Hemelvaart: feest van de voltooiing (2008)

A-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit

De oude meesters in de schilderkunst schilderden de Hemelvaart van de Heer. Zij gingen af op hun geloofsintuïtie. Jezus klimt op ten hemel, niet tegen een achtergrond van een heldere blauwe hemel. Neen, op hun schilderijen stijgt Jezus op naar een hemel die fel goud gekleurd is, doorstraald van Gods aanwezigheid.

Komt tegenwoordig de Hemelvaart van de Heer in persoonlijke gesprekken of in de media aan de orde, dan wordt er in dit tijdperk van de ruimtevaart meestal nogal wat lacherig en spottend over gedaan. Jezus is echter niet de blauwe hemel van de astronauten binnengegaan. Hij is opgenomen in de hemel waar een mensenhart volledig één wordt met God. Met de God die op Kerstmis geboren is uit de Maagd Maria, want hij wil het leven met ons delen. Met de God die op Pasen de Gekruisigde uit de doden heeft doen opstaan, want Hij wil hoop schenken aan allen. Met de God die vandaag op Hemelvaart in zijn aangenomen mensheid thuiskomt in zijn hemel, want Hij wil ons een weg banen daar naartoe.

Toch is de Hemelvaart niet een zaak van de Heer alleen. Zijn intocht in de hemel, zijn intronisatie aan de rechterhand van de Vader, is ook voor ons van groot belang. De liturgie van dit hoogfeest legt hier alle nadruk op. De gebeden verbinden de Hemelvaart van de Heer met onze uiteindelijke levensbestemming. Zo bidt het openingsgebed: “Laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de hemelvaart van Christus … ook onze verheffing is.” Zijn glorie bij God is dus onze hoop. En de prefatie zingt vandaag: “Jezus is niet van onze zijde geweken, zwakke mensen heeft Hij hoop gegeven: Hij is ons hoofd, wij vormen zijn lichaam. Waarheen Hij ons is voorgegaan, zullen wij eenmaal volgen.” Door Jezus Christus is er ruimte voor ons in God. In het huis van de Vader is ruimte voor velen !

Maar gaan wij dankzij de Hemelvaart ook niet anders aankijken tegen het vaak pijnlijke gegeven dat onze aardse tijd zo vluchtig is en zo snel verloopt. Pijnlijk vlug inderdaad verloopt de tijd van onze eigen levensgeschiedenis. Onze biografie snelt naar zijn slotbeschouwing toe. De wet dat alles komt en weer voorbijgaat moet maar als een soms moeilijk te verteren vanzelfsprekendheid aanvaard worden. Kan dan het lied van geboorte en dood, van wieg en graf slechts gezongen worden als een treur- of klaagzang ? Kent onze tijd niet een einde dat een doel in zich draagt ? Een einde als doel-einde ? Een einde als vol-einding ?

Christus’ Hemelvaart biedt ons een perspectief van hoop aan. onze geschiedenis heeft een doel, zij eindigt niet op een doodlopende weg botsend tegen een blinde muur ! Christus is verrezen en in de hemel opgenomen ! Voortaan weten wij: dat wij op onze levensweg niet verloren lopen; wij worden niet alleen gelaten. Vanuit de hemel van God roept Jezus ons toe: “Ik ben met u”. Hij heeft als de “eerstgeborene van de doden” het doel-einde, de vol-Binding reeds bereikt. Zijn leven van dienst en offer op deze aarde is niet tevergeefs verlopen, het draagt de vrucht van zijn Hemelvaart. Met Hem zullen voortaan ook onze voorbij stromende levensuren uitmonden in de oever van Gods voltooiing.

Van Tertullianus, een kerkelijk schrijver uit de derde eeuw, stammen de bemoedigende woorden: “Weest getroost, vlees en bloed. U hebt nu bezit genomen van de hemel en van het Rijk van God, in Jezus Christus”.

Hemelvaart is het feest van de voltooiing. God roept hiertoe elke mens. Dus moet het geheim van dit hoogfeest ook iets van alle mensen worden. Daarom ook komt er op deze dag een oproep tot ons, een woord van zending: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen”. Hemelvaart legt een grote verantwoordelijkheid op onze schouders. De blijde boodschap van deze dag mag niet iets blijven van u en mij, privé.

Neen, dit geloof in Christus’ en onze ‘hemelvaart’ moet verder gereikt worden. En dat niet slechts door enkelen die hier iets voor voelen of hiervoor warm lopen.

Wij allen moeten de verkondiging van dit geloof ter hand nemen. Wij moeten in een verloste stijl van leven, in woord en daad uitstralen: dat sinds Hemelvaart niets meer bij het oude is gebleven; dat het menselijk bestaan uitzicht heeft; dat niets onder de zon voortaan nog tevergeefs is.

Voorral in onze geseculariseerde maatschappij waart vaak genoeg het spook rond van de ontmoediging en de wanhoop. Daarom moet meer dan ooit overal de boodschap doorklinken van hoop op een uiteindelijk perspectief hoop op de hemel van God - zeker op die plaatsen waar mensen zich langzamerhand meer op een “hellevaart” dan op een “hemelvaart” hebben ingesteld. Wij zij er niet toe gedoemd in een bodemloze leegte te storten. Sinds Christus’ Hemelvaart lost het leven zijn eigen belofte weer in. Vooral zij, die in onze tijd gebukt gaan onder stress en productiedruk, die koste wat kost het moet halen (carrière, eer en aanzien) mogen dit weten!

Voor God telt dit alles niet zozeer. Hij gaat juist bij voorkeur aan de kant van mensen staan, die juist niet meer mee kunnen, en in de ogen van de actieve mens dikwijls afgedaan hebben. De zieken, de mensen in de marge: zij hoeven niet langer te verkleumen in een kilte van eenzaamheid, zij worden geroepen tot de warmte van een gemeenschap die alles en allen omspant.

En onze grote wereld, vaak geteisterd door terreur en haat, ontvangt de belofte dat Christus de kringloop van het geweld doorbroken heeft en dat vrede en liefde ten diepste het menselijk bestaan kunnen gaan bestempelen.

Tenslotte geldt de boodschap van Hemelvaart ons allen persoonlijk, soms belast met schuld, altijd reeds getekend door de dood. Schieten wij tekort, stoten wij op onze grenzen, dan mogen wij het woord van Christus vernemen: “Ik ben met u, alle dagen tot aan de voleinding der wereld”.

Het hoogfeest van Hemelvaart draagt een onverwoestbare hoop in zich. Jezus Christus is ons voorgegaan om nu ons een blijvend thuis te bereiden. Wij gaan vastberaden verder aan het werk in deze wereld, maar nu met de vreugde erbij om de hemel van God. Onze levensweg heeft een doel! Amen.

Zoeken in Preken Online