2e zondag van de vasten A (2008)

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Beste Dorpsgenoten,
“Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat ik u zal aanwijzen.”… “Toen trok Abraham weg, zoals de Heer hem had opgedragen.” Deze paar woorden betekenen het begin van de drie monotheïstisch godsdiensten: Jodendom, Christendom en Islam. Voor deze drie godsdiensten is Abraham de vader van het geloof.
Het is geen kleinigheid wat van Abraham gevraagd wordt. Om te beginnen: hij is 75 jaar maar hem wordt niet gevraagd om te verhuizen naar een aanleunwoning!
Hij moet zijn stam en zijn familie verlaten, dat betekent dat hij de veiligheid en het aanzien dat de stam hem biedt, verspeelt, en ook dat hij de god of goden van zijn stam opgeeft en dat staat gelijk met geloofsafval. Dat houdt in dat hij nu vogelvrij is.
Hij vertrouwt een vreemde God die hem allerlei moois belooft.
Dit verhaal doet mij denken aan woorden van T. S. Eliot, een Engelse dichter die leefde van 1888-1965. In een heel bekend gedicht Vier kwartetten schrijft hij dat oude mensen ontdekkingsreizigers moeten zijn. Dat past mooi op Abraham! En ook beschrijft hij wat het resultaat van een dergelijke ontdekkingsreis is: “Het einde van onze ontdekkingen zal zijn dat we uitkomen daar waar we begonnen zijn en dat we dan pas de plaats voor de eerste keer kennen.”
Wat Abraham overkomt en wat de dichter schrijft herinnert aan een thema dat onder veel verhalen en levens verborgen ligt: een man gaat op zoek naar een verborgen schat, hij trekt de hele wereld over en op het einde van zijn reis vindt hij de schat onder de vloer van zijn eigen huis.
In het evangelie is ook sprake van een ontdekkingsreis: Jezus gaat met drie apostelen een hoge berg op en daar wordt hij van gedaante veranderd. Een overweldigende gebeurtenis. Petrus wil vastleggen wat hen overkomt en stelt voor om drie tenten te bouwen want in zijn ogen is er elders niets beters meer te zoeken of te vinden.
En uit mijn jeugd herinner ik me de eerste vraag en antwoord uit de catechismus: “Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor in de hemel te komen.” Op aarde moet je dus zeker geen schat gaan zoeken, die vind je alleen ver weg, in de hemel.
Wat u tot nu toe gehoord heeft, klinkt misschien verwarrend: waarom zouden wij op ontdekkingstocht gaan als de schat toch thuis verborgen ligt?
Als we het dan eens anders zeggen: Op reis zijn, onderweg zijn, dàt is ons thuis, juist in het alles loslaten en achterlaten, zoals Abraham deed, zullen we gezegend zijn.
Dat zou dan de boete of de versterving in deze vastentijd kunnen zijn: loslaten dàt is het opgevangen worden;
zoals de verloren zoon tot andere gedachten komen en dan thuis door je vader opgevangen worden,
in zwijgen dàt horen wat Jezus hoorde: “Dit is mijn zoon, de welbeminde;”
zoeken naar van alles, dàt wordt je zelf laten vinden,
opkijken naar een verre ster en dàt is voelen dat in jou het zelfde licht brandt, aandachtig zijn dàt is ontdekken dat iedere golf de zee is.
Zo deze vastentijd door brengen, dat vraagt dat je anders gaat denken, je bekeren, zoals dat vroeger heette, zekerheden opgeven zoals Abraham deed. En ook; aandachtig zijn voor wat er in jezelf verandert, juist zoals je aandachtig zoekt naar wat langzaam boven de grond komt als eerste tekenen van de lente.
Dan zul je verrast worden door de schatten die je in eigen huis vindt! Juist alsof je thuiskomt van lange ontdekkingsreizen.
Echt waar!

Zoeken in Preken Online