Komen bij de bron (2008)

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Niemand kan er echt onderuit. Je hebt soms van die verplichtingen…
Je moet er naar toe, maar je weet van te voren dat het niks wordt.
Aan eten en drinken mankeert het niet, maar het is allemaal zo standaard, zo verplicht. Georganiseerd door mensen, die het ook niet zien zitten, maar het staat nou eenmaal op het programma. De avond zelf verloopt al net zo als je gedacht had. Verplichte gesprekjes over het weer over de politiek over de vakantie, maar een echte ontmoeting wordt het nooit. Je moppert er al lang tevoren over dat je ernaar toe moet…en dan kan het niks worden ook niet.

Met Mozes zijn de voormalig slaven uit Egypte weggetrokken, maar het opgeluchte gevoel van bevrijding is voorbij. Ze voelen nu vooral de hitte van de woestijn en ze klagen Mozes en God zelf aan omdat ze dorst hebben. Waarom hebt U ons uit Egypte weggevoerd als we toch met onze kinderen en ons vee van honger en dorst moeten sterven en Mozes klaagt bij God: wat moet ik er nu mee? Het volk wilde wel vrij zijn, los van de knellende banden van de Egyptenaren, maar ze hadden geen idee dat vrijheid ook wel moeite kost, dat je honger en dorst kunt lijden, omdat er gewoon niet altijd genoeg is, omdat wegtrekken ook achterlaten betekent. Ze voelen dat ze hun relatieve veiligheid hebben achtergelaten in Egypte. Daar wist je tenminste dat je de volgende dag wat water had. Zo blijven ze dorst houden. Blijven ze klagen. Zelfs al zou er eten en drinken te over zijn, want ze hebben zichzelf elkaar en God nog niet gevonden.

In het evangelie gebeurt er meer. Een Samaritaanse vrouw komt water putten bij de bron van Jacob. Jezus vraagt haar wat te drinken en doorbreekt daarmee heel wat valse verplichtingen. Joden mochten geen contact hebben met buitenlanders en zeker niet met Samaritaanse vrouwen. De vrouw weet dat en vraagt verder en zo ontstaat er een ontmoeting. Het is geen weer-praatje meer. Het is geen beleefdheidsbezoekje bij de waterput. Het wordt een gesprek over het leven, over levend water en alle plichtplegingen worden doorbroken. Het wordt een ontmoeting bij de bron en het wordt een bron van leven voor allebei. De Samaritaanse vrouw wil ook dat levende water, water dat meer doet dan alleen dorst lessen. Water dat je thuis laat komen, waarvan je voelt dat je er mag zijn, wie je ook bent: man of vrouw; Samaritaanse of Jood. Bij God is iedereen gekend. Maar je moet er wel open voor staan en met plichtplegingen of wat regeltjes volgen kom je er niet. Het is ook niet gebonden aan een tempel of een stad, want Jezus zegt tegen de vrouw, dat er een tijd komt dat we niet meer op de berg en ook niet in Jeruzalem de vader aanbeden zal worden en dat ware aanbidders God zullen aanbidden in geest en waarheid. Dat is nogal wat. Jezus brengt geloof op een hoog innerlijk niveau. Hij vraagt geen gebouwen of bergen, maar een innerlijke houding van overgave, van openheid van het hart. Als je je zo kunt openstellen dan zul je nooit meer dorst of honger krijgen. Word je verlangen naar tijdelijke zaken gestild.
In deze voorbereidingstijd op Pasen goed om daar bij stil te staan, voor open te staan om zo onszelf en de ander en misschien zelfs God te leren kennen. Komen bij de bron van alle leven.

Zoeken in Preken Online