Evangelieprikje(2008)

A-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Enkele jaren geleden, toen ik nog jong, klein en braaf was (nu ben ik enkel nog braaf), gebeurde het wel eens dat ik bij het ravotten een onverwachte buiklanding maakte met soms pijnlijke gevolgen. En dan bloedde de knie of had ik een schram op de armen of benen. En dan liep ik meestal naar mijn moeder, vaak met het lawaai van een sirene om haar te overtuigen van de ernst van hetgeen voorgevallen was, en die ontsmette de wonde dan altijd. Soms kon dat ontsmetten wat prikken, maar mijn moeder loste dat altijd op door er even over te blazen. Door dat blazen ging het weer beter en kon ik er weer tegen. In het evangelie van vandaag blaast Jezus ook over de leerlingen want ook zij hebben door de dood van Jezus ernstige schaafwonden opgelopen. En na dat blazen, kunnen ook zij er weer tegen. Toch zijn er heel wat verschillen tussen het verfrissende blazen van mijn moeder en het blazen van Jezus over de leerlingen.

Het blazen van Jezus doet iemand die iets van de bijbel kent, onmiddellijk terug denken aan het scheppingsverhaal waar God de mens de levensadem inblies. De mens is het enige wezen waar God Zijn levensadem inblaast. We moeten daar geen “dikke-nek-complex” van krijgen want eigenlijk betekent het dat God de mens uitkiest om te leven vanuit Zijn Geest, Zijn Spirit. Als we dan vandaag horen dat Jezus nog eens over de leerlingen blaast, dan horen we eigenlijk dat de nieuwe schepping is aangebroken. Ook in deze nieuwe schepping worden mensen uitgekozen om Gods werk verder te zetten. Net voor Zijn blaaswerk zendt Jezus Zijn leerlingen. “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie”. Hoe geeft God Jezus gezonden? Als iemand die buiten of in de wereld leeft? Als iemand die boven of tussen de mensen leeft? Als een strenge, ongenadige rechter of als iemand die mensen nieuwe kansen schenkt? Als iemand die de mensen angst inpepert voor God of als iemand die vooral vertelt dat God hen graag ziet? Om je af te zonderen, je boven anderen te wanen, te oordelen en veroordelen, … daar hebben we niks voor nodig. Dat kunnen we uit onszelf. Maar contact zoeken met mensen, verbondenheid zoeken, tussen de mensen gaan leven, ook tussen de mensen met kwetsuren, je dienstbaar opstellen, met woorden en daden getuigen van Gods liefde die je doet leven, … dat kunnen we maar een beetje uit onszelf. Daarom zendt Jezus Zijn heilige Geest over ons als een soort Helper, maar ook als Iemand die ons inspireert en Iemand die ons wapent tegen de kille hardheid van een uit de hand gelopen individualisme, … kortom: Iemand die ons bijstaat om te kunnen leven zoals Jezus het gedaan heeft en zoals God de mens bedoeld heeft, al vanaf de eerste schepping.

Over de Geest zijn al veel dingen gezegd en geschreven. Ik ben niet zo’n creatieve geest die daar dus nog iets zou kunnen aan toevoegen. Ik kan enkel een paar dingen herhalen, goed beseffend dat daarmee niet alles gezegd is over de Geest want het is zo Iemand die je altijd weer weet te verrassen. Laat ik beginnen met een Vlaams gezegde dat mij altijd gefascineerd heeft: “de Geest waait waar Hij wil”. Dat zal ongetwijfeld zo zijn, maar ik heb lang geworsteld met de vraag hoe het dan toch kwam dat er, zelfs in die gemeenschap die wij Kerk noemen, zo weinig van te zien was. Door de jaren heen heeft het gebed, de bijbel en vooral het kijken naar mezelf een antwoord gegeven op die vraag. De Geest waait uiteraard waar Hij wil, maar de Geest komt van God, is één met God en is dus liefde. Liefde dwingt nooit, de Geest ook niet. De Geest kan maar werken als we er ons hart voor openen. Het is dus niet omdat de vormheer zijn werk niet goed gedaan heeft of omdat al die lovenswaardige inspanningen van catechisten te kort schoten dat vormelingen zo massaal afhaken na het vormsel. Het heeft vooral te maken met mensen die een innerlijk moment alleen maar aan de buitenkant beleven. We moeten ons daar niet kwaad over maken, niet oordelen, we kunnen enkel ons best doen en uitnodigen. Zo is het dat Jezus ons gezonden heeft. Zelfs bij de mensen die proberen te leven naar het evangelie, wordt de Geest wel eens het zwijgen opgelegd. Wie durft zeggen dat hij nooit eens een andere, vaak dwingender stem volgt dan die van de Geest van goedheid en menslievendheid? Ik in ieder geval niet.

Een andere vraag of een ander pijnpunt misschien is het gebrek aan Geest en geestdrift in onze Kerk. Akkoord, de Kerk is in crisis, alhoewel ook dat weer zeer relatief is, maar dat hoeft niet te betekenen dat we ons hoofd moeten laten hangen. De Kerk is niet meer het machtige bolwerk dat het ooit was, dat kan pijnlijk zijn maar aan de andere kant, wanneer de kerk macht heeft, vervult zij niet haar zending zoals ze door God bedoeld is. Jezus is tussen de mensen gaan leven, één en al dienstbaar, niet als een macht boven de mensen. Elke vorm van godsdienst die macht propageerde, heeft Hij zelfs bestreden.

Er straalt zo weinig van ons uit … en nochtans ervaren we allemaal dat wanneer we eens op ons best zijn, wanneer we kracht geput hebben uit een diep gebed dat mensen blijkbaar iets merken. Het zijn die dagen dat mensen bij je komen schuilen in de storm van het leven om hun verhaal te delen met iemand die aandacht heeft voor hen. Het zijn die momenten dat je in staat bent te vergeven, nieuwe kansen te geven, … Op die momenten werkt Gods Geest ten volle en gelukkig maar, want het zijn best wel vermoeiende dingen maar toch de moeite waard! Geestdriftig heeft voor mij niet te maken met swingen in de kerk, dat zou mij wellicht ook niet liggen, maar wel met mensen die zo doordrongen zijn van Gods menslievendheid dat ze menslievend zijn. Elke ochtend vraag ik dat ik mag groeien tot zo’n mens, elke ochtend voel ik nog hoe klein ik ben, … gelukkig is er een hand die mij leidt.

Zoeken in Preken Online