2e zondag in de veertigdagentijd A

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Het kan zijn dat we al jaren met iemand omgaan en dat we hem of haar pas na een bepaald gesprek of gebeurtenis echt leren kennen. Zo heb je hem of haar nooit eerder gezien; nooit eerder heb je die andere kant ontdekt. Dan straalt, zou je kun¬nen zeggen, iemands persoonlijkheid door de uiterlijke verschij¬ning heen. Na een goed en intens gesprek of als je bijvoorbeeld groot verdriet met elkaar hebt gedeeld, kun je zeggen dat je ie¬mands ware aard hebt leren kennen. ‘Ik wist niet dat je zo dap¬per was’, zeg je dan; of: ‘ik wist niet dat jij zo’n troost kon zijn, dat had ik nooit in jou gezien'.

Soms veranderen mensen van gedaante en valt er ineens een ander licht op hen. Zoiets is de leerlingen van Jezus ook overko¬men toen ze met Hem op de berg waren. Daar zag Jezus er stralend uit. Er viel een ander licht op Hem en ineens werd dui¬delijk: deze Jezus, die zo gewoon en menselijk met ons meegaat, die er helemaal één van ons is, deze mensenzoon is ook zoon van God.

Petrus is ervan in de wolken. Hij wil die gelukzalige toestand vasthouden: het is goed dat we hier zijn! Petrus droomt van een Jezus hoog op de berg, ver weg van het alledaagse grijze gedoe, ver weg van allerlei verdriet… Zo zou het leven altijd moeten zijn. Petrus droomde toen nog van een Pasen zonder kruisweg, van een beloofd land zonder woestijntocht.

‘Toen de leerlingen hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen’. Hij daalt van de berg af om weer bij de men¬sen te zijn en hun sores van alledag te delen.

Overigens: de drie die Jezus uitkoos om in een wolk van licht iets te ervaren van zijn uiteindelijke verheerlijking zijn ook ge¬tuigen als donkere wolken van angst en ontreddering zich sa¬menpakken boven Jezus op de Olijfberg. Tabor en Golgota lig¬gen niet zo ver van elkaar. De lichtende wolk van Tabor is de leerlingen gegeven om daarin kracht op te doen om ook de don¬kere wolk van het lijden te kunnen doorstaan.

Maar dat valt tegen, vertellen ons de evangeliën. Op Tabor, als Jezus straalt, is Petrus klaarwakker en wil zelfs tenten gaan opzetten, maar in de hof van olijven laten hij en zijn metgezel¬len het afweten. Ze slapen als Jezus in doodsangst verkeert.

Onlangs zei iemand: ‘Toen er gefeest werd, waren ze altijd van de partij, maar toen er verdriet was, hebben we ze niet gezien of gehoord'.

De hoogtepunten, de heerlijke momenten in ons leven willen we graag vasthouden en dan zijn er genoeg die ze met ons willen delen. Maar het alledaagse leven is anders: we moeten terug naar het dal, moed puttend uit de blije hoogtepunten. We moe¬ten met Jezus de berg af en het leven aanpakken met al zijn mooie, maar ook moeilijke kanten. En beide ‘ups’ én ‘downs’ moeten we willen delen.

Zoals in het alledaagse leven, zo gaat het ook in het kerkelijk leven. We dromen misschien van een blije, feestelijke en aan¬sprekende kerk. Maar daar lijkt het vaak helemaal niet op. Maar we dienen niet alleen trouw te zijn aan en te houden van de volle kerken met Kerstmis. Ook de kerk die van zondag naar zondag sukkelt, moet ons wat waard zijn en moeten we willen delen. Het is met geloven als met liefhebben: het is niet altijd feest, rozengeur en maneschijn. Liefhebben en geloven vragen om hardnekkige trouw, het is soms stug volhouden en met het mooie ook het moeilijke accepteren.

Niet met ons hoofd in de wolken, maar met beide benen op de grond moeten we leven en geloven…

Zoeken in Preken Online