Dierbare christenen,
Ieder van ons heeft wel eens angst of
spanning. Dat hoort bij het leven. Angst voor een medisch onderzoek of
behandeling, (deze week vertelde iemand mij dat hij 5 kilo afgevallen
was in de weken dat hij moest wachten op een medisch onderzoek),
examenangst (daar zitten jongeren in deze dagen mee; laten we voor hen
bidden), de spanning na het examen terwijl je op de uitslag wacht, de
angst je werk te verliezen, et cetera.
Ik ontmoette een moeder die
angst had voor de opvoeding van een zoontje. Ze was zelfs bang dat haar
zoon zou zien dat ik met haar daar over stond te praten.
Zulke angst komt voort uit een gevoel van onmacht: je bevindt je in een situatie waarvan je de afloop niet zelf kunt bepalen.
Angst
kan er ook zijn voor medemensen. Angst voor kritiek, angst voor
gezagsdragers, angst voor geweld. Ook deze angst komt voort uit een
gevoel van onmacht: je weet dat de ander sterker is, meer macht heeft,
meer kennis of meer overtuigingskracht.
In zo’n situatie
bevonden Jezus’ leerlingen zich na zijn hemelvaart. Ze hadden zich
opgesloten uit angst voor de joden. Die joden hadden een sterke
levensovertuiging en een goed ontwikkelde organisatie. Ze hadden veel
macht en de meerderheid van het volk achter zich. Zij hadden Jezus al
gedood en moesten niets hebben van nieuwlichters zoals christenen.
Maar
dan komt er plotseling een kracht in de leerlingen die alle angst
verdrijft. Ze gaan naar buiten en beginnen gewoon op straat te spreken
over Jezus. Ze spreken vriend en vreemde aan. En die angst is niet meer
teruggekomen. Want ze zijn er op uit getrokken om in het hele land en
ver daarbuiten het geloof uit te dragen. Ze zijn nog heel wat keren
opgepakt en voor stadhouders en rechters gesleept, ze zijn achtervolgd
en gemarteld, maar nergens lezen we nog dat ze weer bang waren.
Die kracht die ze op Pinksteren ontvangen hebben was de Geest van God die alle angst voor medemensen verdrijft.
Ook
Paulus zegt in Efese tot ouderlingen uit Milete: “Nu ben ik op weg naar
Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te
wachten staat, behalve dan dat de H. Geest me in iedere stad verzekert
dat gevangenschap en vervolging mijn deel zullen zijn. Ik hecht echter
niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn
levenstaak maar kan voltooien”. (Hand.20,22-24)
Hoe is dat mogelijk? Ik denk dat die Geest van God enkele kenmerken heeft die dat verklaren.
De
Geest van God doet ons beseffen dat we allemaal gelijk zijn. Ook al
heeft een medemens meer kennis of macht, meer slimheid of
spreekvaardigheid, hij of zij is niet meer geliefd door God dan u of
jij. U mag er zijn zoals u bent.
Een priester die op dit gebied
een hele sterke ervaring heeft is Henri Nouwen. Hij was professor op de
Harvard universiteit in Canada. Op een dag ging hij bij verstandelijk
gehandicapten wonen. Voor die verstandelijk gehandicapten stelde zijn
kennis en status niets voor. Zij weten niet wat een professor is. Zij
hechten geen waarde aan doctorstitels. Hier besefte hij dat er voor de
christen maar één ding geldt: de liefde die zich dienstbaar maakt aan
de medemens. Op slag was zijn leven veranderd. En tegelijk was hij zijn
angst kwijt. Zijn angst om te falen, zijn angst om zijn status te
verliezen. Opeens voelde hij zich bevrijd.
De Geest van God
maakt alle mensen één. Door de Geest van God vormen wij samen één
lichaam. Een lichaam heeft wel verschillende ledematen, zintuigen en
organen, maar ze werken allen samen en hebben elkaar nodig om in leven
te blijven. Dat schrijft Paulus in zijn brief aan de Korintiërs (1
Kor.12).
Het erkennen dat die ene Geest in jezelf én in de ander is, kan ons helpen om onze angst voor medemensen te overwinnen.
De
Pinkstergeest is de Geest van liefde. Liefde is een taal die iedere
mens verstaat. Daardoor kunnen alle verschillen in cultuur, huidskleur,
status en spreektaal overwonnen worden.
De ander met veel macht of
een grote mond heeft misschien toch maar een klein hartje dat ook
verlangt naar vriendschap en liefde. En jij kunt dat geven.
De
Geest van God is ook een Geest van vergeving. De laatste opdracht die
Jezus aan zijn apostelen gaf was om zonden te vergeven. Als wij bereid
zijn anderen te vergeven dan nemen we de angst bij anderen weg en
hoeven we bovendien niet bang te zijn ons gezicht te verliezen. Als we
anderen niet kunnen vergeven, dan moeten we zelf volmaakt zijn, dan
kunnen we ons geen fouten veroorloven omdat we onszelf verheven achten
boven hen die ons misdaan hebben. Als we wel kunnen vergeven, dan
kunnen we weer als gelijken samenleven.
Wanneer wij leven
vanuit de Geest van Jezus, dan kunnen we ons ook bevrijd voelen.
Wanneer wij leven vanuit een sterke overtuiging dat God van ons houdt,
wanneer wij steeds proberen het goede te doen en het kwade te laten,
dan hoeven we voor niemand bang te zijn. Dan worden we innerlijk vrij
en onafhankelijk van allen die ons tot slavernij willen brengen, vrij
van allen die macht over ons willen uitoefenen.
Paulus schrijft
dat ook in zijn brief aan de Romeinen:8,15: “De Geest die gij ontvangen
hebt is er niet een van slaafsheid die u opnieuw vrees zou aanjagen.
Gij hebt de Geest van kindschap ontvangen die ons doet uitroepen:
“Abba, Vader”. De Geest bevestigt dat wij kinderen zijn van God”.
En kinderen zijn niet bang als ze bij hun ouders zijn.
Pinksteren:
feest van de Geest die ons bevrijdt van angst. Pinksteren: feest van
bevrijding. Geest die ons samenbrengt als kinderen van één gezin. Geest
die alle verschillen overbrugt. Geest die alle talen spreekt. Moge die
Geest bezit van ons nemen.
Angst overwinnen (2005)
A-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood