Sinds woensdag zijn we de vasten begonnen, een periode van 40 dagen waarin ons kansen worden aangereikt om even onze adem terug te vinden, en ons opnieuw bewust te worden dàt we leven en niet geleefd hoeven te worden. Een periode om ons opnieuw te oriënteren, om -ieder van ons- te kijken en te bekijken waar we staan. M. a.w. een periode om te verstillen, gas terug te nemen in de gang van het gewone (en drukke) doen om even af te tasten: hoe verhoud ik mij tot wat de zin en de bestemming van mijn leven is en hoe verhoud ik mij van dààruit tot wat mij omringt?
De drukte van het leven met zijn zovèle invloeden van allerlei kanten, kan ervoor zorgen dat we geleefd worden, dat we de eigenlijke zin en bestemming van ons leven voorbij lopen. Iedereen kan aan zijn leven zin GEVEN, daar zal onze maatschappij en vooral de commercie ons graag bij helpen: de zin die zij ons graag aanbieden omdat ze er voordeel uit halen, dikwijls ten koste van anderen. Is dat ook niet wat de slang doet in het genesisverhaal van vandaag; de slang die zegt: geloof toch niet wat hij daar…God…zegt, hou je niet in, profiteer van alles wat er is in die tuin, in die wereld.
Is de vasten, voor ons als christenen, niet een welkome kans om ons opnieuw te heroriënteren op onze eigenlijke zin en bestemming als mens? Waartoe heeft God de mens geschapen, op Hem gelijkend, waartoe heeft God ons Zijn eigen levensadem ingeblazen?
Dit is: hoe verhoud ik mij tot de zin en bestemming van wie ik ben?
En daarmee samenhangend komt dan automatisch: hou verhoud ik mij tot wat mij omringt? Hoe ga ik dan met de dingen, de mensen, de wereld om?
In het genesisverhaal vandaag horen we dat de mens bestemd is voor de tuin van Eden, een soort paradijselijke tuin, een wereld waar de mens, dat is de menSEN, gelukkig kunnen zijn. KUNNEN zijn…Er is geen garantie! In die tuin staat de boom van kennis van goed en kwaad, maar God vraagt er niet van te eten. Want wie daarvan eet, moet ZELF het onderscheid gaan maken tussen goed en kwaad. En dan ziet de mens hoe ontzettend moeilijk dat is en dat hij dat eigenlijk zelf niet alleen kan…en hij schaamt zich. God vraagt de mens niet van die boom te eten omdat God de mens het kwade wil besparen. Maar de mens luistert niet naar God, hij blijft niet met God verbonden, hij gaat niet Gods weg die alleen het goede wil …en het kwade komt de paradijselijk bedoelde tuin, wereld, binnen. Het kwaad is er al voor de schepping en het is ook potentieel aanwezig in de tuin van Eden, maar God, die alleen het goede wil, vraagt de mens Hem te volgen opdat die paradijselijke wereld er zou zijn. Maar de mens is door God geschapen, niet als Zijn slaaf, maar als een vrij wezen en medeschepper. En wie zich , als medeschepper, van God verwijdert, veroorzaakt jammer genoeg kwaad.
Hoe verhoud ik me tot alles wat me omringt? Blijf ik in God verbonden, steeds meer en dieper, of ga ik als vrij schepsel mijn eigen weg, mijn IK-bestemming, wellicht ongemerkt met de slang onderhuids? Zie alvast vandaag Jezus’ houding in de woestijn.
Het genesisverhaal is geen historisch verhaal, geen wetenschappelijk verhaal, maar het toont ons hoe gelovigen, zelfs al heel heel vroeg, hebben ingezien en ervaren wat de oorsprong en de bestemming van de mens en de wereld is. Een verhaal, of beter een visie, die hoop biedt. Aan ieder van ons in deze vastentijd om te verstillen, kansen en tijd te nemen om af te tasten waar wij staan en hoe wij misschien stappen vooruit kunnen zetten.
Geheel in de lijn van wat ik zojuist allemaal gezegd heb, hebben we vanuit de actie van Broederlijk Delen gekozen voor het symbool van de vlieger. Een vlieger kan maar de goede kant op gaan, kan maar hoogten scheren als hij verbonden blijft. Vandaar het touw. Zonder touw gaat hij de lucht niet in en eenmaal in de lucht en het touw breekt, dan gaat hij tollen, zijn vliegerzijn verliezen en naar beneden vallen. Het touw waaraan hij verbonden is, zorgt dat hij de lucht in gaat en steeds hoger en hoger. Zo ook de mens: de mens stijgt niet boven zichzelf uit, haalt geen hoogte, als hij niet verbonden blijft met God.
En als er geen wind is, dan gaat de vlieger ook niet op. W i n d. Het eerste genesisverhaal vertelt ons dat er aanvankelijk alleen chaos was, alleen duisternis en alleen water. Maar Gods Geest, Gods Rouach, wat adem betekent, zweefde over de wateren en schiep leven. En het 2e genesisverhaal vertelt ons hoe God de mens uit aarde boetseerde en hem zijn Adem, zijn Rouach inblies om tot leven te wekken. De mens stijgt niet boven zichzelf uit zonder Gods Adem, zonder Gods Geest die ons inspireert en kracht geeft.
Met de vlieger willen we iets abstracts enigszins wat concreter voorstellen: het belang van onze verbondenheid met God (die tussen haakjes ook nooit kan zonder verbondenheid met alle mensen) en het belang van Gods Rouach, Gods Geest. Het touw symboliseert tevens onze verbondenheid met de hoop van de Haïtianen om uit hun situatie van armoede en onrecht te kunnen uitstijgen en ooit deel te kunnen uitmaken van de opnieuw aan te leggen tuin van Eden.
We hopen dat de vlieger -iedere keer als u die ziet- u die 3 vormen van spiritualiteit in herinnering mag brengen.
Eerste vastenzondag 2008-02-07 Gen 2,7-9;3,1-7 en Mt 4,1-11 Sinds woensdag zijn we de vasten begonnen, een periode van 40 dagen waarin ons kansen worden aangereikt om even onze adem terug te vinden, en ons opnieuw bewust te worden dàt we leven en niet geleefd hoeven te worden. Een periode om ons opnieuw te oriënteren, om –ieder van ons- te kijken en te bekijken waar we staan. M. a.w. een periode om te verstillen, gas terug te nemen in de gang van het gewone (en drukke) doen om even af te tasten: hoe verhoud ik mij tot wat de zin en de bestemming van mijn leven is en hoe verhoud ik mij van dààruit tot wat mij omringt? De drukte van het leven met zijn zovèle invloeden van allerlei kanten, kan ervoor zorgen dat we geleefd worden, dat we de eigenlijke zin en bestemming van ons leven voorbij lopen. Iedereen kan aan zijn leven zin GEVEN, daar zal onze maatschappij en vooral de commercie ons graag bij helpen: de zin die zij ons graag aanbieden omdat ze er voordeel uit halen, dikwijls ten koste van anderen. Is dat ook niet wat de slang doet in het genesisverhaal van vandaag; de slang die zegt: geloof toch niet wat hij daar…God…zegt, hou je niet in, profiteer van alles wat er is in die tuin, in die wereld. Is de vasten, voor ons als christenen, niet een welkome kans om ons opnieuw te heroriënteren op onze eigenlijke zin en bestemming als mens? Waartoe heeft God de mens geschapen, op Hem gelijkend, waartoe heeft God ons Zijn eigen levensadem ingeblazen? Dit is: hoe verhoud ik mij tot de zin en bestemming van wie ik ben? En daarmee samenhangend komt dan automatisch: hou verhoud ik mij tot wat mij omringt? Hoe ga ik dan met de dingen, de mensen, de wereld om? In het genesisverhaal vandaag horen we dat de mens bestemd is voor de tuin van Eden, een soort paradijselijke tuin, een wereld waar de mens, dat is de menSEN, gelukkig kunnen zijn. KUNNEN zijn…Er is geen garantie! In die tuin staat de boom van kennis van goed en kwaad, maar God vraagt er niet van te eten. Want wie daarvan eet, moet ZELF het onderscheid gaan maken tussen goed en kwaad. En dan ziet de mens hoe ontzettend moeilijk dat is en dat hij dat eigenlijk zelf niet alleen kan…en hij schaamt zich. God vraagt de mens niet van die boom te eten omdat God de mens het kwade wil besparen. Maar de mens luistert niet naar God, hij blijft niet met God verbonden, hij gaat niet Gods weg die alleen het goede wil …en het kwade komt de paradijselijk bedoelde tuin, wereld, binnen. Het kwaad is er al voor de schepping en het is ook potentieel aanwezig in de tuin van Eden, maar God, die alleen het goede wil, vraagt de mens Hem te volgen opdat die paradijselijke wereld er zou zijn. Maar de mens is door God geschapen, niet als Zijn slaaf, maar als een vrij wezen en medeschepper. En wie zich , als medeschepper, van God verwijdert, vooral in zijn omgang met de wereld en de mensen , en in het bijzonder met de zwakkeren in onze wereld, veroorzaakt jammer genoeg kwaad. Hoe verhoud ik me tot alles wat me omringt? Blijf ik in God verbonden, steeds meer en dieper, of ga ik als vrij schepsel mijn eigen weg, mijn IK-bestemming, wellicht ongemerkt met de slang onderhuids? Zie alvast vandaag Jezus’ houding in de woestijn. Het genesisverhaal is geen historisch verhaal, geen wetenschappelijk verhaal, maar het toont ons hoe gelovigen, zelfs al heel heel vroeg, hebben ingezien en ervaren wat de oorsprong en de bestemming van de mens en de wereld is. Een verhaal, of beter een visie, die hoop biedt. Aan ieder van ons in deze vastentijd om te verstillen, kansen en tijd te nemen om af te tasten waar wij staan en hoe wij misschien stappen vooruit kunnen zetten. Geheel in de lijn van wat ik zojuist allemaal gezegd heb, hebben we vanuit de actie van Broederlijk Delen gekozen voor het symbool van de vlieger. Een vlieger kan maar de goede kant op gaan, kan maar hoogten scheren als hij verbonden blijft. Vandaar het touw. Zonder touw gaat hij de lucht niet in en eenmaal in de lucht en het touw breekt, dan gaat hij tollen, zijn vliegerzijn verliezen en naar beneden vallen. Het touw waaraan hij verbonden is, zorgt dat hij de lucht in gaat en steeds hoger en hoger. Zo ook de mens: de mens stijgt niet boven zichzelf uit, haalt geen hoogte, als hij niet verbonden blijft met God. En als er geen wind is, dan gaat de vlieger ook niet op. W i n d. Het eerste genesisverhaal vertelt ons dat er aanvankelijk alleen chaos was, alleen duisternis en alleen water. Maar Gods Geest, Gods Rouach, wat adem betekent, zweefde over de wateren en schiep leven. En het 2e genesisverhaal vertelt ons hoe God de mens uit aarde boetseerde en hem zijn Adem, zijn Rouach inblies om tot leven te wekken. De mens stijgt niet boven zichzelf uit zonder Gods Adem, zonder Gods Geest die ons inspireert en kracht geeft. Met de vlieger willen we iets abstracts enigszins wat concreter voorstellen: het belang van onze verbondenheid met God (die tussen haakjes ook nooit kan zonder verbondenheid met alle mensen) en het belang van Gods Rouach, Gods Geest. Het touw symboliseert tevens onze verbondenheid met de hoop van de Haïtianen om uit hun situatie van armoede en onrecht te kunnen uitstijgen en ooit deel te kunnen uitmaken van de opnieuw aan te leggen tuin van Eden. We hopen dat de vlieger –iedere keer als u die ziet- u die 3 elementen van spiritualiteit in herinnering mag brengen. Diaken P. Flo