Als je zijn naam niet kende, dan zou het een eenvoudig man-ontmoet-vrouw verhaal zijn. Het soort verhaal waar onze literatuur vol van is. Je vindt het iedere keer weer. Een man, een held, een herder of een avonturier komt aan bij een bron, waar een vrouw water komt halen. Er is de helpende hand van de vrouw, de helpende hand van de man, en alles wat daar dan verder uit volgt. We stoten hier op de bron van het leven zelf. In de bijbel vinden we het verhaal verschillende keren. Natuurlijk, dat zou ook niet anders kunnen. Abraham zendt een van zijn bedienden uit om voor Isaak een vrouw te zoeken. Hij komt aan bij een bron. Hij laat zijn kamelen knielen terwijl hij wacht op de vrouwen die ‘s avonds water komen halen. Hij bidt en zegt: ‘God van Abraham, hier sta ik bij deze bron, waar straks vrouwen water komen halen. Ik zal ze vragen om me wat water te geven, en degene die me die dienst bewijst, zal ik voor Isaak vragen.’ Rebekka is degene die hem wat water geeft. Onmiddellijk brengt hij zijn geschenken uit zijn bagage, gouden ringen voor neus en oren. Iedereen weet nu al hoe het verder zal gaan. Later is het Jakob. Hij ontmoet Rachel bij een bron. De steen die over die put ligt is zo zwaar, dat je moet wachten tot er wat mensen bij elkaar zijn, om ze er af te kunnen lichten. Maar als Jakob Rachel ziet maakt zijn bewondering hem zo sterk, dat hij tot zijn eigen verrassing die steen alleen op kan lichten. Mozes verdedigt de zeven dochters van Reüel bij een bron tegen de herders van de streek die de vrouwen lastig vallen. Hij trouwt er een van, die met de wonderlijke naam Sippora.
Nu is het Jezus hier in Samaria bij de oude bron van Jakob. Hij kan zelf niet bij het water komen. Er komt een vrouw uit Sichar. Johannes geeft de vrouw geen naam. Wellicht is dat om aan te geven dat ze niet zo maar een van ons is, naamloos staat ze voor ons allen. Jezus vraagt haar om wat water. Eerst bespot ze hem. Is hij zo dorstig dat hij niet weet hoe zich te gedragen? Als hij zich uitgelegd heeft, vraagt zij aan Jezus de gave Gods, het levende water. Twee termen die in Jezus’ traditie tot dan toe voor de Thora gebruikt werden, en die nu van hem een nieuwe betekenis krijgen. Het levende water, die gave Gods, is Gods geest geopenbaard in Jezus.
Er vallen daar in de hete zon op het midden van de dag bij die bron in Sichar tussen die vrouw en die man gewichtige woorden zoals messias, verlossing, eredienst, God, aanbidden en eeuwig leven. En dat in een tijd dat een man niet eens zijn eigen vrouw of dochter in het publiek aansprak. Zijn leerlingen zijn er bij hun terugkomst zo door geschandaliseerd, dat ze hem er niet eens over aan willen spreken.
Het is een interessant gesprek, er zit vaart en dynamiek in, er zijn misverstanden, wat ironie, en het vlug veranderen van onderwerp als het wat pijnlijk wordt. Ze luisteren naar elkaar, ze reageren op elkaar, ze zijn heel eerlijk tegen elkaar. Jezus laat haar voelen waar hij weet dat zij fout zit. Maar ook zij schijnt zich niet alles zo maar te laten zeggen. Als Jezus tegen haar zegt: ‘Jij aanbidt watje niet kent, maar wij aanbidden wat we kennen, want het heil komt uit de joden!’, moet hij iets in haar ogen op hebben zien lichten. Dus voegt hij er aan toe: ‘Maar het uur zal komen…‘, en haar weer in haar ogen kijkend, nuanceert hij verder: ‘Ja, het uur is er al, dat de echte aanbidders de vader zullen aanbidden in geest en waarheid.'
Op den duur weet zij Jezus zo ver te krijgen dat hij haar zonder verdere omhaal openbaart wie hij is. Eerst zegt hij dat hij groter is dan Jakob; dan zegt zij dat ze denkt dat hij een profeet is; en uiteindelijk speelt hij open kaart met haar en zegt: ego eimi, ik ben de messias. Als anderen hem dat zo duidelijk proberen te laten zeggen, lukt dat niet. Het is de enige keer dat hij die term op een dergelijke manier gebruikt. Als Johannes ooit Jezus zijn hart laat openen dan is het aan haar, de Samantaanse.
Ze laat haar kruik staan. Ze loopt naar de stad en vertelt wat haar overkomen is. Haar stadsgenoten geloven in haar. Ze gaan naar Jezus en nodigen hem uit bij hen te blijven. Hij doet dat twee dagen. De derde dag weten ze zeker wat die vrouw al wist: ‘We vonden de redder van de wereld!’…