2e zondag van de veertigdagentijd A (2008)

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Als je op een berg staat of op een hoge heuvel, dan kun je bijna altijd genieten van een schitterend uitzicht. Er kan er een gevoel van gelukzaligheid in je naar boven komen. Dat is dan een fijne beloning voor de inspanning die je gedaan hebt om naar boven te klimmen, want dat kan heel vermoeiend zijn. Dat geluksgevoel van de top is echter meestal maar tijdelijk, want je moet toch ook weer de berg af, het dal in.
In ons leven dromen we allemaal van geluk en zaligheid, maar dat komt niet uit de lucht vallen, je moet er wel wat voor over hebben. Je moet op weg durven gaan in de hoop iets van het geluk te vinden, en dat kan wel eens veel weg hebben van een berg beklimmen, zodat je onderweg wel eens buiten adem raakt, en er zijn er heel veel die het opgeven omdat ze het te zwaar vinden.
In het evangelie horen we hoe Jezus op de berg een paar gelukzalige momenten beleefd. Denkend aan enkele grote mannen uit het verleden voelde hij zich heel sterk met hen verbonden. De leerlingen die erbij zijn, vinden dat prachtig, laten we drie tenten bouwen, laten we hier nog een poos blijven om te genieten van dit mooie uitzicht. Maar Jezus maakt ze duidelijk dat dit maar een kort moment is, een droom. Om die droom waar te maken moet hij de berg weer af en nog een heel moeizame en zware weg verder gaan.
In de eerste lezing hoorden we hoe Abram op weg ging naar het beloofde land, een land waar alles goed zou zijn. In de bijbel wordt vaak gesproken over het land van melk en honing. Dat klinkt heel mooi, toch moeten we niet denken aan een soort Luilekkerland, een land alles in overvloed is, waar geluk voor het oprapen ligt. Wie daarvan droomt, houdt zichzelf voor de gek.
Het beloofde land is het land waar de mensen Gods wil doen, de samenleving waarin allen leven in vrede met elkaar, waar ze van harte zorgen voor elkaar, zorgen dat niemand iets tekort komt. Het is een land waar mensen elkaar gelukkig proberen te maken. De weg naar dat beloofde land is een lange en moeilijke weg, soms lijkt het veel tegen een steile berg omhoog klimmen en regelmatig weer een eind naar beneden vallen.
Abram werd geroepen op weg te gaan naar het beloofde land. Dat betekende wel dat hij weg moest trekken uit zijn eigen vertrouwde omgeving, weg van de veiligheid en geborgenheid van eigen familie, van de eigen clan, en dat was in die tijd zeker een zaak van levensbelang. Als Abram niet de moed had gehad om die stap te wagen, was hij nooit de vader van alle gelovigen geworden.
Wat voor Abram opgaat, geldt voor alle gelovige mensen van alle tijden. Gelovig zijn betekent toch altijd: op zoek gaan naar het beloofde land het land dat God ons geven wil, het land waar het goed toeven is, niet omdat er een overvloed is aan materiële goederen, maar omdat iedereen goede zorg draagt voor de ander. Hiernaar op zoek gaan betekent heel dikwijls: wegtrekken uit je vertrouwde situatie en nieuwe wegen durven gaan.
Kijk maar eens naar een heilige van onze tijd: moeder Teresa. Ze voelde zich geroepen om in het klooster te gaan en daarvoor verliet zij haar familie in Albanië en trok naar Ierland om zich daar aan te sluiten bij een congregatie van zusters.
Een veel grotere stap deed zij later toen zij in een meisjesschool in India werkte. Toen trok zij weg uit die vertrouwde omgeving om te gaan werken in de achterbuurten van Calcutta bij de armsten der armen. Daar lag voor haar het beloofde land: de plek om te zorgen voor anderen. Dat is niet het soort beloofde land dat wij ons meestal voorstellen, en je moet er niet naartoe gaan om zelf een gelukzalig gevoel te ervaren, zoals je dat op een hoge berg kunt ondervinden.
Moeder Teresa heeft ook nooit dat gelukzalige gevoel gehad.. Vorig jaar zijn er brieven van haar gepubliceerd en daaruit blijkt dat zij bij al haar activiteiten voor de armen toch niets voelde van een hemels geluk en hemels licht. Ze voelde alleen maar dorheid in zichzelf, de God die haar riep leek mijlenweg weg en liet zich niet voelen.
Maar voor de armen in Calcutta en via al haar medezusters voor de armen in heel de wereld realiseerde zij iets van een beloofd land: dat land waar mensen elkaar wat geluk geven in hun goede zorgen voor elkaar.

Zoeken in Preken Online