken. Ze zegt: ‘Dit is werkelijk de Redder van de wereld’. En dat is meteen
de kern van ons geloof…
Op die manier werden
vroeger de doopleerlingen ingewijd in het geloof.
Maar ook voor ons blijven
het bijzonder zinvolle teksten, omdat ook wij ons toch zeer dikwijls afvragen
wie Jezus nu eigenlijk is… En dan hoeft het nog niet te zijn omdat we aan zijn
nabijheid of bestaan twijfelen, maar gewoon, omdat we voortgang willen maken op
de wegen van het geloof, en dus ook onze liefde tot Hem willen uitdiepen.
Want zo gaat dat toch? Wie
liefheeft wil de geliefde toch steeds beter leren kennen… Zo is geloven
eigenlijk telkens weer: een kennismaken zonder einde.
Jezus beter leren kennen,
is niets anders dan leren wat liefde is.
En dat klinkt misschien
eenvoudig; maar het is het niet.
Want wat is liefde?
Zijn er woorden die
vertolken, de volle waarde van wat liefde kan zijn…
We kunnen zeggen waarop het
lijkt, maar toch ook niet veel meer dan dat.
En we kunnen er zelf aan
werken, aan de liefde, maar volmaakt zijn we in dezen nooit.
Als we de liefde willen
begrijpen moeten we misschien wel durven zwijgen. Zwijgen en kijken naar het
kruis. En naar Hij die er hangt. Want daar komt alles samen: liefde en
barmhartigheid, solidariteit en overgave, het delen en het wegschenken, de
vergeving en het opnieuw beginnen, telkens weer… het leven dat er zijn volheid
vindt, het paasgebeuren dat dààr begint…
Zusters en broeders,
Er is zoveel waarvan we de
betekenis vergeten zijn.
Zoveel dat traditie
geworden is…
Zoveel lege woorden.
Evenwel blijft, altijd
weer, de kern: de liefde, het leven, en het kruis, als een schaduw bij het
leven;
en wij…
Genodigd om in liefde te
groeien,
Om eraan te beginnen:
Aan het leven,
Aan de liefde,
Aan het zoeken: wie is Hij
dan wel, voor mij…
AMEN.