Als Jij er bent,
de god zou zijn die in verhalen,
in mensen en woorden, werd doorgegeven
wie ben Jij dan?
Als mensen ondergaan in honger en lijden,
als terreur en conflict families uiteenrukken,
hoe kan Je dan beweren dat ‘Ik zal er zijn voor u’
je eigen naam is?
Draag je een stenen hart
voor de mens die om brood roept?
Als in het verdriet en de pijn van mijn leven
geen stem, geen licht te bekennen is,
als enkel eenzaamheid en angst mijn dagen tekent,
hoe durf Je dan beweren dat ‘Ik zal er zijn voor u’
je eigen naam is?
Laat Je mensen te pletter vallen in de onmacht van dit bestaan?
Als landen bastions worden van macht en meedogenloos geweld,
als de wereld ratelt als een reuzenrad van prestatie en eigen gelijk,
hoe wil Jij dan zeggen dat ‘Ik zal er zijn voor u’
je eigen naam is?
Is jouw rijk een droom, een snoepje voor de zure appel?
Het zijn de vragen van niet begrijpen
van het worstelen met de god die Jij niet bent.
Daarom wordt in verhalen, in mensen en woorden
doorgegeven dat enkel liefde zeggen kan
hoe hartverwarmend sprekend jouw stilte is.
- bij het evangelie van eerste zondag
in de veertigdagentijd – A -
-
Matteüs 4, 1-11
-
door Vincent Duyck
-
federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge